Het was geen geslaagde dag voor de Belgische sprinters in
Parijs-Nice. Waar De Lie gefrustreerd 27ste werd
in de tweede etappe, eindigde de
winnaar van de eerste rit,
Tim Merlier, als veertiende. De sprinter sprak na
afloop van een gevaarlijke etappe.
Vaak zit er in de eerste etappes van
Parijs-Nice wel een rit waar
de wind het peloton teistert. Etappe twee had zo’n dag kunnen zijn, ware het
niet dat de wind niet hard genoeg stond. Zodoende geen waaiers, maar wél een
heel nerveuze dag in het peloton. ‘Het was super nerveus, de hele dag voor een
plekje vechten. Echt gevaarlijk. Er was wat wind en iedereen wilde vooraan
zitten en blijven’, citeert
Het Nieuwsblad Merlier na afloop.
Ook in de finale was het volgens Merlier uiterst nerveus en
chaotisch. ‘Op een kilometer van de finish viel ik bijna op het punt dat de
nadarhekken begonnen. Iedereen remde een klein beetje, ik moest ook remmen.
Mijn ketting liep eraf en ging er niet meteen weer op. Arnaud De Lie zat nog
net voor mij, maar die ging niet echt meer aan. Ik sprint nog vanaf het
rondpunt tot aan de meet en ik word nog veertiende, we zaten al te ver.’
Het sprinten in
Parijs-Nice is onderhand net zo gevaarlijk als een
sprint in de grote broer van de rittenkoers, stelt Merlier. Op deze manier zijn
het moeilijke sprints. Geen enkele ploeg kreeg er echt een lijn in vandaag. Ze
zeggen dat het een voorbereidingskoers is, maar tegenwoordig zeggen ze ook dat
het de nieuwe Tour de France is.’
Merlier: 'Wordt moeilijk om nog een rit te winnen'
Dinsdag gaat de wedstrijd verder met een ploegentijdrit van 32
kilometer. Soudal-Quick Step heeft goede adelbrieven te overleggen in het onderdeel.
‘Dat het in de ploegentijdrit morgen nog kan? We hebben wel een paar
specialisten mee. Ik denk dat het voor mezelf moeilijk wordt om deze week nog
een rit te winnen.’, besluit Merlier.