Jasper Philipsen kon voor de derde keer een podiumplek noteren in de zesde etappe van de
Tour de France. Na een tweede en derde plek, eindigde hij nu weer als tweede. Net als dinsdag was het
Mark Cavendish die hem duidelijk de baas was. 'Geen schande', zo laat hij na afloop weten.
Het was voor aanvang van de etappe de vraag voor wie Alpecin-Fenix vandaag ging rijden. Na de geweldige tijdrit van
Mathieu van der Poel op woensdag, wilde de ploeg maar al te graag nog meer successen bijschrijven. Van der Poel was duidelijk van tevoren: 'We rijden voor Merlier.' Toch kwam via
andere kanalen door dat het wel eens Philipsen kon zijn waarvoor ze gingen rijden, aangezien Alpecin-Fenix met meerdere renners een etappezege wil behalen. Uiteindelijk trok
Tim Merlier de sprint aan, waarna Philipsen in ideale positie zijn sprint kon beginnen, maar Cavendish een sterkere sprint zag rijden. Merlier werd uiteindelijk zelf nog zevende.
Dinsdag was Philipsen nog teleurgesteld dat hij niet net als Merlier en Van der Poel een etappe kon winnen. Op donderdag klonk hij na zijn tweede plaats iets milder en kon hij berusten in het feit dat Cavendish sterker was. 'In de finale wisten we dat het weer op een sprint ging
aankomen en dat we nog altijd een super goede ploeg hadden. De lead-out ging
ook gewoon heel goed en ik kon aanzetten wanneer ik wilde. Vandaag was er één
man sneller. De voorbije weken presteert hij op heel hoog niveau, dus het is
geen schande om door Cavendish geklopt te worden. Ik denk wel dat ik in de
ideale positie zat om het te kunnen doen.' Philipsen zal tot dinsdag moeten wachten tot hij wellicht weer een nieuwe kans krijgt in de sprint. Al zal het bij Alpecin-Fenix niet al te lang duren voordat Merlier weer voor zijn kans mag gaan.