Eli Iserbyt stelde zaterdag zijn eindzege van de
Superprestige veilig met een tweede plek in Gavere. Het ging echter
allesbehalve zonder horten en stoten. De Belg viel namelijk onderweg en moest
aan de bak om terug te keren, wat hem uiteindelijk ruimschoots lukte. ‘Ik dacht
toch even: het zal toch niet weer.’
‘In het begin was ik wel goed en ik ben blij dat ik de
eindoverwinning heb kunnen behalen. Na mijn val was het geen vanzelfsprekendheid
meer’, begint Iserbyt zijn verhaal in het flashinterview. ‘Ik nam een spoor en mijn
evenwicht zat een beetje naar rechts en ik denk dat ik aan het lint of kussen
vastzat’, vertelt de Belg over zijn val.
‘Ik was aanvankelijk wat suf, maar kon mijn fiets weer pakken
en verdergaan. Daarna ging ik alleen wel wat over mijn toeren om terug te
keren. Ik voelde me vervolgens geblokkeerd en het was echt vechten om het uur
rond te maken’, vervolgt Iserbyt. Toch heeft hij geen spijt van zijn razendsnelle
comeback naar de voorste plekken. ‘Ik moest ook wel, want ik lag in zesde, zevende
positie. Er was niet echt paniek, maar hoe sneller hoe beter.’
Iserbyt kon uiteindelijk nog het langste mee met Van der Haar,
maar de winst zat er niet in. ‘Lars was in ieder geval zeker de sterkste’, is hij
duidelijk. Achter Van der Haar vocht Iserbyt een duel met Toon Aerts uit om de
tweede plaats. ‘Hij blies zich in de voorlaatste ronde compleet op. Dat voelde
ik ook en ik ben blij dat ik in de laatste ronde nog bij hem kon wegrijden. Het
is toch altijd mooier om dan nog tweede te worden en de eindwinst mee te nemen.
Het (Superprestige-klassement, red.) is al twee jaar mijn zwarte beest, steeds
net niet. Nu ben ik dus wel blij, want bij die valpartij dacht ik toch even: het
zal zeker weer niet lukken.’