Column: Stay strong, in het mijnenveld dat wielrennen heet IDL-producties

Column: Stay strong, in het mijnenveld dat wielrennen heet

Door Bram van der Ploeg 23 januari 2020 | 11:00


Wekenlang trainen, jezelf iedere dag uit de naad werken, iedere dag letten op wat je eet, genoeg drinken, veel reizen, steeds beter worden en dan: BAM! In de tweede etappe van de eerste echte koers van het seizoen lig je op de grond. Ben Hermans toonde in de Tour Down Under nog maar eens aan hoe ondankbaar het leven van een wielrenner is.

De Belg van Israel Start-Up Nation is geen heel grote naam in het peloton, dus zullen vele wielervolgers het bericht niet eens hebben aangeklikt toen het langs kwam in hun headlines. 'Balen voor hem, tijd voor een bakkie koffie.' Wie echter écht stilstaat bij zo'n crash, beseft snel dat het wielrennen van kleine drama's aan elkaar hangt; iedere dag weer.

Het houdt niet op, niet vanzelf...

Een wielrenner kan zo'n tien jaar op topniveau mee, vijftien voor de echt grote talenten. In die jaren moet het gebeuren, ieder jaar is het eigenlijk D-day. Renners die stelden dat ze na een mislukt seizoen sterker terug zouden komen, kwamen vaak van een koude kermis thuis. In het wielrennen moet je er iedere dag staan, iedere week en uiteindelijk ieder jaar. Er zijn zo ongelofelijk veel voorbeelden van hoe het ook kan lopen, door stomme pech of een ongeluk.

Tom Dumoulin verloor een jaar van zijn kostbare carrière door een val op zijn knie, recent lazen we nog het indrukwekkende verhaal van Ian Boswell, die na een val op zijn hoofd een jaar lang sterretjes zag. Sam Oomen en Fabio Aru weten inmiddels wat een beknelde liesslagader inhoudt en dan zijn er natuurlijk nog de meest extreme voorbeelden van wielerleed, zoals John Degenkolb en Petr Vakoc. Het houdt niet op, niet vanzelf. En we weten nu al dat er in de komende maanden nog tientallen gevallen bij gaan komen.

'Wie staat er in juli zonder schrammetje aan de start?'

Je kunt als wielrenner nog zo hard kunnen fietsen, nog zulke grote dromen hebben en nog zo lang op hoogtestage gaan; wie een grote wielrenner wil worden, moet bovenal zoveel mogelijk heel blijven... In de Tour Down Under worden we na een winterlang vooruitblikken weer met onze neus op de feiten gedrukt. Ik ken geen sport die zo keihard is, waar een tegenslag zulke enorme gevolgen kan hebben. Waar de kans op blessures bovendien ook zó groot is. Een wielrenner kan bij wijze van spreken bij het halen van de post zijn seizoen in rook zien opgaan.

En wie het leven thuis overleeft en iedere dag veilig weer veilig thuis komt in de wirwar aan potentiële mijnen, kan in de koers alsnog hard op zijn bek gaan; letterlijk en figuurlijk. Egan Bernal ging plat op een rotonde en miste de Giro, Chris Froome waaide tegen een muur en miste de Tour, Wout van Aert werd opengereten door een hek, we denken wederom aan Dumoulin, maar hierbij vooral ook aan al die anderen. Waterdragers, jongens die hun tien á vijftien jaar wielrennen voor anderen leven; ook zij misten bijna stuk voor stuk hele maanden of jaren uit hun carrière door blessures en crashes.

Ik kan er slecht tegen, merk ik. Het is zo oneerlijk. En het maakt je ook terughoudend. In de levende discussie over de naderende Tour-oorlog tussen INEOS en Jumbo-Visma merk ik dat ik mezelf vooral afvraag: Wie staat er in juli daadwerkelijk zonder schrammetje aan de start? En wie van de twintig favorieten staan er na één week nog schadevrij voor? Hoeveel Ben Hermansjes gaan we de komende maanden nog zien? Hoeveel dromen zien we nog in duigen vallen, nog ver voordat de Tour überhaupt begonnen is?

Stay strong, heren wielrenners, in het mijnenveld dat wielrennen heet. (foto: Sirotti)

Bram van der Ploeg (Twitter: @BvdPloegg | e-mail: redactie@indeleiderstrui.nl


Tags:

Reacties

Er zijn nog geen reacties geplaatst, wees de eerste!

Reageer


Meer nieuws