Intermarché-Wanty verloor afgelopen winter met
Mike Teunissen (XDS Astana) en Madis Mikhels (EF Education-EasyPost) twee belangrijke lieden van de spurtkern en klassieke groep van het team. De Belgische ploeg kiest er net als de afgelopen jaren voor om dit - deels uit noodzaak - intern op te vangen, waar
Laurenz Rex voor 2025 een belangrijke pijler in is. De hardrijder voelt zich klaar om de stap omhoog te zetten, zo vertelde hij in Albir aan
In de Leiderstrui.
Rex - wiens jongere broer Tim voor de opleidingsploeg van Visma | Lease a Bike uitkomt - is op 25-jarige leeftijd
toe aan zijn derde jaar bij Intermarché-Wanty. De uit het Duitssprekende deel van België afkomstige boom van een vent is daarin klaar om te oogsten, zoals hij afgelopen seizoen deed in Le Samyn.
‘Ik heb een goede winter gedraaid', vertelde Rex op de mediadag van Intermarché-Wanty. 'Ik ben niet ziek geworden
en heb kunnen genieten op de criteriums in Singapore en Japan. De batterijen
heb ik daar kunnen opladen en daarna ben ik weer goed begonnen met trainen, wat
allemaal goed verlopen is. Ik ben nog niets van ziekte en letsels tegengekomen
en zit goed in mijn vel.’
‘Ik woon aan de kust. Daar kan ik beter trainen dan in mijn thuisregio. Aan de kust is het zeker een paar graden warmer', aldus Rex. 'Ik heb de hele winter nog geen training hoeven aan te passen, terwijl mijn broer thuis de hele tijd in de miserie zat met het weer. Daarbij is het trainen aan de kust voor mijn type renner voordeliger, doordat ik met de wind kan spelen. Dan kan ik ideaal mijn blokken doen in de tegenwind en vervolgens naar huis bollen. En het is veiliger.’
Lees verder onder de foto!
Rex schuift door naar positie Teunissen bij Intermarché-Wanty
Rex maakte afgelopen jaar al deel uit van de lead-out van Biniam Girmay, maar krijgt nu een nog belangrijkere rol. ‘Ik schuif door naar de plek van
Mike Teunissen. Het gaat
niet makkelijk zijn om Mike te vervangen, met al zijn ervaring en klasse. Maar
dat is wel de soort renner waar ik naar toe wil groeien. We hebben veel koersen
samen kunnen doen en daarin heb ik veel kunnen leren, dus ik hoop zijn niveau
te evenaren.’
Grote schoenen te vullen dus, maar wat zijn de verschillen tussen Teunissen en Rex? ‘Ik denk dat ik nog meer mijn mening geef dan Mike. Als iets
niet goed is verlopen, probeer ik dat direct te regelen met iedereen. Met Mike
ging dat ook altijd in het Engels of Nederlands, maar ik kan mij ook uitspreken
in het Duits of Frans. Mijn meertaligheid, of multiculturele kennis, zorgt voor
een nog sterke band. Dat helpt toch wel veel.’
‘Ik word nu laatste man', doet hij uit de doeken. 'In een sprint gebeurt zo veel, dat je amper van je eigen lead-out uit kunt gaan. Als je een kapitein hebt die een beetje kan sturen en een sprinter met zelfvertrouwen, kun je heel veel kanten uit. De laatste drie in de lead-out kunnen dat allen doen, maar Mike was bij ons toch de man van de ervaring.’
Samen met Hugo Page vormt Rex dus het vaste treintje met Girmay. ‘Mijn band met Bini is ook heel goed. We trekken veel op
samen en er is nooit iets van rivaliteit. Er is veel respect tussen ons. Ik
weet dat hij beter is dan ik en dat zorgt er altijd voor dat ik mezelf zeker
voor hem ga smijten. Maar anderzijds weet ik ook dat hij mij kansen gunt als ik
een grotere kans maak, zoals in Roubaix of bij slecht weer. Dat gunt Bini mij
ook.’
De 25-jarige renner wil zelf ook scoren dit jaar. ‘Mijn persoonlijke doel is schitteren in
de klassiekers en
mijn kansen te pakken. Ik rijd ze bijna allemaal, op Kuurne-Brussel-Kuurne en
de E3 Saxo Classic na. Daarnaast wil ik Mike vervangen in de Tour en een van de
beste lead-outs ter wereld worden.’
Lees verder onder de foto!
Rex legt uit hoe lead-outs hem kunnen helpen in de klassiekers
‘Het lead-out zijn en het klassieke werk rijden gaat hand in
hand', verklaart hij. 'Als klassieke coureur ben je een heel goede lead-out, want in feite is
het naar elke beklimming toe een sprint. Daarin moet je je zo goed mogelijk
plaatsen, op een energiezuinige manier. Als je dat kan, ben je vanzelf ook een
goede lead-out.’
Zelf is Rex na een zware koers ook rap, maar echte ambities tussen de snelle mannen koestert hij niet. ‘Lead-out zijn is leuker dan sprinten. Onder druk je
sprinter beschermen en in die hectiek de juiste keuzes maken, is iets speciaals
voor mij. Dat ik daar die rust kan uitstralen en alles kan oppakken, vind ik
superleuk. Ik doe daarin mijn eigen ding.’
‘Het is gemakkelijker om één van de beste lead-outs te
worden dan een van de beste sprinters. In
de klassiekers mannen als Van der
Poel, Van Aert en Pogacar kloppen, is bijna onmogelijk. Dat is moeilijker dan
een perfecte lead-out doen. Hoe ik dan wel een klassieker moet winnen? In mijn
geval beginnen ze me stilaan te kennen, maar ik moet nog altijd op de
verrassing spelen.’
Daarin ziet hij nog ontwikkelpunten. ‘Afgelopen jaar in de Omloop Het Nieuwsblad was dat
bijvoorbeeld nog volledig nieuw voor mij. Om in zo’n finale de koelte te
bewaren, was moeilijk. Maar na het afgelopen jaar heb ik dat vertrouwen denk ik
wel kunnen opbouwen, door onder meer de Tour de France. Dat neem ik nu mee naar
de klassiekers.’
Lees verder onder de foto!
Rex praatte met Haussler over koersen in de grote klassiekers
Het moge duidelijk zijn: Rex begint met veel vertrouwen aan 2025, wat hij op Mallorca zal gaan doen. ‘Vanuit mijn tests fiets ik wel wat harder. Hoeveel harder,
is moeilijk te zeggen. In
de klassiekers gaat het ook om hoe slim en
energiezuinig je kan fietsen. Bij mij is die marge van intelligentie nog veel
groter dan puur het hard fietsen.’
‘Drie jaar geleden heb ik lang met Heinrich Haussler
gepraat', haalt Rex aan. 'Hij zei me toen, op zijn 36e: ik rijd nu mijn beste
klassiekers, waarom is dat zo? Ik rijd mijn beste waardes niet meer, maar ik
heb die ervaring. Dat probeer ik ook op te bouwen: dat mijn powerkwaliteiten
samen komen met mijn intelligentie op de fiets.’
Rex en Haussler delen hun voorliefde voor één koers: de Hel van het Noorden ,waarin Rex
vorig jaar als outsider uit de kop van de koers wegviel na twee crashes. ‘Heinrich heeft me ook heel veel uitgelegd over
Parijs-Roubaix. Daar heeft hij mij redelijk wat basis over kunnen leren, wat ik
heb toegepast in mijn eerste Roubaix. En daarin werd ik toch al 21e.'