Een maandagmiddag in het Diamante Beach Hotel te Calpe. dsm-firmenich
PostNL houdt haar mediadag en
Fabio Jakobsen is als kersvers aangeworven kopman
samen met Fransman Romain Bardet veruit de meest aangevraagde persoon. Niet dat
Jakobsen er om maalt, zeker niet: van begin tot einde, van NOS tot
In de
Leiderstrui, stond hij alles en iedereen meer dan uitgebreid te woord!
Na zes jaar Quick-Step maakte Jakobsen op 1 januari
jongstleden de overstap naar het dsm-firmenich PostNL van
Iwan Spekenbrink,
waar hij het ontbrekende puzzelstukje moet worden in de sprinttrein waar de
ploeg al langer aan bouwt. Jakobsen
kiest komend seizoen voor de Giro-Tour-combinatie,
net als die andere kopman Bardet. In Calpe nam hij alle tijd om al deze keuzes van
verdere informatie te voorzien.
Fabio, wat is zwaarder: deze sponsordag met mediaverplichtingen
of een zware Tour de France-bergrit? (lacht) ‘Ho, nee. Dan doe ik liever deze dag, haha. Ik weet
dat er één zo’n dag in het jaar is en dat is bij mij zo opgebouwd. In mijn
eerste jaar had ik één gesprekje, daarna werden het er steeds meer. In die zes jaar
is die dag alleen maar drukker en drukker geworden. Maar daar ga je me ook
zeker niet over horen zuchten en klagen, zeker niet. Het is misschien meer
mentaal.’
Hier op deze dag ben je de grote man, maar is dat ook de
manier waarop je bent ontvangen bij de ploeg?
‘Ik zie mezelf niet als grote man. Iedereen doet normaal tegen
mij, en als ze iets vragen geef ik antwoord. Ik ben niet veranderd ten opzichte
van twee of vijf jaar geleden, maar beetje bij beetje ben ik misschien wel wat wijzer
geworden. Dat maakt mij niet de grote man, maar ik ben natuurlijk wel de
afmaker.’
‘Ik wist sowieso dat de Tour bij
Soudal Quick-Step naar
Remco zou gaan. Ik heb ook geen aanbieding gehad, dus eigenlijk heeft Patrick
Lefevere me niet eens de keuze gegeven. Dat vind ik wel jammer, maar het is ook
wel echt niet anders. Remco verdient een volledige ploeg, maar ik moet ook ondersteuning krijgen. Dat zou hand in hand kunnen, maar dan ga je op twee paarden wedden.’
Was The Wolfpack van de afgelopen maanden nog wel The
Wolfpack waarmee jij bent begonnen bij de ploeg?
‘Dat wel. De staf was nog steeds aanwezig en alle renners
waar ik een band mee heb of had, die reden daar nog. Maar ik had wel door dat
het daar dit jaar niet meer zo zou zijn als vorig jaar, ze hebben ook tien of
elf jonge jongens en zijn ook niet meer de ploeg die voor dagsucces of ritten
gaan. Een renner als Mikel Landa is natuurlijk supergoed, maar ik kan zijn
laatste overwinning niet meer voor de geest halen. Dat doet niets af aan de
renner die hij is, maar voor zijn prijs kun je twee of drie renners halen die
meer koersen winnen. Dat is hun keuze, die ik in die zin volledig begrijp.’
Van Lefevere naar Spekenbrink: kan het contrast groter?
‘Voor mij zijn er heel veel overeenkomsten, maar Patrick
mengt zich meer in de discussie en is harder richting de buitenwereld en media.
Ze hebben allebei wielrennen en hun eigen ploeg als passie en zijn al jarenlang
op hun manier stabiel binnen het wielerpeloton. Zowel Patrick als Iwan heeft
een trackrecord van jaren als CEO, met elk hun eigen visie. Ik zie meer gelijkenissen
dan verschillen tussen de twee, al weet ik niet of ze daar allebei blij mee
zijn om te horen.' (lacht)
Was het een gemakkelijke keuze om voor dsm-firmenich
PostNL te gaan?
‘Ja, eigenlijk wel. Vanaf het begin hebben we open en eerlijke
gesprekken gehad, met Iwan, Rudi Kemna, Roy Curvers… over wat ik
wil en verwacht van een ploeg, maar andersom ook over wat zij willen én
verwachten. Als dat dan klopt, dan kun je met elkaar in zee. Ik wil graag sprinten,
zij willen graag een sprinter… zij spreken sowieso in de wij-vorm, maar ik weet
ook dat we het – zeker als sprinter – met elkaar moeten doen.’
Hebben Spekenbrink en co nu hun nieuwe Marcel Kittel in huis?
‘Ik hoop dat ik net zo veel mag en kan winnen als Kittel, en
dat is ook het streven. Ik weet niet of dat lukt, maar ik heb nu meerdere
ritzeges in de Vuelta en één in de Tour en daar willen we er met zijn allen nog
een paar bijzetten.’
Hoe gaat de lead-out er dan ‘met zijn allen’ uitzien?
‘Timo Roosen als voorlaatste man en Tobias Lund Andresen als
laatste man in eerste instantie, maar ook met Bram Welten, Nils Eekhoff, John
Degenkolb en
Julius van den Berg. Omdat ik Giro en Tour doe wisselen we door
het jaar heen wel wat, ook omdat we allemaal met elkaar samen moeten werken.
Dat ben ik in zes jaar tijd niet anders gewend, ik ben wel vaker van lead-out
gewisseld bij Quick-Step. Daar heb ik er wel zeven of acht gehad. Dus ik kijk
daar wel naar uit, want van iedereen kan je wat leren. Er lijkt ook een goede
balans te zijn tussen ervaring en jonge honden.’
Wat is je eigen rol geweest in de totstandkoming van die
balans?
‘Toen we spraken over een transfer, hebben we het wel over
namen en rugnummers gehad. Dat is wel een proces geweest waarbij meerdere namen
besproken zijn, zoals Michael Morkov, Florian Sénéchal, Danny van Poppel en
Bert Van Lerberghe. Maar met een jongen als Bram Welten kun je ook op de
toekomst bouwen, wie zegt dat hij niet naar het niveau van een Morkov toe kan groeien?’
‘De lead-out van dsm-firmenich PostNL was wel op niveau,
maar in bijvoorbeeld de Tour hebben we ze niet gezien. Dat is niet alleen maar
namen wisselen, maar het is een soort balans die je samen moet zoeken. Met een
jongen als Timo, die succes heeft gehad met Dylan Groenewegen en Olav Kooij en
zelfs Nederlands kampioen is geweest, luistert iedereen wel. Dan bedoel ik écht allemaal: niet alleen Tobias Lund Andresen en Niklas Märkl, maar ook ik.’
‘Degenkolb is natuurlijk een schat aan ervaring, en dan
hebben we met Eekhoff ook nog een megamotor. Ik ben gewend om met Asgreen en
Lampaert te werken, en dan zie ik veel gelijkenissen. Dan ga ik niet zeggen dat
dat voorjaarsspecifiek is, maar je ziet het ook aan zijn prologen: hij kan echt
wel drie kilometer boren, die gasten heb je nodig.’
Naast de lead-out is ook je programma van belang geweest,
want je wilde naar de Tour.
‘Het programma is het belangrijkste. Niki Terpstra heeft mij
altijd het advies gegeven: als je sportief de beste keuze maakt, dan ben je én
het gelukkigst en zit het uiteindelijk financieel ook altijd goed. De Giro en
Tour, dat is waar mijn kwaliteiten liggen. Ik ben gewoon niet echt een klassiek
renner, anders had ik wel in die groep gezeten. Ik kan Kuurne-Brussel-Kuurne
winnen, maar Gent-Wevelgem en Milaan-Sanremo wordt al heel veel moeilijker. Dan
moet je keuzes maken.’
Hoe zien die keuzes er precies uit in 2024?
‘Als je het voorjaar wil doen, kan je niet direct door naar
de Giro. De opbouw naar Giro én Tour moet mogelijk zijn, en dat gaan we dan ook
proberen. En dan moeten we het voorjaar laten schieten, voor een deel. Ik rijd
Oman, UAE Tour, Parijs-Nice, Bredene-Koksijde. Brugge-De Panne, de Ronde van Turkije
voor de Giro en werk vanaf Baloise Belgium Tour naar de Tour toe.’
Afgelopen jaar lukte het niet in de Tour, heb je daarmee
gezeten?
‘Het was niet mijn beste seizoen, maar ik ben ook niet
ontevreden. Als je een rit wint in Tirreno, twee keer in de Ronde van België en
Denemarken… dan is het alleen écht niet gelukt in de Tour, maar de
overwinningen komen ook niet op bestelling. Met mijn capaciteiten moet de weg
naar de grootste doelen zonder hobbels zijn. Met een valpartijtje kom je wel
weg, maar met zo’n klapper in volle finale en vervolgens twee bergritten niet.
Dat had ik zelf ook onderschat, ik dacht ook dat ik er nog wel overheen zou
komen. Er was niets gebroken, maar uiteindelijk was het wel aan de nachtrust en
wattages te zien dat ik niet meer kon rijden wat ik eigenlijk zou kunnen. Ik
was onder niveau bezig.’
Nieuw jaar, nieuwe kansen. We lopen al stevig uit ons tijdvak, dus ik moet je helaas laten gaan. Succes dit seizoen, Fabio!
'Hoe veel vragen heb je nog? Pik de leukste er nog maar uit.'
Julius? (Jakobsen knikt) Daar ga je nu ook samen mee koersen, hoe bijzonder is dat? Is de cirkel nu rond?
‘Ja, Julius! Ik heb Julius altijd in de gaten gehouden. Bij de eerste
gesprekken heb ik zijn naam wel eens laten vallen, omdat hij echt wel een best
onderschatte renner is. Hij komt over als een soort losbol die heel relaxed is,
maar er zit echt wel een motor in. En hij wordt beter naarmate de kilometers
die hij koerst. Na de zomer kwam er nog een plekje vrij en toen had ik het er
met Roy Curvers over, dus toen heb ik ze laten weten hoe ik het zie. Daar
durfde ik wel mijn hand voor in het vuur te steken.’
‘Wat Julius bij EF aan structuur miste, krijgt hij hier nu
misschien teveel. Het is hier niet overdreven gestructureerd, want ik richt
mijn hele leven al zo perfectionistisch in. Omdat ik dan weet dat je terug kan
kijken waar iets is misgegaan, maar voor hem is dit misschien een nieuwe start.
De cirkel is inderdaad rond zo samen, laten we nog verder schrijven aan dat
verhaal. We zijn als het goed is nog niet eens op de helft van onze loopbaan,
ik hoop zeker nog tot aan mijn 35e te fietsen.’
Tom van der Salm (Twitter:
@TomvanderSalm) | e-mail:
[email protected])