Voor de sterke
Jayco AlUla-Noor
Amund Grondahl Jansen wordt 2024 het jaar van de waarheid. De voormalig Jumbo-Visma-coureur sukkelde na zijn overstap naar de Australische ploeg van de regen in de drup, waardoor hij zijn volledige potentieel namens zijn nieuwe team nog niet heeft kunnen benutten. Tegenover
In de Leiderstrui deed hij openhartig zijn verhaal.
Grondahl Jansen maakte in 2021
de overstap van Jumbo-Visma naar - toen nog - BikeExchange, waar hij nog niet de coureur kon zijn die in 2019 nog meermaals top vijf reed in de grotere WorldTour-wedstrijden. Hij reed wel nog twee keer de Tour de France namens zijn nieuwe ploeg, maar prestaties zaten er nog niet in. ‘Ik heb een paar slechte jaren achter de rug'. concludeert hij.' Ik heb heel
veel last gehad van blessures aan mijn liesslagaders. De voorbije 365 dagen heb
ik in totaal wel viermaal op de operatietafel gelegen bij de chirurg, dus dat
is wel een hoop miserie geweest. Nu lijkt het wel achter de rug te zijn, er zit
wel wat verbetering in', houdt hij hoop.
Hij moet ook wel, want inmiddels is de perfect Nederlands sprekende Noor aan zijn laatste strohalm toe. ‘Ik heb mijn laatste operatie in november in Genk gehad. Het
lijkt er nu op dat dat goed is gegaan en dat ik nu goed kan fietsen, dus als
het goed is wat dat de laatste. Dat moet ook wel, want als het nu niet goed
zit, dan ga ik niet meer opereren en dus iets anders doen. Ik heb echter de
hoop dat het nu goed gaat draaien en weer wielrenner kan worden', aldus Grondahl Jansen.
In het Openingsweekend werd hij voor een eerste maal serieus getest. Hij kon twee keer uitrijden en dat stemde hem wel tevreden. ‘Na mijn laatste operatie heb ik misschien een beetje weinig
getraind, dus dan is het ook moeilijk om in zulke koersen direct mee te zitten.
Maar het viel ook niet superzwaar tegen, dat ook niet. Ik heb uit kunnen rijden
en zat lange tijd oké mee in het peloton. Maar ik moet ook realistisch zijn en
zeggen dat de conditie niet goed genoeg was om in de finale een rol te kunnen
spelen. Al bij al was het zeker geen slechte dag. Met maar twee maanden
training in de benen en een jaar achter de rug waarin ik meerdere malen met
bloedverdunners heb gelopen dan dat ik op de fiets heb gezeten, dan is het ook
een kwestie van realistisch zijn', weet hij.
Grondahl Jansen kampte aan beide benen met liesslagaderprobleem
Met Marianne Vos won er bij de vrouwen zaterdag iemand die ook terugkwam van een liesslagaderoperatie. Bij Grondahl Jansen lag het echter nóg een stuk gecompliceerder. ‘Ik had de blessure tweezijdig, aan beide benen dus. Dat
voelt gewoon slecht. Het voelt alsof de benen niet meer kunnen trappen na een
bepaalde inspanning of tijd op de fiets. Toen één been goed was en de andere
nog geopereerd moest worden, voelde ik wel de typische symptomen', verklaart hij zich nader. 'Eén been doet
dan helemaal niet mee, terwijl het andere been in principe lekker draait. Met
fietsen doet het dan veel pijn, helemaal als je meerdere dagen na elkaar moet
rijden.’
Die liesslagaderblessure is toch wel een ding bij wielrenners, maar waar komt dat dan precies door? ‘Het ligt aan de houding op de fiets, zeker als je geboren
bent met wat langere slagaders of als de buiging van de spieren in de heup op
een bepaalde manier aan de slagaders kan trekken', legt de slimme man uit Scandinavië uit. 'Daar kunnen ze ook langer van
worden. Eigenlijk is het dus een combinatie van die lange slagaders en de
manier waarop je op de fiets zit.’
Goed, 2024 wordt dus een belangrijk jaar voor Grondahl Jansen: zijn contract bij
Jayco AlUla loopt ook nog eens af. ‘Mijn contract werd na de Tour van 2022 verlengd, toen
tekende ik voor twee jaar bij. Nu moet ik wel terug gaan bewijzen dat ik mijn
plekje verdien. Ik ga gewoon elke training, elke koers mijn best doen en dan
zien we wel hoe ver we komen', aldus de Noor, die jarenlang dienst deed als lead-out van Dylan Groenewegen. Ook wat betreft die rol is hij realistisch. 'Het is ook niet per se zo dat ik een rol ga
krijgen in de sprinttrein van Dylan, dat is nu moeilijk te zeggen na zo’n lang
blessureleed. Meer dan mijn best kan ik niet doen en dat is één ding wat ik zeker ga doen', besluit de sympathieke dertiger zijn verhaal.