Bauke Mollema had een mooi aandeel in de overwinning van
zijn ploegmaat
Mads Pedersen in
de zesde etappe van de Giro d’Ítalia. De renner
van Trek-Segafredo deed in de laatste kilometers een sterke kopbeurt, waardoor
het peloton zicht hield om de twee vluchters in te halen.
Die vluchters waren Alessandro De Marchi en Simon Clarke. De
twee ervaren coureurs leken voor de ritzege te strijden, maar door gepoker van
De Marchi zagen ze de ritzege in rook opgaan. Vervolgens was het Pedersen die
een vroege sprint van Fernando Gaviria remonteerde en naar de ritzege snelde. Na
afloop kreeg Mollema voor zijn kopbeurt een dikke knuffel van Pedersen.
‘Heel mooi, heel mooi; lekker dat hij nu al valt in de eerste
week’, vertelt een blije Mollema na de etappe aan
Eurosport. ‘We waren er echt
op zoek naar de laatste dagen en we hadden al wat podiumplekken, tweede en
derde. We hebben er vandaag ook de hele dag voor gereden. Het was echt een
superzwaar parcours; de hele dag op en af, draaien en keren langs de kust.’
Mollema: 'Zullen zien hoe de benen zijn'
We wisten dat het een hele moeilijk dag was om te controleren,
maar we wilden er toch voor gaan’, vervolgt Mollema. ‘In de finale hebben we
met een aantal sprintersploegen geprobeerd die mannen terug te halen. Ze reden keihard
vooraan. Gelukkig was het net genoeg.’
Vrijdag mogen de sprinters weer even in hun hok en is het
aan de klimmers, met
de finish op de Gran Sasso. Heeft Mollema plannen? ‘Dat
weet ik nog zo net niet’, lacht hij. ‘Meestal houd ik niet zo van de aankomsten
bergop’, doet de Nederlander een enigszins opvallende uitspraak. ‘We zullen
zien hoe de benen zijn.’