Negen jaar droeg
Timo Roosen de kleuren van LottoNL-Jumbo
en Jumbo-Visma, maar in het wielrennen komt – net zoals in het leven – aan
alles een eind. Begin februari vat hij 2024 aan in het kek oranje gestreepte
tenue van dsm-firmenich PostNL. Een nieuwe stap voor de altijd vriendelijke
Tilburger, daar wil
In de Leiderstrui natuurlijk alles over weten!
Roosen
ontwikkelde zich in zijn jaren bij de ploeg van
Richard Plugge vlot op tot gewaarde wielrenner. In zijn tweede jaar als
fulltime prof mocht hij al beginnen in de Tour de France en in zijn eerste
seizoenen was hij meer dan een vaste waarde in zowel de spurttrein van Dylan
Groenewegen als de klassieke kern van Jumbo, al kwamen er ook voor hem minder
kansen nadat het team meer het rondewerk insloeg.
Die negen jaar ervaring, top vijf-plekken in koersen als GP
Quebec en Montréal en natuurlijk die NK-overwinning van 2021 neemt Roosen nu
mee naar die andere grote Nederlandse ploeg: dsm-firmenich PostNL, waar
hij
direct enkele kerntaken op zich mag nemen. Op papier lijkt het een goede match,
maar hoe gaat dat zich vertalen op het asfalt?
Timo, na negen jaar Jumbo-Visma nu een ander ploeg. Is
dan alles helemaal anders?
‘Het is wel anders, maar niet zo heel veel. Er zijn andere
mensen, maar de werkwijze verschilt niet zoveel. Het is allemaal gestructureerd
en dat was bij Jumbo-Visma ook zo, maar verder heb je het enkel over andere
kleding, andere fiets… die zaken, maar uiteindelijk komt het net zo goed op
hard trappen neer.’
Hoe is het afscheid geweest?
‘Ik raakte op een gegeven moment overtraind en dat sukkelde
allemaal een beetje door, dus dat was niet helemaal… ik had gehoopt dat ik echt
nog wel mooie dingen kon verwezenlijken met de ploeg, maar dat viel heel erg
tegen omdat ik naar de klote was. Dat was jammer, ik had veel mooier willen
afsluiten. De ploegafsluiting was heel gezellig, maar toch apart. Het voelt
toch als familie na negen jaar, dus dan merk je wat je achterlaat. Dat koester
ik.’
Het is ook weer een Nederlandse ploeg, dus die gasten ken
je ook al. Zocht je daar bewust naar, die Nederlandse omgeving?
‘Niet eens per se, eigenlijk. Het speelde wel een beetje
mee, het maakt het natuurlijk wel iets makkelijker. Verder zijn er natuurlijk
wel veel buitenlanders in de ploeg, met name in de staf. Die was bij
Jumbo-Visma veel meer Nederlanders, eigenlijk.’
Merk je verschil? Vorig jaar zat bijvoorbeeld Mike
Teunissen bij Intermarché-Circus-Wanty in dezelfde positie, die merkte het aan
wat kleine details zei die destijds.
‘Pfoe, goede vraag. Dat heeft Mike goed gezegd, zet dat er
maar in. Ik ben het altijd helemaal eens met die jongen. (lacht) Hij is mijn
maat, natuurlijk. Maar dit keer heeft hij wel écht gelijk: met meer geld is het
ook makkelijker om dingen te regelen. Je kan meer personeel meenemen, dat soort
dingen spelen dan mee. En dat hebben ze bij Jumbo ook goed gedaan, door
gestructureerd te werken, de doelen te behalen en zo meer geld te verdienen. Zo
groot is het verschil echter niet.’
Hoe is die transfer precies tot stand gekomen? Raakte jij
uitgekeken op Jumbo-Visma, Jumbo-Visma op jou of kwam dsm-firmenich PostNL of
zelfs Fabio Jakobsen met een heel goed plan of aanbod? ‘Ik had een contract voor één jaar, dus ik moest wel een
beetje rondkijken. We waren nog niet echt bezig met Jumbo-Visma en keken dus
voor andere opties, ook omdat ik het wel zag zitten om weer een andere rol te
krijgen. Het was vaak vroeger in de koers, wat ook niet gek was met de selectie
van Jumbo-Visma. dsm-firmenich PostNL kwam vervolgens met een aanbod en toen ik
een keer had gezeten met Rudi Kemna en Roy Curvers, werd ik wel enthousiast.
Het klopte gewoon met wat ik voor me zag en het leek me een heel mooie
uitdaging.’
‘Ik wilde me weer op de sprint focussen, in plaats van met
de klassiekers erbij. Dat leek me heel leuk en met Fabio heb je dan natuurlijk
een wereldtopper in de sprint, waardoor je met een aantal andere mannen erbij
voor overwinningen kan gaan.’
Je hebt een driejarig contract getekend, daar spreekt
toch wel vertrouwen uit.
‘Dat vind ik ook. Bij Jumbo-Visma had ik nu één jaar, maar
daar had ik ook niet echt stress van. Ik koers gewoon zo goed als ik kan, maar
uiteindelijk is het wel zo dat je in drie jaar meer op de lange termijn kunt
bouwen. Dat geeft ergens toch wel een soort van rust.’
Hoe zie jij de samenwerking met Fabio voor je, ook
wetende dat jij met Dylan Groenewegen mooie successen hebt behaald?
‘Iedereen is anders natuurlijk, dus het zal nooit precies
hetzelfde zijn. Dat was ook een andere tijd, best al lang geleden. Qua sprints
is er ook alweer iets veranderd, maar mijn rol gaat wel iets anders zijn. Bij
Dylan was ik vaak laatste man, nu ben ik normaal gesproken de voorlaatste man
met Tobias Lund Andresen in het begin van het seizoen achter me. Het proces is
echter hetzelfde, bij Dylan gingen we er destijds ook gewoon voor om een mooi
treintje op te zetten met zijn allen. Nu willen we ook dat weer uitbouwen.’
Op welke manier zijn de sprints anders?
‘Ik denk dat het toen ook wel chaotisch was, maar
tegenwoordig zijn vroege punten in de wedstrijd steeds vaker bepalend. Daar
worden mannen opgeofferd, waardoor je een perfecte lead-out eigenlijk bijna
nooit meer ziet. Er is nu nog meer chaos, zeg maar.’
Wordt jou rol als voorlaatste man dan ook belangrijker,
ook omdat je keuzes moet maken in die wasmachine?
‘Precies, die rust moet je wel kunnen bewaren. Dat is ook
wat ze bij dsm-firmenich PostNL zeiden over de afgelopen jaren, dat het rustig
blijven voor gretige jongens wat lastig was. Daarin zochten ze wat ervaring en
dat moeten wij gewoon brengen. Het zijn belangrijke dingen. En dan krijgen die
jonge mannen dat ook onder de knie, daar ben ik helemaal van overtuigd. De
combinatie tussen ervaring en jong is nu heel goed.’
Hoe belangrijk is Fabio daarin? Als in: hij is iemand die
doorgaans heel goed weet wat hij wil?
‘Zeker, hij is heel uitgesproken. Hij gaat je precies
vertellen wat hij nodig heeft en dat is heel fijn. Ook als het niet goed is.
Dan kun je het erover hebben en daar word je met zijn allen beter van.’
Gaan we jou dan ook in de Giro én Tour zien met Fabio?
‘De Giro doe ik in ieder geval, voor de Tour sta ik op de
longlist. Als ik me kan bewijzen, dan zit dat er ook weer in. Beginnen doe ik
in Oman, vervolgens de UAE Tour en dan via een paar wedstrijden richting de
Giro.’
De klassiekers lijk je dus wel achterwege te laten,
terwijl je in een recent verleden zelf daar toch ook nog wel mooie resultaten
reed? ‘Er steken daar een aantal mannen toch wel heel erg
bovenuit, dat verandert ook wel iets. Ook omdat ze die koersen vaak vreselijk
hard maken. Dat heeft niet echt meegespeeld, maar ik vond het gewoon mooi om me
echt op één ding te kunnen focussen. Een combinatie van sprints of klassiekers
is wel te doen, maar tegenwoordig train je met die klassiekers zoveel op
inhoud. Als sprinter doe je het qua duur wat rustiger, dus ik vind het fijn om
me te focussen op één ding.’
Wil je dan direct met een knal beginnen met zijn allen?
En zijn de perikelen, waarmee je vorig jaar bij Jumbo op het einde nog mee
kampte, helemaal achterwege?
‘Ik ben nu wat later begonnen met trainen, dus dat was wel
wat klote. Elke keer dat ik probeerde op te starten, merkte ik dat er nog wel
vermoeidheid zat. Dat duurde langer en op trainingskamp kon ik aangepast wel
wat meekomen in december, maar toen kreeg ik weer corona. Dus dat is een beetje
aansukkelen, maar nu gaat het de goede kant op. Vlekkeloos is het tot dusver
allerminst, maar nu wil ik de lijn richting topvorm wel inzetten.’
Hoe belangrijk is het dan voor de ploeg om direct goed te
beginnen?
‘Je wil snel veel winnen, maar daar kun je niet zomaar
vanuit gaan. Niet alles gaat zomaar gestroomlijnd verlopen, dat heeft gewoon
tijd nodig. Dat is ook iets wat we besproken hebben, dat we er niet zomaar
vanuit moeten gaan dat we alles zomaar gaan oprollen. Het is een proces en daar
horen die eerste wedstrijden ook gewoon bij. Zo vanzelfsprekend is het niet dat
alles meteen goed gaat, maar het liefst hebben we dat wel zo. Er zullen echter
ook dingen mis gaan, zo realistisch zijn we ook wel.’
Wanneer is 2024 geslaagd?
‘Dat is een goede vraag. Het belangrijkste is dat we
een mooie trein hebben staan, waarmee we uiteindelijk de beste trein ter wereld
willen worden. Is dat realistisch? Misschien niet, maar ik geloof wel dat we
grote stappen kunnen maken. En ik denk dat we daar goed mee zijn begonnen.
Tom van der Salm (Twitter:
@TomvanderSalm) | e-mail:
[email protected])