Tim Declercq beseft dat hij in 2020 deel heeft uitgemaakt van een historisch vreemd wielerjaar. Bijna alle wedstrijden konden uiteindelijk worden afgewerkt, maar vraag niet hoe. In gesprek met
Wielerrevue gaat hij in op de valpartijen van ploegmaats
Fabio Jakobsen en Remco Evenepoel en de manier van koersen van
Julian Alaphilippe.
'De valpartijen waren ongelooflijk. Die van Remco was erg, maar dat hoorde ik pas toen al bekend was dat de schade relatief meeviel. Dat maakte het anders dan die val van Fabio in Polen. Ik heb vorig jaar met hem op de kamer gelegen tijdens de Vuelta en hij is meer dan een collega van me. Fabio is een vriend van me geworden. Dan komt het nog harder aan', vertelt Declercq. 'Die valpartij straalt nog steeds door bij ons in de ploeg, maar het heeft ook extra motivatie gegeven. Ik heb Fabio na de Tour persoonlijk opgezocht. Samen met mijn vriendin ben ik bij Fabio en zijn vriendin Delore langsgegaan. Het heeft me enorm goed gedaan dat Fabio qua karakter nog dezelfde is.'
Met Jakobsen en Evenepoel in de lappenmand ging de blik voor succes bij
Deceuninck-Quick-Step op Sam Bennett en
Julian Alaphilippe. Bennett stelde niet teleur met de groene trui in de Tour de France en Alaphilippe pakte de wereldtitel. 'Het was een beetje tegen het nationalisme in, maar ik had toch een lichte voorkeur voor Julian. Heel België leefde mee met Wout van Aert en ik had het hem zeer zeker gegund. Het is een dubbel gevoel, maar al met al was het vooral een spannende bedoening. Ook ik word nerveus als ik Julian bezig zie op de fiets. Hij is met van alles bezig en is iemand die koerst en leeft op emotie. Daar haalt hij ook zijn motivatie vandaan.'