Het was Alpecin-Deceuninck-sprinter Jasper Philipsen die er in de derde etappe van de Tour met de
zege vandoor ging. Na afloop van de rit ging het echter vooral om de 'sprintlijn' van Philipsen, die mogelijkerwijs op een onjuiste manier de deur zou hebben dichtgegooid. Onder anderen
Fabio Jakobsen en
Wout van Aert hadden hun twijfels geuit omtrent de spurt van de 'Vlam van Ham'. Ook
Merijn Zeeman, ploegleider bij Jumbo-Visma, sprak na afloop over het 'voorval', waarbij uiteindelijk na lang juryberaad werd besloten dat Philipsen 'gewoon' de ritwinnaar was.
'Ik vind het een goede zaak dat er tegenwoordig een VAR is', stelt de 44-jarige Zeeman tegenover onder meer het
Algemeen Dagblad. 'Ze kunnen de beelden tien keer terugkijken en beslissen of het wel of niet volgens de regels is gegaan. Als de jury zegt dat Philipsen heeft gewonnen, dan ga ik ervan uit dat het op een eerlijke en goede manier is gegaan en dan is hij de terechte winnaar', toont de ex-amateurwielrenner zich sportief.
'Ik ga de sprint aan de rechterkant van Jasper aan. We zaten een beetje op dezelfde hoogte te sprinten, maar op een gegeven moment raak ik hem. Daarna raak ik aan de andere kant ook het publiek. Daardoor verlies ik een beetje mijn momentum en kom ik in de laatste meters niet meer aan sprinten toe', luidde
de analyse van Van Aert, die de etappe uiteindelijk als vijfde afsloot. Zeeman sluit zich aan bij de woorden van zijn poulain. 'Wout wil rechts passeren en die weg buigt naar rechts, dan zal iedere renner een heel klein beetje moeten opschuiven.'
Zeeman stelt ter afsluiting dat de vlakke ritten als 'bonusetappes' worden gezien binnen de succesformatie, waarmee andermaal benadrukt wordt dat een eventuele eindoverwinning met klassementsrenner Jonas Vingegaard de allerhoogste prioriteit geniet. 'Als je geen echte sprinttrein hebt, moet het altijd net goed uitkomen. Het had vandaag raak kunnen zijn. Dit was buiten zijn schuld. Ze raakten elkaar en hij verloor zijn snelheid.'