Interview | Ambitieuze Nils Eekhoff in de voetsporen van Degenkolb? 'Bol is betere sprinter' Wielrennen
Wielrennen

Interview | Ambitieuze Nils Eekhoff in de voetsporen van Degenkolb? 'Bol is betere sprinter'

Interview | Ambitieuze Nils Eekhoff in de voetsporen van Degenkolb? 'Bol is betere sprinter'

Nils Eekhoff reed in Parijs-Roubaix de halve dag vooraan in de koers, hij koerste als knecht van Cees Bol sterk in de Tour de France en hij reed enkele knappe noteringen bijeen in rittenkoersen. Toch zit er volgens de 23-jarige Nederlander veel meer in het vat voor 2022. In de Leiderstrui sprak hem uitgebreid over zijn ambities, maar ook vooral over de zoektocht naar wie hij is als renner: sprinter, rittenkaper of...?

We spreken Eekhoff via een online verbinding na de teampresentatie van Team DSM. Het is een dag nadat bekend werd dat Tiesj Benoot de volgende was die DSM vroegtijdig verliet. Hij tekende bij Jumbo-Visma. Eekhoff is er vrij uitgesproken over, als de kritiek op zijn ploeg aan bod komt. 'Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik goed op mijn plek zit. Ik heb het naar mijn zin en we gaan weer met een goed plan het seizoen in. In de media wordt er van alles gezegd over ons en ik vind dat soms wel lastig om te lezen. Er gebeurt overal wel wat, maar als er bij ons wat tegenslag is, komt altijd hetzelfde verhaal naar boven.'

Dat er bij Team DSM een 'Russisch regime' heerst, daar kan de jonge Nederlander dan ook weinig mee. 'Ik ervaar de protocollen alleen maar als duidelijke richtlijnen, zodat we weten waar we aan toe zijn. Daar praten we open over en we werken er samen aan.' Benoot - en veel andere toppers in de afgelopen jaren - konden er minder goed mee omgaan. 'Natuurlijk komt het vertrek van die jongens aan bod. Tiesj is ook gewoon een vriend van mij geworden, dus dan vind ik het jammer om te zien dat hij vertrekt. De breuk heeft echter ook z'n redenen. Het is jammer dat hij gaat, ik had hem er graag bij gehad, maar voor hem en voor de ploeg in het algemeen is het misschien wel goed zo.'

Kritische Eekhoff wil zich tonen in klassiekers

Over de vraag of het vertrek van Benoot niet indirect meer kansen biedt aan Eekhoff in bepaalde wedstrijden, denkt hij even na. Zo had hij het duidelijk nog niet bekeken. 'In principe was er de laatste jaren al iets meer ruimte voor mij, omdat Tiesj zich niet meer volledig op de klassiekers richtte. Maar als je het zo zegt, klopt het wel dat ik meer ruimte krijg nu. Ik ga hopelijk zoveel mogelijk finales rijden in het voorjaar, daar krijg ik de ruimte voor.' Voor Eekhoff is het alleen maar hopen dat hij in tegenstelling tot 2021 wat minder tegenkomt. 'Ik ben wel iemand die er altijd een schepje bovenop doet en die veel van zichzelf verwacht. Wat dat betreft is 2021 persoonlijk een beetje tegengevallen. Ik heb in het voorjaar veel pech gehad met valpartijen en heb daardoor niet alles eruit kunnen halen wat erin zit.'

Eekhoff herpakte zich richting de Tour de France, zijn eerste grote ronde uit z'n carrière. Hij reed 'm uit en was naar eigen zeggen in goede vorm. Na de Tour ging het echter weer mis. Nadat hij in de eerste etappe van de Tour of Britain knap als tweede eindigt achter een ontketende Wout van Aert, ging hij in de tweede rit onderuit. In de zesde rit hield hij het voor gezien. In Parijs-Roubaix kwam hij ijzersterk terug, reed hij in de blubber de halve dag aan de leiding, maar ook daar is hij niet per se van onder de indruk. 'In Parijs-Roubaix was ik goed, maar had ik niet een supergoede dag. Ik heb laten zien dat ik er tactisch goed in zit, maar het was wel op karakter en intuïtie.'

Dat moet beter in 2022, vindt Eekhoff. Vraag in dat straatje: hoe houdt Nils Eekhoff zich staande in de klassiekers, als hij wél een supergoede dag heeft? 'Goede vraag, daar ben ik zelf ook heel erg benieuwd naar. Ik hoop en denk dat ik mee kan doen in de finales, ik streef wel naar een aantal plekken in de top tien. Ik moet het gaan ondervinden waar ik daadwerkelijk sta, omdat klassiekers zoals de Ronde van Vlaanderen ook weer heel andere, specifieke wedstrijden zijn.' Ondanks dat het gevoel bij De Ronde toeneemt, blijft Parijs-Roubaix wel het hoofddoel. Eekhoff won 'm in 2017 bij de beloften en als kleine jongen was het één van de weinige koersen die hij aanzette op televisie. 'Het was dan ook heel bijzonder dat ik in mijn eerste jaar bij de beloften meteen de overwinning pakte. Het is een speciale wedstrijd, waarin je niet per se de grootste motor nodig hebt. Het moet gewoon allemaal goed vallen.'

Interview | Ambitieuze Nils Eekhoff in de voetsporen van Degenkolb? 'Bol is betere sprinter'

Nils Eekhoff: Sprinter, leadout of klassiekerspecialist?

Na de klassiekers zal er een grote ronde volgen, al weet Eekhoff op het moment van schrijven nog niet welke dat zal zijn. Team DSM gaat in één grote ronde voor een klassement, in één voor de sprints en ritzeges en in één met development. Welke het ook mag worden, Eekhoff merkt dat men bij Team DSM gebrand is om te laten zien wat ze kunnen. 'Ik denk dat we een mooie ploeg hebben dit jaar, iedereen wil er voor gaan en is gretig. Er hangt een goede sfeer en we hebben het gezellig met elkaar. Ik kijk er wel naar uit.'

De grote vraag in een keuze voor een grote ronde is: wat wil Eekhoff? In 2021 reed hij als leadout voor Cees Bol, die in de sprints helaas niet z'n topvorm haalde. Is Bol ook in 2022 de sprinter? Of heeft Eekhoff met zijn rappe benen ook ambities op dat vlak? 'Ik zeg eerlijk: ik weet niet of ik weer met Cees naar een grote ronde ga. Hij is de betere sprinter van ons twee, in de pure sprints. Het zou mooi zijn als ik een keer de kans krijg in een wat meer lastige sprint. Ik vind het echter ook een heel mooie job om een leadout te doen; daar haal ik ook veel energie uit. Als ik mijn sprintkansen krijg in wat kleinere koersen, dan heb ik daar ook vrede mee.'

Bol is de betere sprinter, aldus Eekhoff. Maar is dat wel zo? 'Elke sprint is anders, maar puur op snelheid en op kracht leg ik het negen van de tien keer af tegen Cees, als het niet tien op tien is', zo lacht hij. Eekhoff weet echter ook wel dat een massasprint lang niet altijd een klassieke massasprint is. 'Positionering, timing en frisheid spelen ook mee, dan kan het balletje soms de ene kant op rollen en soms de andere kant op. De sprint in de Tour of Britain was bijvoorbeeld 700 meter aan zes procent, dat was geen pure sprint meer. Dan ga je al naar dertig seconden- en één minuut waardes.'

'Het mooiste zou ik het vinden als ik het kan combineren', concludeert hij uiteindelijk. 'Ik haal uit alle drie voldoening; sprinten, een leadout doen en de klassiekers. Ik draai dan ook het liefst een mooie klassiekerperiode, dan een periode een mooie leadout doen en hopelijk krijg ik aan het einde van het jaar nog wat eigen kansen. Een soort John Degenkolb? Misschien wel ja. Ik kan veel van hem gaan leren, hij heeft een bak aan ervaring, op alle vlakken. Ik kijk er naar uit om met hem te gaan samenwerken, goede gesprekken te voeren en misschien zelfs roomies te worden. Hopelijk kan ik wat ik leer dan in de praktijk brengen, waarbij hij uiteraard het sprintje aantrekt voor mij', zo sluit hij af met een dikke knipoog.

Plaats reactie

666

0 reacties

Laad meer reacties

Je bekijkt nu de reacties waarvoor je een notificatie hebt ontvangen, wil je alle reacties bij dit artikel zien, klik dan op onderstaande knop.

Bekijk alle reacties

Meer nieuws