Jasper Philipsen van Alpecin-Deceuninck kent
zijn programma voor het voorjaar van 2025. Beginnen doet hij met het
sprintersbal in de
UAE Tour, waarna het openingsweekend volgt. Drie wedstrijden
staan daarna extra dik met rood aangekruist:
Milaan-Sanremo, Parijs-Roubaix en
Gent-Wevelgem. ‘Gent-Wevelgem is een wedstrijd die al lang op mijn
verlanglijstje staat. Die is helaas nog nooit echt meegevallen voor mij’,
vertelt hij aan
In de Leiderstrui.
Philipsen start zijn seizoen in de
UAE Tour,
waar hij voor het eerst sinds 2022 aan de start staat. Toen won hij twee ritten
tegen onder meer Olav Kooij (toen 20) en Jonathan Milan (toen 21). Zelf was
Philipsen toen 23. Net als toen zou het volgens hem prettig zijn om meteen te
winnen, ook tegen oud-ploeggenoot Tim Merlier dit keer. ‘Ik doe een andere
voorbereiding dan de vorige twee jaren’, zegt Philipsen. 'Ook met de aanloop van
de hoogtestage die we nu doen.’ (in het Syncrosfera hotel van oud-wielrenner Alexandr
Kolobnev, red.)
Door de aanpassing op de kalender heeft de
UAE Tour de beste sprinters van de wereld weten te strikken. ‘Omdat de
UAE Tour
een week vroeger valt dan andere jaren, kan je hem makkelijk combineren met het
openingsweekend’, zegt hij. ‘Zo heb ik al wat competitieritme opgedaan richting
het Belgische openingsweekend. Nu ga ik proberen om dat weekend iets beter voor
de dag te komen, wat de voorbije jaren moeilijker was. Een week koers is toch
altijd net anders dan training in de benen hebben. Ik kan me dan altijd iets
meer pijn doen dan op training.’
Lees verder onder de foto!
Philipsen noemt UAE Tour 'een voorbereidingswedstrijd'
Niet dat Philipsen alleen voor
competitieritme naar de Verenigde Arabische Emiraten afzakt. ‘Ik kijk er wel
naar uit om mezelf weer wat te meten in de sprint. Er komen altijd nieuwe jonge
gasten bij. Toch is het niet zo dat het al begint te kietelen omdat Kooij,
Milan en Merlier dit seizoen al hebben gewonnen. Ik probeer vooral mijn eigen
ding te doen. De
UAE Tour zie ik ook echt als een voorbereidingswedstrijd, dus
als het niet meteen prijs is ga ik niet panikeren. Maar voor de moraal is het
altijd goed om meteen te kunnen winnen.’
Waar de
UAE Tour nog geen echt doel is,
zijn de eerste Vlaamse koersen dat wel voor Philipsen. ‘Het openingsweekend is
mijn eerste doel, met Omloop Het Nieuwsblad en dan Kuurne-Brussel-Kuurne op
mijn 27ste verjaardag. Dat zorgt altijd voor net iets meer
motivatie’, lacht Philipsen.
Lees verder onder de foto!
Geen Ronde van Vlaanderen: ‘Een Vlaamse
hoogdag, ik kijk vanuit mijn zetel’
De
Ronde van Vlaanderen staat ondanks dat
openingsweekend niet op Philipsens programma. ‘Nee, normaal niet. Ik vind het
wel leuk om de Ronde in mijn zetel te kijken’, lacht hij. ‘Het is toch nog
altijd een echte Vlaamse hoogdag. Ik zou er eigenlijk echt wel graag bij zijn,
maar alleen als ik het gevoel heb dat ik kan winnen. Ik heb niet de ambitie om
daar in het beste geval voor een top tien te rijden. Jongens als Van der Poel
en Pogacar overmeesteren die wedstrijd helemaal. Mannen van mijn kaliber zijn
niet goed genoeg om daarmee te concurreren in die wedstrijden.’
Twee andere Monumenten staan wel opnieuw op
Philipsens verlanglijstje.
La Primavera wist hij daarvan vorig jaar al te
winnen. ‘In de periode van
Milaan-Sanremo tot Parijs-Roubaix probeer ik zo goed
mogelijk te zijn. En daar probeer ik een wedstrijd te winnen, zoals vorig jaar
Milaan-Sanremo. Ik moet het nemen wanneer het komt. Als dat dit jaar eens in
Gent-Wevelgem is of een andere wedstrijd, dat kan allemaal.
Gent-Wevelgem is
een wedstrijd die ik al lang noem, maar die nog nooit echt is meegevallen voor
mij.’
Lees verder onder de foto!
Geen Vlaanderen, maar Parijs-Roubaix is inmiddels een soort nieuwe liefde geworden.
Milaan-Sanremo met Van der Poel: ‘Vorig
jaar kwam het me goed uit dat hij nog niet in vorm was’
Voor
Milaan-Sanremo en Parijs-Roubaix is
het duidelijk dat zowel Philipsen als Van der Poel aan de start staan. Twee topfavorieten in dezelfde ploeg? Is dat dan geen nadeel
van met zo’n kanjer in de ploeg rijden? ‘Tot nog toe heb ik het altijd als een
voordeel ervaren’, zegt Philipsen. ‘Ik vind het altijd heel leuk om met hem in
de ploeg te rijden. Niet alleen sportief, maar ook daarbuiten vind ik het voor
een heel leuke sfeer zorgen. Ik denk ook dat hij mij alles gunt en andersom is
dat net hetzelfde. Daar zie ik niet meteen een probleem.’
Van der Poel was vorig jaar nog niet top in
Milaan-Sanremo, wat zijn eerste koers van het jaar was. Hij counterde Pogacar
op de Poggio, maar nam niet over en dichtte nadien gaten in dienst van
Philipsen, die kon winnen. Dit jaar lijkt Van der Poel de klassieker wel in
topvorm te kunnen aanvatten. Hij rijdt nu eerst de Tirreno-Adriatico als
voorbereiding. Wat verandert dat voor Philipsen? ‘Vorig jaar kwam dat
natuurlijk goed uit in mijn voordeel. Als hij dit jaar wel top is, dan zal hij
in tegenstelling tot vorig jaar waarschijnlijk niet wachten tot op de Via Roma.
Dan gaat hij daarvoor al iets proberen. En als hij in topvorm aangaat op de
Poggio, dan ga ik waarschijnlijk niet kunnen volgen’, lacht Philipsen.
Lees verder onder de foto!
Gele kaartensysteem: ‘Wat niet op beeld
staat, wordt over het hoofd gezien’
Na het voorjaar wordt het hoofddoel opnieuw
de
Tour de France. Daar verging het begin van de ronde hem afgelopen jaar moeilijk, met
een diskwalificatie en een eerste etappezege die lang op zich liet wachten. Hij
won er uiteindelijk wel drie, maar moest zonder groene trui naar huis. Welke
lessen trekt hij uit die Tour? ‘De voorbereiding zal iets anders moeten’, zegt
hij. ‘Ik zal of meteen goed moeten zijn, of iets later. Vorig jaar hadden ze
bij de ploeg gerekend op een zware start en was mijn beste vorm voorzien voor
het derde weekend. Uiteindelijk had ik al veel te veel punten voor de groene
trui verloren in de eerste ritten. Ik denk dat het altijd een balans is die we
moeten zoeken.’
Philipsen was in de eerste week van de Tour
bovendien kop van jut. Omdat hij van zijn lijn afweek en renners hinderde, werd
hij
gedeclasseerd in een rit waar hij tweede werd. Ook werden hem punten voor
de groene trui afgenomen. ‘De declassering in de eerste week was een dieptepunt
van de voorbije Tour. Maar dat zijn dingen die je meemaakt en waar je beter
probeert uit te komen. Na de eerste zege zat ik in een betere flow, en je ziet
wel vaker in het wielrennen dat het dan vlotter gaat.’
Om gevaarlijk gedrag van renners te
ontmoedigen, werkt de UCI dit jaar met een
gele kaartensysteem. Daar heeft
Philipsen voorlopig nog geen mening over. ‘Ik moet het systeem nog eens goed
bekijken’, zegt hij. ‘De ene zegt dat het wel meevalt en de andere zegt dat het
toch wel streng is. Natuurlijk hoop ik ervan gespaard te blijven, maar ik vind
ook dat een sprint altijd heel hard wordt uitvergroot en goed op beeld
gebracht. Dus de foutenmarge daar is natuurlijk heel klein. En de foutenmarge
in de andere 190 kilometer van een wedstrijd is veel groter.’
‘Of ik een voorstander van het systeem ben,
is moeilijk te zeggen. Het moet vooral consequent worden gebruikt. Commissarissen
beoordelen alleen maar op wat ze zien op het beeld of wat ze zelf zien. Alles
wat daartussen gebeurt en wat niet op beeld staat, wordt over het hoofd gezien.
In het voetbal is er bijvoorbeeld makkelijker overzicht te houden dan in het
wielrennen’, zegt Philipsen.