Blanka Kata Vas kwam de voorbije jaren sterk opzetten als
vreemde eend in de bijt in de sterk Vlaams en Nederlands gekleurde crosswereld.
Hoewel ze snel haar plaatsje veiligstelde, moest ze aanvankelijk nog veel leren
én zich aanpassen aan het weer. ‘Wij zijn tenminste zo
slim om die wedstrijden in de zomer te houden.’
Wat Mathieu van der Poel, Wout van Aert
en Tom Pidcock bij de mannen zijn, mag je de Hongaarse Vas bij de vrouwen
noemen: multitalent als het om sporten op twee wielen aankomt. Zo werd ze
vierde op de Olympische Spelen mountainbike van Tokio, vierde op de WK-wegrit
van 2021 en is ze natuurlijk zeer sterk in het veld. Hoewel Vas dit seizoen in
de grote crossen wat minder voor de dag komt, won de renster van
SD Worx met de
Nacht van Woerden en de
Kermiscross van Ardooie wel twee veldritten.
Dat de 22-jarige Vas in aanraking met het
wielrennen kwam, had alles te maken met haar vader. ‘Hij doet aan
marathonwedstrijden op de mountainbike. Bij iedere vakantie zette hij zijn hele
gezin op de fiets. Op mijn derde maakte ik al lange tochten op mijn kleine
mountainbikeje. Natuurlijk doe je dan ook af en toe aan wedstrijden mee. Ik won
ze meestal, maar veel stelde het niet voor’, vertelt Vas in gesprek met
Knack Sportmagazine.
'Met Marianne Vos had ik dat het meest. Zij was mijn idool, samen met Mathieu van der Poel. Bij die twee zie je dat ze genieten op de fiets. Ze laten het hip lijken.'
- Blanka Kata VasVas haar vader moedigde haar uiteindelijk aan om in België een
cross te rijden, Loenhout welteverstaan. Het was alvast wat anders dan ze in
Hongarije gewend was. ‘Mijn vader vond dat ik ook in de winter competitie kon
gebruiken, en hij wist dat veldrijden groot is in België. Ik werd meteen derde
in Loenhout, maar wat haatte ik de sport. Kou, nat, modder, wind: bah! Ik had
in Hongarije al aan veldrijden gedaan, maar wij zijn tenminste zo slim om die
wedstrijden in de zomer te houden’, lacht Vas.
Toen Vas beter en beter werd, trof ze ook de wereldtoppers. Aanvankelijk
toonde ze naar eigen zeggen te veel ontzag. ‘Bij mijn eerste koersen liet ik me
intimideren door de bekende rensters. Dan ging ik in de remmen wanneer ik naast
Sanne Cant reed, opdat ik haar zeker niet zou hinderen. Dom. Ik heb mezelf
moeten overtuigen dat ik het waard ben om voorin te koersen. Met Marianne Vos
had ik dat het meest. Zij was mijn idool, samen met Mathieu van der Poel. Bij
die twee zie je dat ze genieten op de fiets. Ze laten het hip lijken.’
Vas: 'Waar ik het best in ben? Geen idee'
Wat de toekomst betreft is Vas niet van plan om zich te
specialiseren in een specifieke discipline. ‘Ik denk niet dat ik ooit een
discipline helemaal laat vallen. Ik vind ze allemaal leuk, en heb op elk
terrein kansen. Weg-wielrennen is fijn omdat dat een ploegsport is: winnen doe
je samen, en de slimste haalt het vaak. Bij mountainbiken en veldrijden gaat
het om techniek en kracht. Waar ik het best in ben? Geen idee. Schrijf maar:
overal even goed.’