Het was even wennen voor de Nederlandse wielerfans. In 2020
werd er namelijk door geen enkele Nederlander een ritzege geboekt in een grote
ronde. Dat was de eerste keer sinds 2012. In de Leiderstrui checkt voor u of er
reden tot paniek is. Gaan ‘we’ als wielerland daadwerkelijk achteruit, of is dit
jaar met al zijn overspelbaarheden slechts een incident?
Als we naar de UCI World Ranking kijken, dan blijkt
inderdaad dat 2020 niet het beste Nederlandse seizoen was van de laatste jaren.
Sinds het ontstaan van dit klassement in 2015 hebben we als land in geen enkel jaar minder punten behaald dan in 2020. Nu zijn er door COVID-19 de nodige
wedstrijden afgelast. Dit heeft als gevolg dat het aantal punten niet alles zegt.
De positie in het landenklassement doet dat echter wel. Vanaf 2015 werd
Nederland achtereenvolgens vijfde (2015), zevende (2016), vijfde (2017), vijfde
(2018), derde (2019) en zesde (2020). In de laatste jaren is Nederland dus één
keer lager en viermaal hoger geëindigd dan in het meest recente seizoen. Conclusie:
2020 hoort bij de minst succesvolle Nederlandse wielerseizoenen van de
afgelopen jaren. Hebben we dan simpelweg niet meer zulke goede wielrenners?
Hebben we reden tot paniek? Aan de hand van vier redenen legt In de Leiderstrui
uit waarom dat niet het geval is.
1.
Pech.
Misschien kunnen we het wielerseizoen in 2020 simpelweg
samenvatten als een ongelukkige samenloop van omstandigheden. Onze twee
topsprinters Fabio Jakobsen en
Dylan Groenewegen zijn door bekende redenen
amper aan sprinten toegekomen; Steven Kruijswijk mist door een ongelukkige valpartij
de Tour de France en moet door een positieve coronatest de Giro d’Italia
verlaten.
Tom Dumoulin haalt zijn topniveau nog niet na een lange knieblessure;
Niki Terpstra is langdurig geblesseerd geweest; Wout Poels rijdt de Tour de
France uit met gebroken ribben; Sam Oomen vindt zijn beste vorm nog niet na een
heftige revalidatie; Mike Teunissen heeft door verschillende redenen veel wedstrijden
gemist; Bauke Mollema breekt zijn pols in de Tour de France.
Kruiswijk in de Giro. Tekst gaat verder onder de foto.
Dit zijn stuk voor
stuk renners die op of net onder het absolute topniveau presteren als zij fit
zijn. Neem bij ieder willekeurig land negen van hun toprenners weg en de
gevolgen zouden immens zijn. In deze zin is het dus niet raar dat Nederland
mindere resultaten kan voorleggen over het wielerseizoen van 2020 dan in de jaren ervoor. Als al deze
renners volgend seizoen fit zijn, dan mogen we nog heel wat van hen verwachten!
2.
Jumbo-Visma
In het teamklassement van het UCI World Ranking over 2020
staat Jumbo-Visma helemaal bovenaan. Een Nederlands team dat het meest
succesvolle team van het afgelopen seizoen is dus. Dat moet gepaard gaan met
geweldige Nederlandse overwinningen en prestaties, zou je denken. Een diepere blik
op de prestaties van de Killer Bees laat zien dat er maar slechts één
overwinning door een Nederlander is geboekt na de coronabreak: Pascal Eenkhoorn
in de laatste etappe van de Settimana Internazionale Coppi e Bartali.
De Nederlandse krachten van Jumbo-Visma zijn dus vooral
ingezet om wereldtoppers als Primoz Roglic en Wout van Aert te helpen in hun
tocht naar roem. Mét succes. Twee monumenten, een tweede plek, winst en zeven ritzeges in de grote rondes zijn geweldige resultaten. Maar door de grote dominantie
van deze klasbakken, hebben de Nederlandse renners van het team minder vrijheid
om zelf een gooi te doen naar een zege.
Dumoulin als helper voor Roglic. Tekst gaat verder onder de foto.
Kunnen we dat Jumbo-Visma kwalijk nemen? Met Groenewegen, Teunissen
en Kruijswijk waren drie van de beste Nederlandse renners van het team het overgrote
deel van het seizoen uitgeschakeld. Dumoulin kreeg wel de mogelijkheid om voor
eigen succes te gaan, maar bleek nog net niet goed genoeg te zijn om de besten
van de wereld te verslaan. Het is dan niet kwalijk dat de ploegleiding van Jumbo-Visma
de kaarten van Roglic en Van Aert trekt. Jammer voor renners als Robert Gesink,
Timo Roossen, Pascal Eenkhoorn, Koen Bouwman en Antwan Tolhoek. Maar wel begrijpelijk.
Het verklaart wel de kleine hoeveelheid aan Nederlandse overwinningen.
3.
Vers talent.
De tijden waarin alleen ervaren renners grote overwinningen
konden boeken, lijkt ver achter ons te liggen. Remco Evenepoel, Egan Bernal en
Tadej Pogacar zijn nauwelijks volwassen te noemen, maar hebben wel al meer
zeges geboekt dan menig wielrenner in zijn hele loopbaan behaalt. Het jonge talent
bij Nederland liet nog een beetje op zich wachten. Bij ons leken de tieners
niet op de deur van wielerglorie te kloppen. Maar wees gerust! Ook in ons mooie
land komt er genoeg talent aan.
In de jongste Ronde van Spanje hebben we een aantal nieuwe
renners aan het front gezien. Thymen Arensman sprong daar uit. Slechts twintig
jaar en nu al in staat om finales te rijden met de besten. Vaak zat hij in de
goede kopgroep, de tijdrit eindigde hij op een verdienstelijke vijftiende
plaats en in de laatste bergrit kon hij bij de klassementsrenners blijven. Het
lijkt een kwestie van tijd te zijn tot de jonge renner uit Gelderland zijn
eerste overwinningen mag gaan opschrijven.
Arensman in de kopgroep in de Vuelta. Tekst gaat verder onder de foto.
Daarnaast beschikt Jumbo-Visma in 2021 over de diensten van Olav
Kooij. Op zijn achttiende wist hij al een massasprint tussen de profs in de Settimana
Internazionale Coppi e Bartali te winnen. In totaal wist hij in 2020 zeven keer
te winnen. Genoeg reden voor Jumbo-Visma om de tiener een contract tot en met
2023 aan te bieden. De Nederlandse wielerfans mogen hopen op een
nieuwe Nederlandse topsprinter in het internationale wielrennen. De ‘nieuwe
Groenewegen’ is in aantocht.
4.
We zijn verwend en angstig
We zouden geen Nederlanders zijn als we niet zouden klagen
na een enigszins teleurstellend jaar. Akkoord, het was allemaal ietsjes minder
dan het seizoen hiervoor. Maar met alle pech die we als wielerland gehad hebben
dit jaar, winnen ‘we’ toch de Ronde van Vlaanderen en bijna de Giro d’Italia. Als
we dit dan een minder jaar noemen, zegt dat heel veel over het algemene niveau
van het Nederlandse wielrennen. Veel landen zouden tekenen voor onze slechte jaren
op dit moment.
Van der Poel wint de Ronde van Vlaanderen. Tekst gaat verder onder de foto.
Wellicht zijn we met elkaar gewoon heel bang dat we weer
terugzakken naar het niveau van aan het begin van de 21ste eeuw. Die
angst is geheel onterecht kan ik jullie vertellen. We hebben een aantal toppers
die op leeftijd beginnen te raken, maar we mogen
Mathieu van der Poel, Sam Oomen,
Wilco Kelderman,
Dylan Groenewegen, Fabio Jakobsen, Cees Bol en
Tom Dumoulin niet
vergeten. Van deze renners is alleen Dumoulin net dertig geworden. We kunnen dus
nog heel lang genieten van deze generatie. Terwijl de volgende generatie, met
Kooij, Arensman, Eenkhoorn en ook Nils Eekhoff voorop, ook alweer staat te wachten.
Al met al is er geen reden tot paniek voor de Nederlandse
wielerfans. Als we in 2021 iets minder pech hebben, de talenten die eraan komen
de ruimte krijgen om zich te tonen én de Nederlandse kopmannen bij Jumbo-Visma
weer hun beste vorm halen, dan mogen de andere landen hun borst nat maken. (Foto's: Sirotti)
Wesley van Bavel