Eén voor één losten
de knechten die Remco Evenepoel zouden moeten bijstaan, op de eerste echte col
op weg naar Lago Laceno, in rit vier van de Giro. Diezelfde, succesvolle équipe
had de Kannibaal van Schepdaal vorig jaar naar de Vueltazege geloodst. Het was
een uiterst veeg teken. In tegenstelling tot de Belgische
Soudal Quick-Step-ploeg floreerde de in het vuurrood gehulde brigade van
INEOS Grenadiers aan kop van het uitgedunde peloton. Een haast ouderwetse flits van
dominantie, op kop van de favorietengroep. Met nog zat knechten om kopmannen
Tao Geoghegan Hart en
Geraint Thomas te beschermen.
Het
voorkomen van een tweestrijd
Vrijwel iedere
voorbeschouwing op de net begonnen Giro d’Italia had dezelfde teneur. Het roze
zou worden verdeeld tussen Primoz Roglic en Remco Evenepoel. Wordt het de Belg
of de Sloveen? Het wonderkind of de taaie routinier? De wereldkampioen op de
weg of de olympisch kampioen tijdrijden? De rest kon zich volgens de
koerskenners opmaken voor een felle strijd om de derde podiumplek, op gepaste
afstand van bovengenoemd superduo. Maar nadat Roglic tegenviel in de openingstijdrit
en Evenepoel na zijn valpartijen ongetwijfeld mentale en fysieke tikken te
verwerken heeft gehad, lijkt deze Giro opener dan ooit. Om de vooraf haast in
beton gegoten tweestrijd te voorkomen en de koers spectaculairder te maken,
lijkt de rol van
INEOS Grenadiers van groot belang.
INEOS, de
Britse wielersupermacht van weleer, rijdt in de Giro rond met een in de breedte
zeer sterke ploeg. Het team van de plasticgigant heeft de enige gestarte oud-Girowinnaar
in huis.
Tao Geoghegan Hart verkeerde in aanloop naar de roze ronde in
supervorm. Oud-Tourwinnaar
Geraint Thomas kan op zijn ervaring, taaiheid en
tijdrijderscapaciteiten een heel eind komen. Pavel Sivakov en Thymen Arensman
zullen in de bergen hoogstwaarschijnlijk geen beschermde rol krijgen, maar zijn
interessante pionnen om de koers open te breken. Dit viertal kan, gesteund door
enkele ijzersterke knechten, een tweestrijd tussen Evenepoel en Roglic voorkomen.
Het einde
van het risicoloze rijgedrag
Hopen op
INEOS Grenadiers als sleutel naar een spectaculaire koers. Het klinkt o zo vreemd. Nog
niet zo lang geleden werd iedere Tour de France monddood gemaakt door de Britse
brigade, toen nog rijdend onder hoofdsponsor Sky. Het wattagetrappen vierde
hoogtij, met Chris Froome als afmaker. Robotwielrennen werd het genoemd, waarin
berekenend rijden zegevierde ten opzichte van moedig ten strijdentrekkende
concurrentie. Sinds enkele jaren is dat tijdperk voorbij. INEOS won sinds 2020
nog maar twee drieweekse koersen. Hun voorheen gehekelde, maar succesvolle
manier van koersen verdween in de schaduw. Nieuwe helden stonden op, de
wielrennerij werd onvoorspelbaarder.
Dat signaal
werd ook door Ineos opgepikt. Kopmannen van de oude stempel verdwenen. Nieuwe,
jonge leiders stonden op. Egan Bernal maakte in 2021 bijvoorbeeld indruk in de
Giro en de Vuelta, met langeafstandsaanvallen die haaks stonden op het
risicoloze rijgedrag dat het decennium ervoor gekenmerkt had. Echter, de ploeg
lijkt de aansluiting met de absolute groterondetop kwijt. De crème de la crème
van het klassementswielrennen rijdt niet meer onder de Britse vlag. En dus moet
de ploeg op zoek naar andere methoden om mee te doen om de grootste prijzen.
Bijvoorbeeld door een team op te stellen dat zó sterk is dat het op papier
haast wel voor succes zou moeten zorgen.
Kracht in de
breedte
Dat deze
methode nog aan het nodige schaafwerk onderhevig is, bleek de afgelopen zomer
in Frankrijk. Het kwartet aan INEOS-kopmannen dat toen met klassementsamibities
aan de start stond in Kopenhagen, bleek op papier gevaarlijker dan in de
praktijk. Achter Tadej Pogacar en Jonas Vingegaard fietsten Thomas, Dani
Martinez, Adam Yates en Tom Pidcock als makke schapen door de bergen. Thomas
eindigde nog als derde, op een lichtjaar achterstand van bovengenoemd superduo.
De rest van het veelkoppige monster zakte langzaam weg in de luwte van de
top twintig, al wist Pidcock nog wel een schitterende rit richting Alpe d'Huez te winnen. Het gokken op de kracht in de breedte wordt met de aanwezigheid van
zowel Hart, Thomas, Arensman als Sivakov nu opnieuw in de praktijk gebracht.
Ook deze Giro
kent op papier dus een superduo. Maar de opbouw van de ronde is interessant. Het
INEOS-kwartet heeft de eerste verraderlijke week zonder enorme kleerscheuren
doorstaan. Het is nu zaak dat alle mannen relatief kort eindigen op de Gran
Sasso en zondag een degelijke tijdrit rijden. Als dan de échte bergen opdoemen,
kan het overtalscenario zijn werk gaan doen. Voor het hard maken van de
wedstrijd beschikt INEOS over tempobeulen als Filippo Ganna en Laurens de Plus.
Arensman en Sivakov kunnen als vooruitgeschoven pionnen de koers openbreken.
Hart en Thomas moeten dan hun karretje bij Roglic en Evenepoel zien aan te
haken als de koers écht ontploft.
Winnen
vanuit de luwte
Andere sterke
teams in de breedte, neem de Bahrain-ploeg van Damiano Caruso, Jack Haig en
Santiago Buitrago, kunnen een voorbeeld aan deze tactiek nemen. Dat je een Giro
vanuit de luwte kan winnen bleek bovendien in 2019. Richard Carapaz werd in die
editie door het kibbelende duo Roglic en Vincenzo Nibali niet als gevaar
beschouwd. De Ecuadoriaan had in Mikel Landa een uitstekende bliksemafleider.
Movistar had plots de Giro in handen. Het door Carapaz veroverde roze werd
zonder moeite naar Verona gebracht. Roglic en Nibali waren kansloos, ondanks de
voorsprong die ze na tien etappes op het Movistar-duo hadden opgebouwd.
Het verleden biedt
bepaald geen garantie voor het slagen van de meervoudige kopmannenmethode. Maar
vrij gebleven van grootschalige panne en met slechts een kleine achterstand na
de eerste twee tijdritten, moet het de mannen van INEOS lukken om de Giro
interessanter te maken. Het is hypothetisch bekeken, het is misschien wel wensdenken,
maar het scenario wordt met de dag reëler. De Britse ploeg, terug als machtige
speler in de Grote Rondes, niet als saaie controleurs, maar als predikers van
een harde spektakelkoers. Misschien zien we dat vandaag al, tijdens de etappe
naar de Gran Sasso. Anders biedt de moorddadige slotweek hiervoor nog talloze
perspectieven.
De Giro? Die zou
wel in een tweestrijd tussen Roglic en Evenepoel uitmonden. Eigenlijk klinkt
dat ook maar saai. Aan Team INEOS om voor dit scenario een stokje te steken.
Huub Mol