2021 was niet het beste jaar uit de inmiddels lange loopbaan van
Thomas De Gendt, maar die teleurstelling wil de immer sympathieke Belg in 2022 van zich af zetten.
In de Leiderstrui babbelde met De Gendt over zijn aanvallende manier van koersen en zijn ambities voor komend jaar.
Hoi Thomas! Ik wilde beginnen met het vorig seizoen, toen je
het na een mislukte Tour de France behoorlijk zwaar had. Hoe heb je je over die
periode heen kunnen zetten?
‘We hebben het vorige seizoen geëvalueerd en geanalyseerd met
de trainer, waarna we redelijk snel tot de conclusie zijn gekomen dat ik overtraind
was. Fysiek gezien wilde het dus niet lukken en we konden de oorzaak niet vinden. Daardoor
ging ik er mentaal ook een beetje aan onderdoor.'
'Dat was dus ook de voornaamste reden waarom het in de Tour
niet meer wilde lukken. Daarvoor begon het ook al, maar in de Tour was het eigenlijk op
zijn slechtst. Door die overtraining kon ik niet meer recupereren zoals ik dat normaal kon, waardoor ik maar één demarrage in de benen had en de rest van de dag zat af te
zien. In de overgangsritten kon ik ook niet herstellen, waardoor het alsmaar
minder ging. Dat is de reden dat ik in de Tour slecht reed en er mentaal doorheen zakte.’
Heeft het dan ook geholpen dat jullie achter die oorzaak
(overtraining) kwamen?
'Aanvankelijk vonden we de oorzaak niet, omdat we alleen maar
naar 2021 keken en niet naar wat er zich in 2020 afspeelde. Als we dan meenamen
dat ik vanaf begin augustus tot aan het eind van het seizoen (2020, aangepast coronajaar, red.) heel
veel grote koersen reed... Ik had twee grote rondes in twee maanden tijd gereden,
met maar anderhalve week ertussen. Dat alleen al is te veel. Je moet ervan
herstellen en genoeg rust pakken. Dat heb ik niet gedaan. Dat is al genoeg om een heel seizoen te breken.'
We gaan dit jaar dus weer een aanvallende Thomas De Gendt
zien, die fris en fruitig is? ‘Ik ga dat zeker proberen. Het is de bedoeling om nog altijd
dezelfde koersstijl vast te houden. Intussen heb ik echter vastgesteld dat er
meer en meer renners op die manier koersen. Het is dus niet zo meer als vroeger:
één keer demarreren en wegrijden. Het wordt iets meer slim aanpakken en meer mijn
moment uitkiezen, niet meer zomaar elke
dag proberen. Maar dat gaan we dag per dag, koers per koers bezien. En ik ben
niet de enige renner van de ploeg die zo wil koersen, dus dat is wel handig.'
Tekst gaat verder onder de foto
Dit seizoen rijd je ook weer veel rittenkoersen. Heb je in
die wedstrijden ook een vrije rol?
‘Vrije rol is veel gezegd, waar dat Caleb Ewan voor de
sprintritten gaat, dan zal ik moeten werken. Als er andere renners zijn die
klassementsambities hebben, of als het een aankomst is bergop en Harm Vanhoucke
wil een goede uitslag rijden, dan zal ik ook voor hem werken. Er zijn echter
wel genoeg dagen dat er een kans is voor een vlucht. En als het té zwaar is
voor Caleb, dan zal ik wel mijn kans mogen gaan. Ik ben alleen niet de enige
renner in die ploeg die dat zal mogen. Dus we zullen dan moeten samenwerken om
iemand mee te kunnen krijgen in de vlucht, diegene met de beste winstkansen.'
Je rijdt ook weer de Ronde van Catalonië. Voor welke rit
mag ik je opschrijven?
'Het liefst één die ik nog niet heb gewonnen, want dan kan ik mijn
collectie uitbreiden *lacht*. Ondertussen klinkt het als iets gewoons
om een rit te winnen in Catalonië, maar het blijft gewoon een hele harde koers
om er zelfs maar prijs te rijden. Ik heb nog maar zes keer top twintig gereden
in een rit in Catalonië. Dat zijn vijf eerste plaatsen en één negentiende notering; het is
dus alles of helemaal geen prijs. Het is daar niet gemakkelijk, maar als je er
een goede vorm hebt en je koerst er graag aanvallend, dan kun je er altijd wel
heel dichtbij de overwinning komen. Het is mijn lievelingskoers en ik ben
altijd supergemotiveerd om daar te rijden. Dus ik zou nog graag een rit willen
bijschrijven, het liefst dus een die ik nog niet heb gewonnen.’
Ook trek je naar de Giro d'Italia. Heb je het parcours bekeken?
En zie je kansen?
‘Ik heb al gekeken naar het parcours en het valt me vooral op
dat er dit jaar geen enkele lange rit tussen zit. Normaal is de Giro toch wel
de rittenkoers van de extreem lange etappes, een paar van die overdrijf-ritjes
van 250 of meer kilometer. Die zitten er dit jaar niet tussen; er is er één van boven de
tweehonderd en al de rest zit er net onder, dus dat zal wel een aanpassing
zijn.'
'Het gaat niet meer zozeer om het duurvermogen: de langdurige mentale
belasting van die lange vlakke ritten waar we meer dan zes uur op de fiets
zitten. In mijn verwachting wil dat zeggen dat er in de bergetappes veel meer
vuurwerk zal zijn, meer animo en hoogstwaarschijnlijk meer kansen
voor aanvallers. Dus er zijn te veel ritten om er eentje uit te pikken, want
vorig jaar heeft ongeveer elf keer de vlucht het tot de finish gehaald. Er is
dus bijna vijftig procent kans dat een vluchter wint. Het is te veel kans om
niet te gaan.'
Je zei eerder al dat het steeds lastiger wordt om mee te zitten
in de vlucht. Heb je ook meer aan explosiviteit gewerkt om makkelijker mee te zitten?
‘Het is een beetje een misopvatting, want ik ben wel
redelijk explosief. Ik ben dus niet zozeer een diesel die niet in het begin
kan demarreren. Ik ben wel wat meer op die twintig, dertig seconden-inspanningen gaan trainen, omdat dat iets minder is geworden met de jaren. Vijf en de tien minuten vallen mee, dat zwakt niet echt af. Maar die twintig,
dertig seconden... Als daar honderd tot honderdvijftig watt verval op zit, dan is
dat een immens verschil. Buiten de tien minuten zit er vijf watt verval op. Dat
is op zich geen probleem.'
'Ik train dus wel wat meer op de korte inspanningen,
maar dan nog is het zelden wat er in koers tijdens twintig seconden gesprint
wordt voor een demarrage. Het is meestal gewoon mee schuiven en vijf minuten
hard doortrekken. Er doen gewoon veel meer mannen mee. Het is dus kijken wie er
aan het springen is en in het juiste wiel mee schuiven. Ook moet je bondgenoten
zoeken: met een paar man ineens beginnen rondrijden en afspreken samen te
blijven. Het moet niet meer zo zijn dat iedereen apart sprint en wegrijdt en dan
met gaten ertussenin probeert het verschil te maken, maar juist meer gestructureerd door
samen te werken met andere renners.'
Tekst gaat verder onder de foto
En hoe ziet je programma er na de Giro uit?
‘Dat weet ik nog niet precies, want ik sta op de longlist voor de
Tour de France. In de vorige jaren mocht ik gewoon mijn programma meeschrijven en
koos ik ervoor om de Tour te doen, terwijl ik nu net als de rest moet vechten
voor mijn plaats in de Tourselectie. Ik denk dat buiten Caleb (Ewan, red.) niemand zeker is
van een Tourselectie. De ploeg wil de beste acht sturen, wat ik geen slechte ontwikkeling vind. Als ik niet mee mag naar de Tour, dan is dat jammer, maar
dan is er nog altijd de Vuelta.'
'Het is gewoon aan mij en aan de andere renners om
ons te bewijzen in het eerste deel van het seizoen. En dan gaat het er niet om
wie top tien rijdt in Halle-Ingooigem, maar er wordt ook gekeken naar maart en
april. Moest, ik zeg maar iets, Brent Van Moer twee koersen winnen in maart en
die rijdt supersterk, dan zal de ploegleiding tegen hem zeggen: je mag je
voorbereiden op de Tour en een aangepast schema rijden. Zo zal het voor alle
renners wel zijn. We willen de beste acht sturen, wat logisch is.'
Wat hoop je dit jaar te laten zien?
‘Ik wil graag gewoon koersen winnen. Dat is nog altijd wat
mijn doel blijft. Ik heb niet veel trucs in mijn mouwen zitten; een koers uit
een vlucht winnen, is het enige wat ik heb. Klassementsambities heb ik niet en ik kan ook geen klassiekers winnen. Ik probeer gewoon aanvallend te rijden en op
die manier koersen te winnen. Dat is mijn doel, of dat gaat lukken weet ik
niet. Ik word natuurlijk ook een jaartje ouder en ze kennen mij, maar ik heb
vorig jaar nog kunnen winnen. Het is dus niet dat het al jaren niet gelukt is.
Vorig jaar lukte het nog, tegen Matej Mohoric (Slotrit Ronde van Catalonië, red.). Daarom heb ik er wel vertrouwen in dat
het dit jaar toch zeker wel gaat lukken.’