Geen Scheldeprijs, wel
Ronde van Vlaanderen. Oftewel: een
beetje kwaliteit boven kwantiteit, de insteek van
Jasper Philipsen dit
voorjaar. De Belg van Alpecin-Deceuninck wil zich na zijn tweede plek van vorig
jaar in Parijs-Roubaix bewijzen in de klassiekers, vertelde hij vrijdag op een
persmoment van zijn ploeg aan
In de Leiderstrui.
Philipsen is één van de coureurs die vanop hoogtestage aan
zijn seizoen begint en die we dus nog niet in actie hebben gezien. ‘Het is
spannend, spannender dan anders. We hopen goed te kunnen starten. Er zijn al
veel koersen gepasseerd, die je dan volgt, dus dan wordt de drang om te koersen
wel groter’, aldus de Belg.
Bij afwezigheid van
Mathieu van der Poel –
die namens
Alpecin-Deceuninck wel zijn voorjaarsprogramma bekendmaakte – was Philipsen in
het bijzijn van
Gianni Vermeersch en
Quinten Hermans de man naar wie er vooral
gekeken werd in aanloop naar het Openingsweekend. ‘Ik hoop natuurlijk direct te
kunnen winnen, maar om te zeggen dat het realistisch is, is wat anders… die
koershardheid zal op dit niveau mogelijk zijn. Zondag acht ik als een grotere
kans voor het type renner dat ik ben’, weegt hij zijn kansen voor de Omloop en
Kuurne.
Wat kan Alpecin-Deceuninck tegen Visma | Lease a Bike? 'Attent zijn'
Afgelopen jaar kwam Philipsen in het laatste weekend van
februari van een koude kermis thuis. ‘Vorig jaar was het niet top, dat zullen
we allemaal weten. Mijn waardes nu? Daar spits ik mij niet echt op. Als ik daar
naar kijk, ben ik volgens mij maar een C-coureur. Daar til ik dus niet al te
hoog aan’, lacht de Belg. Nu hebben we een kleine aanpassing gemaakt qua hoogte,
waardoor ik langer ben geweest en eerder naar huis ben gekomen. We hebben heel
goed kunnen werken en kunnen doen wat we moesten doen. Ik heb er vertrouwen in
dat we kunnen scoren’, aldus de winnaar van de groene trui.
Dan zal hij wel langs het behoorlijk sterke Visma | Lease a
Bike-blok moeten, dat het in 2023 ook vakkundig afmaakte in de eerste twee Vlaamse
koersen. Hoe gaat Philipsen zich wapenen? ‘Proberen te volgen en mee te geraken
over de Bosberg. Renners als Wout van Aert weten dat ook en gaan de koers
proberen open te breken, wat met de wind mee ook in hun voordeel is. Dat maakt
het voor ons iets lastiger, maar ik zie nog steeds mogelijkheden. Of er een
alliantie tegen hen is? Ik zit nog niet in die WhatsApp-groep…’, krijgt hij de
lachers op zijn hand.
Vermeersch beaamt dat het overal kan gebeuren. ‘Het kan
plots scheuren, zo is het vorig jaar ook gebeurd. Visma | Lease a Bike is
natuurlijk sterk, maar elke ploeg neemt een sterke coureur mee aan de start.’
Hermans, die enkel de Omloop als kasseiwedstrijd doet, knikt eveneens. ‘Het is
een beetje een andere aanpak dan vorig jaar, dat past voor de
Ardennenklassiekers ook beter denk ik. Aan mijn ambitie voor dit weekeinde doet
het niet af: we willen nog altijd winnen en in de positie kunnen komen om te
winnen. Dat gaan we terug proberen, maar het is een zware finale en we weten
dat er met de wind mee richting Ninove veel kan gebeuren. We moeten er dus
invliegen en attent zijn, maar het is niet aan ons om de koers open te breken.’
Ook het weer kan een rol gaan spelen, maar dat deert Philipsen
niet echt. Het kriebelt namelijk bij Philipsen. ‘Ik ben misschien iets meer saloncoureur
dan Arnaud De Lie’, knipoogt hij. ‘Die is
er heel sterk in, bij mij kan het twee kanten opgaan. Ik heb er al goed in
gereden, maar ook minder. Het maakt me niet bang. Omloop is de start van het
voorjaar en dat is altijd spannend, zeker als Vlaming. Ook daar wil ik graag
scoren en ben ik gemotiveerd.’
Met of zonder Van der Poel koersen, maakt dat verschil?
Het doel mag dus duidelijk zijn voor dit voorjaar bij
Philipsen. ‘Mijn sterkste wapen ligt in de sprint, maar ik wil die stappen in
de klassiekers blijven zetten. Er zijn zeker een aantal wedstrijden die ik kan
winnen, maar zo’n wedstrijd als De Ronde is een ander paar mouwen. Ik denk dan
eerder aan Sanremo, Gent-Wevelgem… die koersen moeten normaal gesproken goed
bij mij passen. Een klassieker winnen is het doel. Een Monument is heel hoog
gegrepen, maar ook andere koersen zie ik als dikke vis. Daar zou ik een
Scheldeprijs graag voor inruilen.’
Tot slot: koersen met of zonder Van der Poel, maakt dat voor
dit weekeinde nog een verschil? ‘Elke koers is een kans’, stelt Philipsen terecht
vast. Voor Hermans en Vermeersch, naar eigen zeggen ‘niet zo’n afmakers als
Philipsen’, ligt het misschien net even anders. ‘Koersen met Mathieu is geen
nadeel. Zeker als er vroeg geanticipeerd wordt, kijken er altijd veel mensen
naar Mathieu. Daar kunnen wij van profiteren en als ploeg hebben we met Mathieu
een grotere kans is.’