Jonas Vingegaard vond in
de zevende etappe van
Parijs-Nice zijn meerdere in zowel Tadej Pogacar als David
Gaudu. Toch wist de strijdvaardige Deen de schade knap te beperken tot een verlies
van zes seconden op de lange slotklim.
Tobias Foss dunde het peloton
stevig uit op de Col de la Couillole, waarmee een aanval van Vingegaard in de
maak leek. Het duurde echter lang totdat die kwam, en pas na een demarrage van
Chris Harper besloot de Tourwinnaar te versnellen. Al snel bleek dat er te weinig
punch achter de aanval schuil ging. Pogacar en Gaudu bleken vervolgens op de klim
wat sterker te zijn.
‘De versnellingen waren mij
vandaag wat te machtig’, opent Vingegaard zijn verhaal op de
ploegsite. De
ronderenner koos zijn eigen tempo en dat betaalde zich uit. ‘Dat ging naar
behoren. Na iedere aanval kon ik terugkeren, dat geeft in ieder geval
vertrouwen. Maar ik weet ook dat ik nog moet verbeteren dit seizoen. Deze race
behoort niet tot de absolute hoofddoelen van dit seizoen, dus er is nog tijd om
dat te verwezenlijken’, klinkt Vingegaard optimistisch.
Zondag besluit
Parijs-Nice
met een explosieve bergrit. ‘Er is morgen nog een etappe. Daarin kan nog een
hoop gebeuren, dus ik begraaf de strijdbijl zeker niet. Ik blijf ervoor vechten’,
legt Vingegaard zich nog niet bij de huidige stand van zaken neer. In het
klassement staat de Deen derde op 58 seconden van Pogacar. Gaudu volgt op
twaalf van de Sloveen.
Foss: 'Op een gegeven moment was de tank leeg'
In de reactie van Jumbo-Visma
komt ook wereldkampioen tijdrijden Foss nog even aan het woord. ‘Ik heb het gevoel dat ik Jonas vandaag goed
heb kunnen bijstaan. Ik voelde me vandaag niet optimaal, maar ik besloot er vol
voor te gaan. In de eerste kilometers van de slotklim heb ik alles gegeven wat
ik in me had. Op een gegeven moment was de tank leeg en was het aan Jonas om er
het maximale uit te halen. Zelf ben ik vervolgens op eigen tempo naar de finish
gereden.’