Hij is 33 jaar en gaat zijn vierde jaar bij het
Nederlandse dsm-firmenich PostNL in.
Romain Bardet maakte vanaf 2012 al
meerdere golven mee in het wielrennen, maar is nog altijd één van de grootste
liefhebbers die je kunt vinden in het peloton. Op de vraag of 2024 zijn laatste
jaar gaat zijn kon hij geen antwoord geven, op alle andere vragen des te meer.
In
de Leiderstrui sprak uitgebreid met hem in Calpe.
Terwijl de helft van het huidige dsm-firmenich PostNL nog
genoot van een zes wekende durende middelbare school-vakantie, nam Bardet al
plaats op het podium van de
Tour de France. Het tekent de positie van de
vriendelijke Fransman in de ploeg van Iwan Spekenbrink, zoals Rudi Kemna al
zei: ‘Romain roept niet heel de dag door het peloton, maar als hij wat zegt
staan alle oortjes gespitst.’
Komend seizoen mikt de ronderenner op een combinatie van de
Giro en Tour, in wat wel eens zijn laatste profjaar zou kunnen zijn. Een
definitief oordeel daarover heeft hij nog niet uitgesproken, maar het zou ook
weinig veranderen aan zijn insteek richting het komende seizoen: Bardet is
iemand die er altijd alles uithaalt. Zo verbaasde hij neo-prof Frank van den
Broek nog op de eerste trainingsstage. ‘Het viel me echt op hoe hard hij voor
zichzelf is op training. Hij ziet écht af.’
Voor Bardet zelf zal het niet voelen als opoffering, hij
weet niet beter. Sinds het jaar dat hij prof werd (2012) is het wielrennen zó
razendsnel gegaan. Hij maakte coureurs als Alberto Contador mee, maar was ook
een belangrijke uitdager van het Sky-bolkwerk. En dan waren daar de afgelopen
seizoenen nog multitalenten als Jonas Vingegaard, Tadej Pogacar en Remco
Evenepoel,
voor wie hij veel respect heeft, maar van wie hij ook respect
geniet. In de grote rondes komt hij ze in 2024 wéér tegen.
Giro en Tour, vertel. Hoe ben je tot die beslissing
gekomen?
‘Om eerlijk te zijn, is het simpelweg het beste programma
waar ik op kan hopen. Het is iets wat ik veel meer had moeten doen gedurende
mijn loopbaan. In 2022 was het op een bepaalde manier een succes, dus ik was er
volledig op gericht om het opnieuw te proberen. Iedereen zegt dat het lastig is
om beide rondes op de juiste manier aan te pakken en we hebben het ook vaak mis
zien gaan, maar voor mij is het fysiek de beste combinatie die ik kan maken.’
Zoek je op een bepaalde manier naar revanche in de Giro,
nadat je in 2022 in een geweldige uitgangspositie ziek werd?
‘Zo zou ik het niet noemen. Ik heb de Giro d’Italia tot
dusver twee keer gereden en ik ben nog niet thuis gekomen met een mooi
resultaat, dus dat is iets wat ik zeker wil bereiken. Hopelijk kunnen we dat
dit seizoen verwezenlijken.’
Wat kun je vertellen over je voorbereiding op de Giro?
‘Dat gaat zo’n beetje hetzelfde zijn als in 2022 (UAE Tour,
Tirreno-Adriatico en Tour of the Alps was het toen, red.), met het verschil dat
we in de komende Giro een stuk meer tijdritkilometers gaan hebben en dat er
niet écht veel zware bergritten zijn. Het is waarschijnlijk één van de
makkelijkste Giro’s van de afgelopen jaren.’
Ik voel een lichte teleurstelling in je stem. Moeten we
in de Giro dan denken aan het klassement, of voornamelijk ritzeges?
‘Ik ga het klassement zeker niet zomaar laten vallen, maar
ik zou zeker ook graag op ritzeges mikken. Daar offer ik de algemene
rangschikking niet voor op, maar tegelijkertijd wil ik ook niet té conservatief
rijden omdat ik ook een klassement najaag. Als je me nu vraagt of ik bereid ben
om risico’s te nemen voor een etappezege, dan zeg ik ja.’
Naast jezelf doen ook mede-kopman Fabio Jakobsen en Tadej
Pogacar de dubbel. Wat verwacht je van die combinatie, ook kijkend naar de
anderen? ‘Dat is lastig in te schatten. Ik kan mijzelf simpelweg niet
vergelijken met Pogacar, maar als ik naar mijn fysieke gesteldheid kijk is het
mogelijk om ook nog goed aan de start van de Tour te verschijnen. Het is ook
heel veel renners gelukt om na de Tour goed te zijn in de Vuelta, en dan heb je
het over dezelfde tijdspanne. Als je je voorbereiding goed weet te organiseren,
denk ik dat het mogelijk is. Als de vermoeidheid van zo’n Giro uitgewerkt is,
voel je echt dat je goede benen hebt na een grote ronde. Ik denk dus dat het kan,
zeker.’
Afgelopen jaar was er met Jumbo-Visma één team dat de
Giro, Tour en Vuelta won, waarbij ze één, twee en drie werden in die laatste.
Wat vind jij daarvan en hoe kijk je daar richting 2024 naar, wetende dat je er
in de afgelopen Tour en Vuelta ook bij was?
‘Voor de attractiviteit van de wielersport is het niet het
beste, maar het is hoe het is en we moeten dat voor nu accepteren. Oké, zij
zijn de beste,
by far. Dat voelde ik in de Tour en Vuelta ook. Dat soort
dingen krijg je als je de beste renners in één ploeg hebt. 10 van de 18
WorldTour-ploegen zouden de nummer twee of drie van
Visma | Lease a Bike direct
inhuren als kopman, dat is het ding.’
Hoe lastig is het dan voor ploegen als dsm-firmenich
PostNL om het tegen hen op te nemen?
‘Wij moeten toegeven dat zij de controle nemen als ze dat
willen. Wat we in de Vuelta zagen, was totale controle. En dat doen ze 150
kilometer lang met slechts twee mannen. Eén daarvan was dan Robert Gesink, die
jaren geleden nog voor podiums vocht in de grote rondes. En de andere was Dylan
van Baarle, iemand die Monumenten wint… dan heb je het over de beste knechten
in de wereld, met daarachter drie van de zes beste klimmers ter wereld. Dat
zijn de feiten, die begrijp je als opponent ook.’
Jij reed twee keer podium in de jaren dat Sky de Ronde
van Frankrijk domineerde. Kan je Sky en Visma vergelijken?
‘Tijdens de Sky-periode had ik het gevoel dat we voor het
eerst met een superteam te maken hadden, maar nu heb je bij Visma en ook
UAE-Team Emirates meerdere renners die podium kunnen rijden. De dominantie is
daardoor toegenomen, omdat ze op meerdere paarden kunnen wedden. Sky pikte er
één uit en zorgde ervoor dat het team rondom die renner gebouwd werd.’
En de jacht op talent neemt ook toe door deze ontwikkelingen.
Jij hebt nu de Vuelta met toptalent Max Poole gereden en koerst ook komende
Giro met hem, maar moet een ploeg als dsm-firmenich PostNL dan bang zijn om talenten als hem
te verliezen aan één van de genoemde grote teams?
‘Ik denk niet dat ze daar bang voor moeten zijn, want in
deze ploeg heerst een echte cultuur. Max, en ook
Oscar Onley, komen vanuit de
opleidingsploeg en voor mij bezitten zij echt het DNA van onze ploeg.
Ze ontwikkelen zich ongelofelijk goed en ik heb ook het gevoel dat ze zich op
hun plek voelen bij het team. En de ploeg werkt er ook hard aan om op termijn
meerdere poppetjes uit te kunnen spelen, zoals je ziet bij de andere ploegen.’
In dat kader: hoe belangrijk is het dat jij nu eerst
grote rondes rijdt met Max? Voor hem, maar ook voor jou?
‘Daar draait het om. Ik heb die kans die zij nu krijgen niet
gehad, toen ik jong was. Toen ik destijds werd uitgespeeld als kopman, moest ik
zelf mijn weg vinden. Max en Oscar hebben meer potentie dan ik had, maar zij
hebben nu de mogelijkheid om zichzelf in mijn schaduw te ontwikkelen. Dat kan
ze heel erg helpen, waar ik de ploeg ook echt de complimenten voor moet geven.
Eerst ervoor zorgen dat de basics goed zijn, en dan komt hun tijd op een
gegeven moment wel.’
Welke impact kan jij, maar ook Warren Barguil, hebben op
die gasten?
‘Warren heeft het koersgevoel, dat ik misschien ook wel heb.
De wattages die je kunt trappen en de potentie die in iemand zit, is één ding.
Maar aan de andere kant moet je dat in bepaalde wedstrijdsituaties ook maar om
kunnen zetten in iets moois, dat is weer een ander verhaal. Dat is het
instinct, iets wat je niet direct in cijfertjes uit kunt drukken.’
Tom van der Salm (Twitter:
@TomvanderSalm) | e-mail:
[email protected])