In de slotweek van grote rondes zie je
vaak veranderingen in het onderlinge niveau tussen renners. Coureurs die in de
eerste weken een hoog niveau halen zakken wat weg en renners die aanvankelijk niet
echt mee konden komen beter voor de dag. Zo’n renner is
Jai Hindley. De Girowinnaar
finishte als vierde i
n de achttiende etappe van de
Vuelta a España.
Hindley kwam met ambities voor het klassement
naar de Vuelta, maar had in de eerste weken niet het niveau om met de beste
klassementsrenners mee te strijden. In de laatste week gaat het overduidelijk
beter met de Australiër. In etappe achttien kwam hij na Remco Evenepoel, Enric
Mas en vluchter Robert Gesink als vierde over de streep. ‘Op de voorlaatste
klim was er een stevig tempo en we gingen vol gas over de top met een
uitgedunde klassementsgroep. De slotklim was ongelooflijk hectisch, maar onze
renners die in de kopgroep zaten (Danny van Poppel, Matteo Fabbro en Sergio Higuita,
red.), deden goed werk om me te steunen toen ze terugvielen’, aldus Hindley op de
ploegsite.
‘Vanaf dat moment probeerde ik gewoon de
mannen van het klassement te volgen en uiteindelijk werd ik vierde. Het is niet
slecht, maar hopelijk kan ik het nog eens proberen, want ik voel me met de dag
beter en beter’, besluit Hindley, die met name zaterdag nog een kans krijgt op
een korte klassering te rijden en op te schuiven in het algemeen klassement,
waarin hij momenteel tiende staat op 12.03 minuten van leider Evenepoel.