Patrick Lefevere vindt het schandalig dat hij op het WK moet opdraaien voor een groot deel van de kosten die zijn renners maken, terwijl ze eigenlijk in dienst van een ander rijden. Dat schrijft hij in zijn column voor Het Nieuwsblad. Lefevere heeft in totaal vijftien renners op het WK, maar moet deels voor hen betalen, terwijl ze voor een andere ploeg rijden. ‘Een deel van onze renners moeten we zelf invliegen en we zullen ook nog een klein wagenpark hebben rondrijden’, schrijft Lefevere. ‘Een WK kost mij geld en dat is al jaren zo. Zeker de kleine federaties hebben weinig geld en rekenen op goodwill van de ploegen.’ Zo stuurt Lefevere onder meer dokters, verzorgers, mecaniciens en ploegleiders naar Groot-Britannië. ‘Ik betaal al die mensen, maar ze werken dus voor een ander.’
‘Op zich is dat een absurde situatie, maar in het wielrennen is het nog nooit anders geweest. Het WK kost mij elk jaar duizenden euro’s’, doet Lefevere zijn beklag. ‘Wat je ervoor terug krijgt? Vroeger mochten renners de broek dragen van hun merkenploeg, maar zelfs dat is eruit aan het gaan. Alleen de helm blijft nog over. Hoera. In België staan uit goodwill van de bond Deceuninck en Quick-Step nog op de zijkant van de trui. Jammer voor de broers Roodhooft, maar op de trui van
Mathieu van der Poel staan alleen nationale sponsors.’
‘Als ik geluk heb, keren één of meer van mijn vijftien renners terug als wereldkampioen. Dan mag ik een bonus betalen. En voor de regenboogtrui legt de UCI ons wel allerlei restricties op. Ik mag mijn sponsors erop zetten, maar alleen in het klein. Tussen de regenboog en het logo van de UCI in’, besluit Lefevere. (Foto: Screenshot)