Voor de klassementsrenners van Jumbo-Visma was de eerste aankomst
bergop in de Giro d’Italia één grote baaldag. Niet alleen
Tom Dumoulin en Sam
Oomen verloren veel tijd, ook
Tobias Foss – vorig jaar nog in de top tien – moest
ruim twee minuten toegeven op de eerste groep met klassementsrenners.
Foss kwam in gezelschap van Oomen als 27ste over
de finish op 4.52 minuten van ritwinnaar Lennard Kämna. Het verschil met de groep
van favorieten was een dikke twee minuten, een flinke streep door de rekening
van de Noor, die de bui al voelde hangen. 'Ik was er al bang voor; als het
steil wordt en de andere jongens versnellen dan kom ik nu wat tekort', vertelt hij
na de finish aan
Eurosport.
'Het is nog vroeg in de koers, maar het is absoluut
geen goede dag', vervolgt Foss. Zijn ploeggenoot en voormalig Giro-winnaar Dumoulin
kwam
nog vier minuten later over de streep. Foss zag dat naar eigen zeggen niet
aankomen. 'Nee, ik vond hem goed ogen. Het is wat het is. Het was over het geheel
een zware etappe. En als je wat procenten tekort komt, dan worstel je een
beetje. Er volgen nog genoeg etappes. We bekijken het dag per dag en pakken
onze kansen', sluit Foss strijdbaar af.
Dumoulin en Foss hadden belabberde voorbereiding
Bij Jumbo-Visma wordt na de dramatische dag
even de tijd genomen om nieuwe doelen te stellen. Foss en Oomen staan er in principe nog niet al te gek voor, Dumoulin lijkt zich wel te moeten schikken in een andere rol. Een flinke tegenvaller voor de Nederlander, die zijn hele jaar had ingericht op de Giro, waar hij nog één keer wilde kijken of hij de strijd met de besten aan kon gaan.
Op dag twee van de Giro leek dat nog in orde. Dumoulin werd derde, op slechts vijf seconden van winnaar Simon Yates. Foss reed die dag ook een prima tijdrit en werd zesde. Bergop lagen de verhoudingen duidelijk anders. Net als Dumoulin had Foss ook geen ideale voorbereiding op de Giro. Hij reed de Ronde van de Algarve en werd daarna ziek. Daar worstelde hij lang mee, pas in de Coppi e Bartali keerde hij terug. In die ronde viel hij op dag twee en was het alweer over. Zo had hij voor de Giro slechts zes wedstrijddagen in de benen.