Nog goed vijf maanden en
Jonathan Milan zal voor de eerste
keer te zien zijn in de
Tour de France. De Italiaanse sprinter van
Lidl-Trek
heeft de
onderlinge concurrentiestrijd bij zijn ploeg ten opzichte van Mads
Pedersen voor een plekje als Tourkopman gewonnen, maar wil ook in de maanden
ervoor al bewijzen dat hij dat wel degelijk waard is.
In de Leiderstrui sprak
met hem.
Wie Milan op en naast de fiets ziet, ziet een boom van een
kerel. Lang, breed en vooral oersterk. Maar vooral ook heel vriendelijk: alle
aanwezige journalisten op de mediadag van
Lidl-Trek krijgen voor- én achteraf
een hand en bedankje van Milan, die goed twintig minuten de tijd nam om alle
vragen met een lach te beantwoorden.
Aan dat grote, sterke lichaam is voor 2025 wat geschaafd, zo
laat hij weten. ‘Ik heb mijn positionering op de fiets wat proberen te
verbeteren, door veel core oefeningen te doen. Dat helpt de stabiliteit in het
lichaam en zo kun je al je kracht kwijt op je pedalen, doordat ik wellicht
minder beweeg met mijn bovenlichaam. Soms weet ik zelf ook niet waar ik mijn
lichaam kwijt moet, haha.’
Lees verder onder de foto
Milan werd winnaar van het puntenklassement in de Giro in 2024
Milan legt focus naast de Tour ook op het voorjaar
Die power toonde hij in 2024 ook al in Gent-Wevelgem, maar dit jaar wil hij zichzelf in meer voorjaarskoersen laten zien. 'Ik denk dat
we afgelopen jaar een goede klassieke periode hebben gedraaid. Voor mijzelf was
het belangrijk om te groeien als renner. Je hebt geluk en ervaring nodig in die
wedstrijden en ik heb veel bij weten te leren, maar ook een kleine stap gezet.
Hopelijk lukt dat dit seizoen ook.’
‘We hebben enkele mooie ambities met de ploeg, die heel
sterk is. Persoonlijk mik ik op een small result, daar moet ik eerlijk
in zijn. Misschien ga ik de kans krijgen om die te pakken, misschien niet.’ Wat
een small result is? ‘De koersen die ik ga rijden, vind ik heel erg tof. De
Ronde van Vlaanderen doe ik bijvoorbeeld niet, maar dat betekent dat ik dus
focus op andere koersen.'
‘Mijn programma is in ieder geval al duidelijk’, vertelt
Milan. ‘Ik begin met de Ronde van Valencia en doe vervolgens de UAE Tour. Dan
ga ik via Kuurne-Brussel-Kuurne en Tirreno-Adriatico naar Milaan-Sanremo, om
vervolgens De Panne, Gent-Wevelgem, Dwars door Vlaanderen en Parijs-Roubaix te
rijden. Dat betekent dat ik veel kansen ga krijgen, maar het zijn allemaal
grote, belangrijke wedstrijden.’
Lees verder onder de foto!
Milan wil verder komen in Milaan-Sanremo en Parijs-Roubaix
Vooral Italië, België en een beetje Frankrijk dus. ‘Ik zou
niet zeggen dat Milaan-Sanremo specialer is dan de Belgische koersen, maar
natuurlijk is dat een koers naar mijn hart als Italiaan. Afgelopen jaar kwam ik
over de Cipressa en daar zat ik al steendood. Toen ben ik op kop gaan rijden
richting de Poggio, om op die manier nog waardevol te zijn. Nu wordt het zaak
om meer energie te sparen en de Poggio proberen te overleven.’
De Monumenten steken er ook voor Milan bovenuit. ‘Ik houd
bijvoorbeeld heel erg van Roubaix. Het is een zware wedstrijd en ik ben er nog
nooit gefinisht, omdat ik elke keer gevallen ben. In Roubaix lig je dan
praktisch uit de wedstrijd, maar die koers blijft me aantrekken.’ Dat geldt
niet alleen voor de sprinter, maar ook voor vriend/collega-hardrijder Filippo
Ganna.
‘Sanremo en Roubaix liggen Filippo heel goed. We hebben de
afgelopen twee jaren gezien dat hij daar zijn ding kan doen en ik denk dat we
hem meer dan klaar mogen verwachten in deze koersen’, aldus Milan over zijn
voor INEOS rijdende makker, die net als hij gaat minderen op het
baanwielrennen.
Lees verder onder de foto
Milan (rechts) naast klassieke kopman Mads Pedersen (links)
Milan gaat minder baanwielrennen, net als Ganna
‘Ik ben op zoek naar zeges, daarom ga ik ook wat minderen op
de baan. Afgelopen jaar was het mentaal lastig om tot midden oktober te
focussen op het baanwielrennen. Dat zijn momenten waarop ik nu wellicht wat
extra rust kan pakken’, duidt Milan, die weet dat hij die rust voor het drukke
seizoen 2025 ook zo nu en dan nodig zal hebben.
‘Als ik thuis ben, ben ik graag
met mijn familie en vriendin. Verder heb ik niet veel dingen die ik graag doe,
alhoewel: ik rijd graag af en toe op mijn Vespa, haha. Dat is heel tof. Wie er
sneller is? Het is een heel oude Vespa, uit 1962. Dus ik kan wel zeggen dat ik
sneller ga. Die Vespa gaat maximaal 35 kilometer per uur en dan sputtert ie al
tegen. Als ik de 38 haal, trilt hij aan alle kanten, haha!’
In het peloton trilt men van de wattages die Milan zou trappen in zijn spurts. Kan hij daar wat over kwijt? Een lach verschijnt op zijn gelaat, gevolgd door de term ‘ragazzi’ (vrij vertaald: jongens…) en een Italiaans handgebaar. ‘De piek is nu wat lager, maar ik probeer het langer aan te houden. Ragazzi, als ik alles vertel, is het dan nog leuk voor jullie om naar de koersen te komen? Mijn piek was altijd 1965, 1960 watt. Of ik weet wat mijn concurrenten trappen? Nah, I don’t care. Je kunt alles weten, maar uiteindelijk telt wie het eerst bij de finish is.’
Lees verder onder de foto!
Milan voor het eerst naar Tour: 'Het was altijd óf Mads of ik'
De
Tour de France staat ook op de rol,
voor de eerste maal
in de loopbaan van Milan. ‘Voor de Tour was het altijd óf Mads óf ik. We hebben
daar na het seizoen over gesproken en uiteindelijk is die beslissing gevallen.
De Tour is natuurlijk een nieuwe uitdaging voor mij en ik heb er ontzettend
veel zin in, zonder mijzelf te veel druk op te leggen. Maar goed, de grote
ambities zijn er natuurlijk wel. We weten allemaal dat de Tour wel iets anders
is en ik zie het als iets compleet nieuws.’
‘Mijn lead-out gaat normaal gesproken bestaan uit Edward
Theuns, Simone Consonni en Jasper Stuyven, ook in de
Tour de France. Daar gaan
her en der nog andere coureurs bijgestoken worden. Maar die jongens vertrouw ik
allemaal honderd procent en de communicatie is heel goed’, aldus Milan, die maar
al te goed weet dat er op dag één in Lille een mooie kans is op succes.
‘Natuurlijk heb ik het parcours bekeken. In rit één is er
direct een kans, dus we zullen er meteen moeten staan. Dat is iets als een
wereldkampioenschap voor sprinters. Andere sprinters gaan misschien naar mij
kijken, maar ik zie dat niet als extra druk. Jasper Philipsen en Tim Merlier
zijn slechts twee van de concurrenten. ‘Het zijn wel andere types. Tim kan heel
hard van achter komen, zoals we op het EK zagen. Jasper zit vaker van voren en
doet zijn spurts meer zoals ik ze graag doe. Ik let altijd op ze als ze
meedoen, maar zo zijn er nog.’