Wie de afgelopen weken naar het veldrijden heeft gekeken, zou niet denken dat het er in Nederland slecht voorstaat met de sport. Zowel bij de mannen als vrouwen is het al oranje wat de klok slaat, maar toch is niets minder waar. Fulltime profs als
Ryan Kamp en Mees Hendrikx moesten vechten voor hun contract, waardoor bondscoach
Gerben de Knegt zichzelf genoodzaakt zag om het probleem aan te stippen. In Benidorm verschafte hij tegenover
In de Leiderstrui meer tekst en uitleg.
Alsof het een nieuwjaarsvoornemen was. Bij
de bekendmaking van zijn nationale selectie voor de Wereldbeker in Zonhoven op 2 januari wilde De Knegt
wat kwijt, nadat het podium in Hulst (Wereldbekercross in eigen land op 30 december) zowel bij de mannen als vrouwen volledig gevuld werd door renners en rensters met de Nederlandse nationaliteit.
'Bij de mannen bestond zelfs de top 4 uit Nederlanders, een historische prestatie. Voor Nederland zou het goed zijn als er ook bij ons een commerciële veldritformatie komt die kan wedijveren met de Belgische topteams. Je zou denken dat de tijd nooit eerder zó rijp is geweest voor een dergelijk team. Voor een renner als Kamp – die tegen de absolute top aanschurkt – was dat een welkome ontwikkeling geweest. Eigenlijk is het ongelofelijk dat een renner van zijn kaliber geen volwaardig team meer heeft', aldus De Knegt.
Zie het als Ronald Koeman die een ploeg zou moeten zoeken voor pakweg Cody Gakpo, Daley Blind of Justin Bijlow. Niet te vergelijken natuurlijk, maar kern van de boodschap is dat De Knegt naast tassendrager, reisverantwoordelijke, keuzeheer en fietsenschoonmaker nu ook zijn nek moet uitsteken voor commerciële zaken, waar hij als bondscoach van de KNWU natuurlijk normaliter niet mee van doen zou hebben.
Gerben, ik zag je laatst je
kop boven het maaiveld uitsteken met deze teksten. Hoe komt het toch dat dat
überhaupt nodig is?
‘De Nederlandse crossers kunnen
er zelf niet heel veel meer aan doen. Ze zijn beter dan ooit en toch staat er
voorlopig niemand op. Hoe dat dan komt? We hebben niet direct iemand die er
de kartrekker in is, dus dat is de reden dat ik het zo heb gezegd. 15 jaar terug
heb ik er zelf ook wel eens een keer met Richard Groenendaal over nagedacht, ook
omdat de sport dat echt wel nodig heeft. Ik denk gewoon dat er behoefte aan is
en ik moet zeggen: ik heb al wel wat telefoontjes gehad, van geïnteresseerde
mensen. En daar zit ook wel wat bij. In principe moeten ze mij als bondscoach dan niet bellen, maar ik kon en kan het op die manier wel een beetje aanzwengelen.’
Het is ook onderdeel van een
groter plaatje. Als jongens als Ryan Kamp en Mees Hendrikx nu buiten de boot
vallen, is dat ook totaal geen goed teken richting de renners/rensters die nu
belofte of junior zijn of zelfs nog daaronder. ‘Totaal niet. Dat verhaaltje
dat veldrijden Formule 1 is en dat je supergoed moet zijn om het te maken, heb
ik al vaker verteld. De benchmark is gewoon dat je wereldkampioen beloften moet
worden, anders word je niet zomaar prof. Kijk naar Ryan: die was wereldkampioen
veldrijden drie jaar terug. Mees was daar derde en die wint twee jaar terug nog
de Wereldbeker bij de beloften. Je moet dan ook wel doorpakken, maar toch…’
Aan de characters ontbreekt
het nochtans niet. Je hebt Mathieu natuurlijk, maar daarachter ook Lars van der
Haar, Pim Ronhaar, Joris Nieuwenhuis en Ryan Kamp. Stuk voor stuk toffe kerels,
altijd goede teksten, authentiek en met een leuk verhaal daarachter. ‘Allemaal leuke gasten,
helemaal eens. Stiekem zijn er ook heel veel mensen die cross kijken in
Nederland en het allemaal mooi vinden, maar er moet een keer iemand zijn die
het wat aan kan zwengelen. Dat heb ik nu proberen te doen, en hopelijk wordt er
dan eens doorgepakt.
Wat heeft een potentieel
Nederlands veldritteam dan nodig? Of zelfs: wat voor iemand?
‘Iemand die wat geld heeft en
belangrijker nog: die het ook als een mooi project ziet. Die de mensen aan
elkaar kan binden. Dat hoeft niet meteen een ploeg te zijn met vijf Nederlandse
profs, maar je kunt ook junioren en beloften steunen.’
En wat heeft de potentiële sponsor
eraan?
‘Een ploeg met een mix van
goede jonge renners en een top vijf-prof, dan kun je heel veel TV-minuten
pakken. Ook in de marge van het wegwielrennen kun je zo heel veel waar voor je
geld krijgen.’
Als je de KNWU vergelijkt met
Belgian Cycling, dan heb je het ook over een groot verschil qua budget.
‘We hebben een redelijk
budget, maar ook voor ons is het superlastig om sponsoren te zoeken. Ik wil niet
te negatief zijn, maar de elite rijdt – in tegenstelling tot de juniores en beloften
– hier ook niet rond in onze kleding. Wat kunnen we ze dan bieden? Mathieu, ja
dat wel… maar ja, dat is vaak ook maar voor een WK. Nederlander zijn ook geen
echte supporters van de sport, daar Belgen dat wel zijn. Nederlanders staan en
kijken, maar ze maken minder sfeer. Die vibe is er niet, wat in België wel is.’
Jij hebt nu aan de alarmbel
getrokken, Gerben. Hoe zie jij het dan binnen een paar jaar voor je, maak je je
daar zorgen over?
‘We moeten voor een deel ook
eerlijk zijn: de sport is altijd klein geweest. Vijftien jaar geleden is het
booming geworden en zijn er allerlei Belgische ploegen ontstaan, die ook gevuld
moesten worden. Vroeger waren er dertig starters en nu zijn het er overal al
gauw zestig. Die tweede categorie wordt nu een beetje de duimschroeven
aangedraaid, en dan gunnen ze het eerder een Belg dan een Nederlander.’
Verbloemt het succes van
Mathieu dan niet hoe slecht het daarachter gaat? Heel veel mensen kijken naar
de cross, daar heb je gelijk in. Maar een deel kijkt ook voor hem, het is toch
onze Sportman van het Jaar. Daar identificeren Nederlanders zich mee, net zoals
dat bij Max Verstappen het geval is.
‘Hij is een absolute
publiekslieveling, dat staat buiten kijf. Hij zal altijd wel een beetje blijven
crossen, omdat hij het gewoon mooi vindt. Ik denk dat verbloemen niet het juiste
woord is, omdat we meer Nederlandse profs hebben dan ooit. Het verbloemt alleen
dat er geen Nederlandse sponsor is, want op alle andere gebieden doen we het
supergoed. We halen meer WK-medailles dan België. Ze zeggen altijd dat België hét
crossland is, maar wij doen nu beter. En beter kunnen we niet doen. En al die
energie die ik erin stop, ook bij de jongeren, dat houdt ook een keer op. Ik
kan ook niet alles doen.’
Verklaar.
‘Mijn frustratie is dat we
heel veel goede junioren hebben, maar ik moet ze wel zeggen dat het nog beter
moet. Als je absoluut de beste van je generatie bent, dan kun je prof worden. Zo zit het momenteel in het veldrijden, daar moeten we niet omheen draaien.'
Tom van der Salm (Twitter:
@TomvanderSalm) | e-mail:
[email protected])