Waar
Mathieu van der Poel en Wout van Aert al jaren
imponeren door hun succesvolle combinatie van het
veldrijden en wegwielrennen,
legt die combinatie andere veldrijders intussen ook geen windeieren. Zo doet
Tom Pidcock inmiddels op beide terreinen mee met de wereldtop en Quinten
Hermans toonde in de recente veldritten aan dat zijn jaar in de WorldTour allesbehalve
een slechte investering was.
Mogelijk is
Eli Iserbyt de volgende topper uit het
veldrijden, die gaat proberen om ook op hoog niveau wegwedstrijden te rijden,
zoals een grote ronde, om zodoende nog een extra stap te zetten in zijn
ontwikkeling. De Belg domineert tot op heden het veldritseizoen met acht
overwinningen, maar de grote is vraag is of hij ook kan winnen tegen Van der Poel,
Van Aert en Pidcock, die waarschijnlijk pas in december hun rentree in het veld
zullen maken.
Mocht Iserbyt zelf ooit de stap naar het wegwielrennen
willen maken, dan staat ploegbaas van Pauwels Sauzen-Bingoal Jurgen
Mettepenningen daar voor open. ‘Als Eli zou
aangeven dat hij een grote ronde wil rijden, dan zijn we geïnteresseerd om de
ploeg procontinentaal te maken’, vertelt hij aan
Sporza. Mettepenningen plaatst echter wel gelijk een
kanttekening. ‘Maar dan moeten onder meer Michael Vanthourenhout en Laurens
Sweeck ook meegaan in dat verhaal.’
Mettepenningen: 'Dan neem ik het liever zelf in handen'
Hoewel er
volgens de ploegbaas nog geen concrete acties worden ondernomen om een
eventuele stap naar het procontinentale niveau te zetten, wordt er wel over
gesproken en nagedacht. ‘Het is niet omdat je een procontinentale ploeg bent, dat je
morgen zomaar de Ronde van Italië kan rijden. Zo gemakkelijk zal het niet gaan.
Maar de gesprekken zijn ingezet. Eli is een topper en die moet je soigneren.
Als hij aangeeft dat hij die stap wil zetten, dan moet je er aandacht aan
besteden. En dan zullen we met onze sponsors bekijken hoe ver we kunnen meegaan
in dat verhaal.’
Een andere optie zou kunnen
zijn om Iserbyt tijdens de zomer uit te lenen aan een WorldTour- of continentale
ploeg. ‘Dat zou zomaar kunnen, maar ik ben er
geen grote voorstander van. Dan neem ik het liever zelf in handen en kijk ik
zelf hoe ver we met onze eigen structuur kunnen raken’, besluit Mettepenningen.