De hele
crosswinter ging het erover.
Mathieu van der Poel,
Wout van Aert en Tom
Pidcock. De Grote Drie. Eerst was het vooral de wie-wat-waar-kwestie over De
Grote Drie. Waar treffen ze elkaar? Vervolgens ging het ook over de mitsen en
maren omtrent De Grote Drie. Wie is er al in topvorm en wie zal er mogelijk
helemaal geen topvorm bereiken deze winter? Uiteindelijk maakte de praktijk het
meeste los. Was er nog wel sprake van een Grote Drie? Was het door de
dominantie van wereldkampioen Van der Poel niet gewoon De Grote Één? Kwam er
wel een duel tussen Mathieu en Wout, of een driestrijd met Pidcock erbij?
Terwijl
iedereen die zich op welke manier dan ook bezighoudt met de cross zich boog en
nog altijd buigt over deze vragen, weten De Grote Drie zelf wel beter. Ze
hebben lak aan deze vragen, vieren gewoonweg hun succes, rijden onverstoord hun
programma af of verlaten de cross. Van der Poel won overal waar hij startte,
Van Aert werkte aan zijn voorjaarsvorm en vermaakte zich verder prima.
Pidcock
zonderde zich af om de cross even uit het hoofd te zetten. Het contrast tussen
de wereld die is geschapen door de media en de realiteit, is enorm. De bombarie
die is geschapen rondom De Grote Drie blijkt, nu de crosswinter richting het
einde gaat, niets meer dan een illusie.
En dat is voor de media dan weer een
aanzet om flinke conclusies te trekken over het feit er geen driestrijd is
gekomen.
Het WK, de klassiekers, de Giro en de Tour: dát waren én zijn de focuspunten van Van der Poel, Van Aert en Pidcock
Dat had
iedereen trouwens vanaf november al aan kunnen zien komen. Ze hadden het nog zó
duidelijk aangegeven. Van Aert wil klassiekers winnen en de Giro rijden en
temperde alle verwachtingen. Zijn vorm zou te wensen over laten en hij had geen
expliciete doelen in de cross. Pidcock wil zich optimaal voorbereiden op het
rijden van een klassement in de Tour. Hij zou de cross erbij doen als training
én als vermaak en hield eveneens de verwachtingen laag. Van der Poel plande de
meeste crossen in, waaronder het WK in Tábor. Hij maakte in het kader van
presteren als enige van de drie écht een doel van de crosswinter.
Wat op papier
stond, kwam grofweg zo uit. Van der Poel is heer en meester, Van Aert volgt op
gepaste afstand, maar maakt zich nergens zorgen om. Pidcock strubbelt dit jaar
met de cross, door een portie pech en het feit dat hij vaak achteraan moest
starten. Daarnaast werd de Brit ziek, hetgeen hem er toe dwong enkele crossen
over te slaan. Om weer fit te worden, om de voorbereiding op het wegseizoen
niet in de problemen te brengen. Allemaal geen wereldschokkende gebeurtenissen.
En toch reageert de wereld geschokt. Want wat zijn de verschillen toch groot...
Pidcock werd zelfs van desinteresse richting het veldrijden beticht. Nu blijkt de
Brit inderdaad genoeg te hebben van de cross, misschien wel door alle kritiek die
hem ten deel kwam.
In welke andere sport worden Europese titels ondergesneeuwd door atleten die niet meedoen?
Het moge
duidelijk zijn dat de cross ze nodig heeft. Van der Poel is als wereldkampioen op
zichzelf een reden om de tv aan te zetten. Van Aert is de Belgische favoriet en
Pidcock is in alles de spectaculaire uitdager die zich, op goede dagen, kon
meten met de twee grote kanonnen. Ze zijn zelfs zo belangrijk dat hun
afwezigheid groter nieuws was dan de daden van de crossers die wél meededen. De
Europese titel van
Michael Vanthourenhout, de grillen van Thibau Nys en de
constantheid van
Eli Iserbyt. Al deze onderwerpen sneeuwden onder. Want het was
wachten op De Grote Drie. Bestaat er überhaupt een andere sport op de wereld
waarin zoiets dergelijks gebeurt?
In de groepsapp
van onze redactie was het eveneens een hot item. Hoe houdbaar zijn De
Grote Drie? Is er wel sprake van een driestrijd, of zelfs maar een duel? Alle
media hebben elkaar de hele winter nagepraat, terwijl alleen De Grote Drie zelf
al wisten dat er geen Grote Drie zou komen. En nu de verhoudingen duidelijk
zijn, krabbelt iedereen terug en wordt het niet malse commentaar over de
hoofdrolspelers heen gemieterd. De hoofdrolspelers, die wisten dat het zou
lopen zoals het is gelopen. Er is geen rode draad in de cross anno 2024, hoe
graag iedereen die ook zoekt. De toppers rijden nu eenmaal minder en minder
crossen in een kalender met meer en meer wedstrijden. Zelfs mannen als Iserbyt,
die de hele winter de focus op het veld hebben, slaan crossen over.
Ook komende winter is de cross een brei zonder structuur, hopelijk zo veel mogelijk mét Van der Poel, Van Aert en Pidcock
Deze winter
bevestigt als geen enkele andere dat het veldrijden een brei zonder structuur
is, met een reeks aan niet al te fel bevochten klassementen en op zichzelf
staande crossen. Discussies hierover behoeven geen toelichting meer. Maar het
zal niet helpen. Want als eenmaal oktober weer nadert, begint ook het (voor)beschouwen
weer. En het gemopper in de media over wie waar vooral niét rijdt. En de
toppers zelf? Die doen gewoon hun ding. De volgers doen er het beste aan hun
kalenders en bedoelingen nog eens goed te bestuderen en verder gewoon te
genieten van wat er te genieten valt. Zonder verwachtingen. Zonder bombastische
termen als ‘De Grote Drie’. Want dat De Grote Drie De Grote Drie niet zijn, is
de schuld van de media zelf.
Wat restte de
leden van ‘De Grote Drie’ als ze niet naar de verwachting van de volgers presteerden?
Vraagtekens en opmerkingen over het niet kunnen volgen van Van der Poel, in het
geval van Van Aert. Voor Pidcock zijn dat vooral emmers vol met kak. En dat alleen
omdat hij niet de crosser is waarop iedereen gehoopt had. Tja, dan zal het wel
desinteresse zijn, toch? Die emmer deed Pidcock dan maar wat afstand nemen van
de veldritten. In de sneeuw van Andorra kon hij even opladen. Opladen voor nog
één cross, ver weg van België, in de zon van Benidorm. Niet om daar aan welke
verwachting dan ook te voldoen. Maar gewoon, omdat het leuk is om te crossen.