Atilla Valter maakte
in de negentiende etappe van de Giro d’Italia deel uit van de kopgroep. De
Hongaar van Groupama-FDJ streed in de finale vervolgens samen met vier
andere renners voor de ritzege. Valter was in de sprint echter kansloos,
doordat hij verrast werd door de laatste bocht. ‘Ik had het vooraf niet
gecheckt.’
Valter reed lange tijd
een onzichtbare Giro, daar er veel van hem werd verwacht, nadat hij een sterke
Tour of the Alps reed. Bovendien startte de Giro in zijn thuisland Hongarije.
In de derde week komt de klimmer echter beter voor de dag. Zo zat hij in de
zeventiende etappe al mee in de kopgroep. Dat lukte hem vrijdag ook, ondanks de
vlakke start. ‘Ik moet mijn ploeggenoot Clement Davy bedanken, want
zonder hem zou ik nooit in een ontsnapping als deze geraken. Hij bracht me in de
positie om voor de zege te strijden’, vertelt Valter aan Discovery+.
‘Eindelijk had ik in deze Giro goede benen’, vervolgt Valter.
Hij kon op de slotklim geen verschil maken ten opzichte van zijn vier
medevluchters. ‘In de finale waren we erg aan elkaar gewaagd, wat het lastig
maakte om aan te vallen. Daardoor werd het een spelletje van wie het langste
kon wachten. Ik wist dat de anderen heel snel waren, maar ik vertrouwde ook mijn
eigen sprint omdat ik goede benen had.’
Uiteindelijk eindige Valter als vierde van de vijf, mede
omdat hij werd verrast door de laatste bocht, die al voor de nodige commotie na
afloop zorgde. ‘Het was een erg tricky finale, de laatste bocht werd slecht
aangegeven. Ik had het moeten checken’, geeft Valter eerlijk toe. ‘Ik had zo’n
einde van de rit niet verwacht.’ Valter is ook niet te spreken over de plek van
de finish. ‘Het was onnodig om de finish een paar meter na een bocht te leggen.
Gelukkig stonden er geen hekken, anders waren Vendrame en ik zwaar gevallen. De
benen zijn in ieder geval weer goed, maar ik had graag gewonnen’, besluit de
Hongaar.
Zie hieronder de tumultueuze sprint