Elk jaar wagen nieuwe
talenten, jong of als laatbloeier, de overstap naar de top van het wielrennen.
Sommigen zullen slagen en eeuwige wielerglorie vergaren, anderen zullen
misschien ambities bij moeten stellen en zich in een dienende rol moeten
plaatsen en een paar zijn na een jaar alweer weg. In de Leiderstrui licht
verschillende van deze renners voor je uit. Vandaag: Jason Osborne, stagiair
bij Deceuninck-Quick-Step. | Naam | Jason Osborne |
| Nationaliteit | Duits |
| Leeftijd | 27 (20-03-1994) |
| Specialiteit | Tijdrijden, heuvelachtige parcoursen |
| Huidige ploeg | Deceuninck-Quick-Step (stagiair)
|
| Vorige ploeg | Niet van toepassing |
Belangrijkste resultaten op de weg
| Niet van toepassing |
De voorbeelden van atleten die op relatief latere leeftijd
de overstap maken naar het wielrennen stapelen zich onderhand op. In navolging
van onder andere Primoz Roglic, Michael Woods, Anton Palzer, begint de Duitse
ex-roeier
Jason Osborne ook aan een avontuur in het wegwielrennen, als stagiair
bij
Deceuninck-Quick-Step. Hoewel hij dus nog geen prof is, loopt
In de
Leiderstrui alvast op de zaken vooruit door Osborne en zijn opmerkelijke
verhaal voor u uit te lichten.
De 27-jarige Osborne stond tot recent vooral bekend als een
meer dan verdienstelijk roeier. Zo won hij in 2018 het onderdeel Skiff
(individueel onderdeel) op het wereldkampioenschap en voegde hij kortgeleden in Tokio de
nog ontbrekende olympische medaille toe aan zijn palmares. Osborne pakte namelijk
samen met Jonathan Rommelmann de zilveren plak in de lichte dubbeltwee.
Osborne: 'Veel basistraining gedaan op de racefiets'
Hoewel de professionele carrière van Osborne tot voor kort
in het teken stond van roeien, is de racefiets allesbehalve nieuw voor hem, zo
vertelde hij in een
persbericht van
Deceuninck-Quick-Step. ‘Fietsen is altijd een
onderdeel geweest van mijn trainingsritueel bij het roeien. Ik heb veel
basistraining op de fiets gedaan sinds 2012, toen ik mijn eerste racefiets
kocht. De jaren daarna werd mijn passie voor het fietsen groter en nam ik ook
aan wat wedstrijden deel, om mij zodoende verder te ontwikkelen.’
De wedstrijden die Osborne reed waren
echter vooral op amateurniveau, al ging hij wel al tot tweemaal toe de strijd
aan met de beste Duitse tijdrijders op het nationaal kampioenschap. Waar
Osborne in 2018 achtste werd op ruime afstand van Tony Martin, ging het in
2019 al een stuk beter met een zesde plek en een kleinere achterstand (1.27
minuut) op Der Panzerwagen.
Osborne imponeert in de virtuele fietswereld
Osborne maakte echter vooral furore in de
virtuele wielerwereld van Zwift. Zo won hij in de virtuele wieler-Bundesliga al een rit met aankomst
op de Alpe du Zwift, de virtuele evenknie van de Alpe d’Huez. Daar klopte hij
voormalig mountainbiker en huidig WorldTour-renner Ben Zwiehoff, die onlangs
een verdienstelijk Vuelta a España reed in dienst van BORA-hansgrohe.
De kers op de taart voor
Osborne was echter de wereldtitel eRacing in 2020, dat vanwege de coronacrisis meer
aandacht genereerde dan de jaren daarvoor. Bovendien deden er verschillende
sterke wegrenners mee, zoals Victor Campenaerts, Rigoberto Urán en Tom Pidcock.
Zij en de rest waren echter niet opgewassen tegen Osborne die met een knallende
versnelling in de laatste vijfhonderd meter iedereen de baas was.
Osborne dankt explosiviteit op de fiets aan
het roeien
Zijn explosiviteit dankt
Osborne aan zijn jarenlange harde werken in het roeien. Daar draaien de
wedstrijden immers om een enorme inspanning over een korte periode. In gesprek
met
Velonews doet Osborne een boekje open over welke enorme wattages hij kan
trappen gedurende een fietstest van twintig minuten. ‘Tijdens het fietsen kan
ik ongeveer 470-480 watt aanhouden voor twintig minuten.’ Met zijn gewicht van
72 kilo komt dat neer op 6.3 watt per kilogram. Het zijn voor een wielrenner
indrukwekkende data, maar het kopiëren van deze wattages naar de finale van een
wielerkoers is een volgende uitdaging.
Een wielerwedstrijd is
immers veel langer dan twintig minuten. Desondanks blijft de enorme acceleratie
die Osborne in de benen heeft een enorm wapen. De wedstrijden zijn dan wel veel
langer dan in het roeien, maar koersen worden vaak beslist door een explosieve
aanval op een helling/berg, of uiteraard in een sprint van ofwel het peloton
als een kopgroep. Als Osborne zijn explosiviteit weet te koppelen aan het
benodigde uithoudingsvermogen, zou hij op papier ver moeten komen.
Wat voor type renner is Osborne?
De volgende vraag is dan: in
welk type koersen mogen we wat van Osborne verwachten? ‘Ik houd van tijdrijden, maar ook van
heuvelachtige parcoursen waar je explosieve inspanningen moet doen op korte
klimmen’, aldus Osborne. Zijn hoge vermogen over twintig minuten sluit alvast
goed aan bij het rijden van tijdritten. Verder hoopt de Duitser dus te
presteren in heuvelachtige wedstrijden, wat gezien zijn explosiviteit ook een
kansrijk streven is. De bouw van Osborne sluit met een lengte van 1,78 meter en een
gewicht van 72 kilo daar goed bij aan. Voor het hooggebergte is hij té zwaar,
maar wellicht met een andere focus liggen ook daar kansen. Het kloppen van
Zwiehoff, een goede klimmer, op de Alpe du Zwift duidt alvast op wat
mogelijkheden.
De klassiekers lijken Osborne op voorhand
echter beter te liggen. Zo maakte hij veel indruk door tijdelijk de trotste
eigenaar van de prestigieuze Strava-KOM van de Muur van Geraardsbergen te zijn.
‘We staan er
ook allemaal van versteld van wat hij allemaal op een fiets kan’, vertelde
collega-roeier Tim Brys aan
Sporza. ‘Het is niet te beschrijven. Hij was er nog
nooit geweest, hij kwam er speciaal een dag voor naar België, om KOM's te
pakken. Hij had nog nooit op kasseien gereden.’'
'Deze jongen heeft duidelijk iets dat indruk op hen heeft gemaakt'
- Bradley WigginsOok een andere voormalig roeier, maar vooral
bekend als uiterst succesvol baan- en wegwielrenner, heeft veel vertrouwen in
de mogelijkheden van Osborne als wielrenner. We hebben het uiteraard over
Bradley Wiggins, die een kort en onsuccesvol uitstapje naar de roeisport maakte.
‘Als hij zijn conditionele kwaliteiten vanuit het roeien kan toepassen in het
wielrennen en zijn percentage lichaamsvet kan laten zakken tot hele lage
niveaus, dan heeft hij de fysieke kwaliteiten en het vermogen om iets
ongelofelijks te doen’, vertelde de Brit in het Eurosport-programma
The Breakaway tijdens de voorbije Vuelta.
‘Ze (Deceuninck-Quick-Step, red.) hebben hem
niet voor niets gecontracteerd’, vervolgt Wiggins. ‘Patrick (Lefevere, red.) is
niet dom. Deze jongen heeft duidelijk iets dat indruk op hen heeft gemaakt. En
met de toewijding en de mentaliteit die hij meebrengt van het roeien naar het wielrennen
zal hij een paar mensen verrassen. Ik denk dat hij heel, heel goed zal zijn.’
Dat Osborne indruk heeft gemaakt op
Deceuninck-Quick-Step,
bevestigt hoofdcoach Koen Pelgrim. ‘We hebben Jasons fysieke mogelijkheden gezien bij het winnen van
het WK eRacing. Dat werd nog eens bevestigd in een test die we met hem deden.
We zijn benieuwd hoe hij het kan vertalen naar koersen.’ Daarmee doelt Pelgrim
vooral op het rijden in een peloton. ‘Het wordt een proces voor hem om zich
daar verder in te ontwikkelen We gaan onze ervaring gebruiken om hem te helpen
met die transitie.’
Osborne draait goed mee in kermiskoersen in aanloop naar
eerste profkoers
Osborne
toonde in de recent verreden kermiskoers Gullegem Koerse alvast dat hij zich
kan onderscheiden in een peloton van ruim honderd renners. De Duitser zat lang
mee in de voorste groep, maar miste in de finale de beslissende slag, in de
koers die werd gewonnen door de andere stagiair van Deceuninck, Stan Van
Tricht. Osborne finishte uiteindelijk als 27ste.
Een paar dagen later stond de
Duitser ook aan het vertrek in een andere kermiskoers, Izegem Koerse. Na afloop
liet hij weten het nodige geleerd te hebben. ‘Na ongeveer twee uren koers begon het te regenen als een gek.
Ik probeerde me te concentreren op de natte wegen, en op de dingen die ik wilde
verbeteren van de wedstrijd in Gullegem. Ik begin de opzet en het verloop van
dit soort wedstrijden te begrijpen. Ik slaagde er zelfs in om vier à vijf bidons te
pakken op hoge snelheid, wat voor mij een verbetering is’, vertelt Osborne op
zijn Instagram met een kwinkslag. ‘Deze keer niet in de kopgroep, maar ik kwam
wel op het juiste moment (nog twee ronden te gaan, red.) naar de kop van het peloton,
zodat ik met het peloton naar de finish kon sprinten. Voor mij is een 26e
plaats in deze omstandigheden al een prestatie.’
Hoewel Osborne met de twee Kermiskoersen weer de nodige ervaring
als wegwielrenner heeft opgedaan, volgt zondag 12 september in de Grand Prix
Fournies zijn vuurdoop tussen een peloton vol profs. Vervolgens mag Osborne
woensdag 15 september beginnen aan zijn eerste rittenkoers, de Ronde van
Slowakije. Zijn het de wedstrijden die straks kunnen gezien worden als het
startpunt van een nieuw hoofdstuk voor Osborne als wielrenner? Of eindigt het
wieleravontuur in een korte dappere poging? Zoals Wiggins die de omgekeerde weg
trachtte te bewandelen. We weten het waarschijnlijk snel genoeg.
Wilbert van der Velde |
[email protected]