‘Deze
is voor jou, Lars!’, schreeuwde hij in camera, terwijl hij de overwinning in de
Trofeo Ses Salines vierde met zijn ploeggenoten. Op de straten van Colònia de
Sant Jordi waren Anthony Turgis en Erlend Blikra geen tegenstand. Met een ruime
fietslengte voorsprong sprintte
Marijn van den Berg naar de overwinning. De
renner van
EF Education-EasyPost beschouwt zichzelf echter vooral als een
toekomstige winnaar van de
Amstel Gold Race.
In de Leiderstrui sprak met
de Nederlander, die dit weekend zich ook wil laten zien in
het Openingsweekend.
Zaterdag
begint het wielerseizoen écht. Van den Berg zal
deelnemen aan de
Omloop Het Nieuwsblad en
Kuurne-Brussel-Kuurne. ‘Omloop en
Kuurne zijn niet specifiek mijn doel, maar ik wil in elke wedstrijd goed
presteren. Ik weet nog niet precies wat het plan is, dus dat moet ik nog even
afwachten. Maar mijn benen voelen goed, dus ik ga in goede vorm aan de start
staan’, klinkt het vol vertrouwen vanuit Monaco.
Tekst gaat door onder de foto
Van den Berg legt zichzelf minder druk op
De Nederlander is lekker begonnen aan het seizoen en wist in zijn eerste koers van het jaar op Mallorca al te winnen. ‘Ik was oprecht heel blij met mijn overwinning.
De afgelopen wedstrijden waren ook goed, maar het is jammer dat je net derde en
tweede wordt en geen overwinning pakt’, doelt de EF-man op de Tour de la
Provence. ‘Maar goed, je kunt niet altijd winnen’, relativeert hij het ook
direct.
Het winnen
van koersen en etappes is in het hedendaagse wielrennen ook niet makkelijk. Het
niveau ligt hoog. Vorig jaar duurde het tot de Ronde van Catalonië, dat Van den
Berg zijn eerste zege van het jaar te pakken had. Dat was na een periode van
acht maanden zonder zege, hoewel daar ook off-season onder viel. Na
afloop van die zege vertelde hij getwijfeld te hebben of hij nog kon winnen.
Dit keer duurde het negen maanden voordat hij weer won, maar ditmaal wist hij
de twijfel enigszins buiten de deur te houden.
‘Het is topsporter
eigen om te twijfelen aan jezelf. Maar eerlijk gezegd was ik daar nu niet zo
mee bezig. Ik wilde gewoon een goede wedstrijd rijden en dacht niet aan de
overwinning. Misschien rijd je daardoor wat vrijer rond en leg je jezelf minder
druk op’, denkt Van den Berg hardop. ‘Je wilt natuurlijk goed presteren, maar
je moet jezelf niet gek maken door te denken dat je móét winnen. Ik denk dat
rustig blijven een positief effect kan hebben, vooral als je dat uitstraalt
naar de ploeg en je ploeggenoten. Ik probeer ook beter te communiceren. Ik merk dat ik
rustiger ben.’
Tekst gaat door onder de foto
Marijn van den Berg wint de sprint
Van den Berg en Schep zoeken en vinden een balans tussen sprinten en klimmen
Van den
Berg won tot nu toe acht keer, en dat waren allemaal sprints. Toch is hij niet
een echte sprinter. Zo eindigde hij vorig jaar zevende in de Brabantse Pijl en
elfde in de
Amstel Gold Race. De sprint is een extra wapen, toch is het niet
makkelijk om het klimmen en het sprinten in evenwicht tot elkaar te
houden. 'Dat is
echt zoeken naar een balans. Het is een onderwerp waar mijn trainer Peter Schep
en ik vaak over praten. Ik wil de heuvels hard blijven oprijden, maar ik wil
niet dat mijn sprint daar te veel onder lijdt. Want als ik win, is dat vaak
vanuit een sprint.'
'Het draait erom die balans te behouden en van alles te
blijven trainen', vervolgt hij. 'Ik moet ook niet te veel op mijn sprint trainen, want als ik
te veel in de gym sta en spiermassa opbouw, word ik misschien sneller, maar ook
zwaarder, en dan kom ik die klimmetjes niet meer over. Maar ik weet ook dat ik
die maximale snelheid en wattages niet heb, dus het is beter om me te focussen
op het overkomen van die klimmetjes, wanneer de echte sprinters zijn gelost.’
Een lesje
kansberekening, maar ook een balansoefening; je moet niet een bepaalde kant
opvallen. ‘Het is ook dingen proberen. Soms wat langere blokken doen, en als je
merkt dat je trager wordt, weer wat meer die sprints doen. Je moet denk ik heel
scherp blijven. In de winter heb ik iets meer uren in de benen, iets meer inhoud; de motor is net wat groter,
waardoor ik frisser aan de finish kom. Tijdens de wedstrijden die ik won, waren
mijn sprints helemaal niet bijzonder qua wattages, maar omdat ik frisser
aankom, zijn mijn wattages niet per se veel lager. Waar andere sprinters wat
afbotten, is dat bij mij minder en daar ligt mijn kracht.’
Tekst gaat door onder de foto
Van den Berg maximaliseert zijn kansen en kwaliteiten
Het is dus
zoeken naar die kleine procenten van verbetering, de voordelen die er zijn en
dat proberen te maximaliseren. In die zin was de ervaring in de Tour de France
vorig jaar niet verkeerd. ‘Etappe acht, waar ik vijfde werd, dat zijn sprints
die mij goed liggen, waar het een beetje oploopt. Etappes met 2000 tot 3000
hoogtemeters en een iets oplopende finale liggen mij echt goed. Er moet een
beetje vermoeidheid in de benen zitten bij iedereen.’ Veel andere sprintetappes
waren te vlak vorig jaar. ‘En wij zijn natuurlijk ook niet echt een
leadout-ploeg, dus dat maakte het extra lastig.’
De
Amerikaanse ploeg is inderdaad niet het schoolvoorbeeld van een sprintersploeg.
‘Dat maakt het soms lastig. Je moet een beetje wheelsurfen.’ Maar
ieder nadeel
heb zijn voordeel. ‘Zolang we geen echte sprinter hebben, kan ik in die koersen
mijn kans gaan. Ik denk dat het altijd goed is om het gevoel te houden van
finales en het wringen in zo’n peloton. Het is iets waar je elke keer van
leert. Of het nou een groep van 180 man is of een groep van 60, in de laatste
kilometers is het altijd chaotisch. Dat neem je mee uit zo’n echte massasprint
naar die uitgedunde sprints.’
Dit jaar
wil hij er in juli graag weer bij zijn. ‘Maar dan is het ook fijn als je een
paar gasten hebt die een handje kunnen helpen, zodat je niet alles alleen hoeft
te doen. In een andere wedstrijd kan je nog een keer zelf door de wind komen, maar
in de Tour is het niveau daarvoor te hoog. Als je één keer een trap te veel
moet doen, win je al niet meer. De ploeg moet dus goed kijken wie ze meenemen’,
is de wens van de Nederlander duidelijk.
Tekst gaat door onder de foto
Marijn van den Berg in de Tour de France
Amstel Gold Race en Milaan-Sanremo moeten Van den Berg naar de wereldtop brengen
Hoe dan
ook, tot nu toe heeft Van den Berg zich elk jaar weten te verbeteren. Elk jaar
pakte hij meer UCI-punten, tegenwoordig belangrijker dan ooit. Het geeft aan
dat hij op de juiste weg zit. ‘Ik denk dat ik laat ben in mijn ontwikkeling, en
dat ik deze winter ook weer een stap heb gemaakt. In mijn eerste jaar als prof
was het best overweldigend, maar elk jaar wordt dat steeds minder, waardoor ik
beter overzicht kan houden. Ik hoop dat ik door ervaring bij de wereldtop kan
aansluiten’, want is het doel: de wereldtop bereiken.
Die
aansluiting moet gevonden worden in koersen zoals de
Amstel Gold Race en
Milaan-Sanremo. ‘Als het een relatief rustige Amstel is en het wordt een sprint
van een kleiner groepje, dan kan ik winnen. Dat zou voor mij een mooi doel
zijn: het winnen van de Amstel Gold Race.’ Ook Sanremo lijkt Van den Berg goed
te liggen. ‘Dat is echt een droomkoers. Ik denk dat die klimmetjes mij goed
liggen, maar ook daar hangt het er vanaf hoe er gekoetst wordt. Als een Pogacar
of een Van der Poel aanvalt, wordt het voor een renner zoals ik gewoon lastig.’
Toch zien
we Van den Berg voorlopig niet op Italiaanse bodem. ‘Maar je weet het bij de
ploeg nooit; het kan nog veranderen. In principe is het plan echter om niet
naar Sanremo te gaan, maar wel naar Amstel.’ De reden hiervoor is deelname aan
de Ronde van Catalonië, waar hij vorig jaar een etappe won. ‘Als je beide doet,
kan het wat veel worden. Je moet keuzes maken, en ik ben een renner voor de
ploeg die wedstrijden kan winnen. Ze weten dat Catalonië me goed ligt, maar ik
kan ook in andere wedstrijden iets moois doen, dus dat zijn keuzes van de
ploeg.’
Eerst maar
het openingsweekend goed doorkomen en wie weet een mooie uitslag rijden. Zeker
niet onmogelijk met de kwaliteiten van Van den Berg. Later in het jaar komen we
de Nederlander sowieso niet tegen in de Giro d’Italia. Hij staat wel op de longlist
voor de Tour de France. ‘Al is die vrij lang. Ik hoop dat als ik de Tour
niet doe, ik dan de Vuelta kan rijden’, besluit Van den Berg.