Roel van Sintmaartensdijk begint deze week in Oman aan zijn eerste volledige jaar als renner in de WorldTour. De hardrijder, wiens broer Daan afgelopen weekend nog Nederlands kampioen strandracen werd, kijkt er naar uit om veel bij te leren op het hoogste niveau en hoopt zich zo nu en dan al te kunnen tonen.
In de Leiderstrui sprak de immer vriendelijke renner!
De Nederlander werd vanuit de opleidingsploeg van Intermarché-Wanty
doorgeschoven naar de proftak, al maakte hij vorig jaar ook al onderdeel van het wintertrainingskamp van de Belgische formatie. Van Sintmaartensdijk voelt zich duidelijk op zijn plek binnen de ploeg waar
Aike Visbeek sportief de lijnen uitzet, waarbij hij hoopt dat hij dat ook kan tonen op het asfalt. Er wacht hem in ieder geval een mooi jaar.
Hoe bevalt het zo, die eerste maanden als WorldTour-renner?
‘Het is bijzonder dat je jezelf per 1 januari prof mag
noemen, maar ik heb vorig jaar als belofte al het trainingskamp in januari mee
mogen maken. Qua renners en staf is het grotendeels hetzelfde, dus het voelt
wel vertrouwd. De sfeer is goed en het is altijd lekker om met zijn allen in
Spanje te werken aan de vorm.’
Wat zijn de verschillen?
‘Die zijn er niet echt. De aanpak is hetzelfde en er is
sprake van een duidelijke strategie, een duidelijke jaarplanning en een
rolverdeling die op voorhand bekend is. Zo weet je je planning al en dat helpt
wel echt.’
Vertel.
‘Ik doe wat wedstrijden met de sprinters, maar ben ook
onderdeel van de klassieke ploeg. Zo kan ik nieuwe wedstrijden ontdekken in de
WorldTour, maar ook met Gerben Thijssen mee in de sprinttrein. Daar staan wel
een paar mooie koersen op, dus. Ik begin in Oman en dan rijd ik Omloop Het
Nieuwsblad, Samyn en vervolgens Parijs-Nice. Dat zijn mooie, grote koersen.’
Dat zijn serieuze koersen. Voel je dan al een bepaalde soort
gezonde spanning voor een race als Parijs-Nice?
‘Natuurlijk. Dat is een hoog aangeschreven wedstrijd, waar
het niveau superhoog gaat zijn. Daar heb ik wel wat spanning voor al ik er aan
de start verschijn, maar als je weet dat je goed voorbereid bent met de ploeg
kan het alleen maar een mooie week worden. Maar uiteraard denk je wel als je
hoort dat je deel mag nemen: sow, dat is een grote wedstrijd.’
Voor dat soort races word je ook prof natuurlijk.
‘Inderdaad, dat zijn de wedstrijden op het hoogste niveau.
Waar de beste renners aan de start verschijnen. Dat ik van de ploeg het
vertrouwen krijg om daar in mijn eerste jaar al mee te doen, is natuurlijk ook
mooi.’
Hoe zit het met dat vertrouwen vanuit de ploeg?
‘Dat is vanaf het eerste moment al heel sterk aanwezig. Toen
ik vorig jaar bij het team kwam, zeiden ze: je bent eigenlijk al profklaar,
maar we willen je nog één jaar als leider van de onder 23-ploeg gebruiken. Zo
konden we afwisselen tussen koersen in dienst rijden en de beloftenraces zelf
een resultaat nastreven, wat ik heel mooi vond. Dat je dat vertrouwen krijgt en
zelf weet dat je er klaar voor bent, geeft wel een boost.’
Die leidersrol, is dat ook met een bepaalde gedachte
richting de toekomst. Als in: dat je meer verantwoordelijkheid voelt voor de
ploeg?
‘Ik behoorde tot de betere beloftes en dan kijken ze
automatisch iets meer naar je. Ik zag het dus zeker zitten om nog één jaar
belofte te zijn, ook omdat ik ondertussen wel met de ploeg mee kon op
trainingskampen en dergelijke. Bij het Development Team kon ik die ervaringen
ook al een klein beetje overdragen.’
Hoe zou jij de cultuur in de ploeg omschrijven? Van
oorsprong is het een Waalse ploeg, maar wat merk je daarvan?
‘Met Nederlandse staf als Adriaan Helmantel en
Aike Visbeek
voelt het eigenlijk aan als thuis, ook omdat er veel Nederlandssprekende Belgen
zijn. De voertaal is ook Engels binnen het team, dus eigenlijk is het sowieso
redelijk internationaal. Ik heb het in ieder geval heel goed naar mijn zin
binnen dit team.’
Heb je dan een bepaalde connectie met de andere
Nederlanders, zoals Mike Teunissen, Boy van Poppel en Taco van der Hoorn?
‘Daar trek je wel mee op, maar bij deze ploeg is het juist
gemixt aan tafel. Dat is alleen maar mooi, want dan krijg je geen
groepjesvorming. Het is niet zo dat de Belgen, Italianen en Nederlanders apart
zitten, maar iedereen zit door mekaar heen. Taco heb ik door zijn
hersenschudding nog niet veel gezien, maar ik ben blij dat hij hier een paar
dagen is. Die andere jongens heb ik vorig jaar wel mee gekoerst. Mike en Boy
zeiden me ook dat het wel goed zat toen ze me zagen rijden, dus dat was wel
mooi om te horen.’
Aike schrijft jaarplanningen uit, weten we. Is die van jou
vorig jaar uitgekomen?
‘Zeker, dat is helemaal goed uitgedraaid. Mee op
trainingskamp in december en januari… beginnen in Algarve en een week later won
ik zelf bij de beloften. Verder heb ik gedurende het jaar meerdere koersen
kunnen rijden in dienst van de plan, waardoor we met veel renners van de
beloftenploeg prof zijn kunnen worden. Dat was het plan en dat lukte precies.’
Dan zijn wij natuurlijk benieuwd naar je jaarplan voor dit
jaar.
‘In grote lijn weet ik dat, maar het kan natuurlijk altijd
zijn dat er door ziektes of blessures wat dingen veranderen. Ik rijd na
Parijs-Nice ook nog de Belgische klassiekers met Gerben, zoals Nokere, Bredene
en De Panne. Maar ook bijvoorbeeld de Volta Limburg. Ik vind het echt een mooie
planning.’
En een grote ronde?
‘In principe denk ik dat ik het aan zou kunnen, maar het
staat er nog niet op. Tijdens trainingen en wedstrijden merk ik wel dat ik niet
verslechter naarmate het langer duurt, dus in die zin denk ik dat ik er een
grote motor in heb zitten. In de Vuelta is het aardig wat bergop: niet dat ik
er slecht in ben, maar ideaal is het niet. Normaliter is het nog echter nog
niet voor dit jaar.’
Als wat voor type renner zou je jezelf dan omschrijven?
‘Afgelopen jaar heb ik ook wat goede tijdritten gereden.
Voor mijn lengte ben ik vrij licht, maar niet licht genoeg om bergop vooraan
mee te doen. Ik denk dat ik de klassiekers met een zwaar profiel aan zou moeten
kunnen: een beetje heuvelachtig en een sprint heb ik ook nog wel in huis.
Verder kan ik mijn ding doen in de lead-outtrein, omdat ik met mijn lengte
jongens uit de wind kan zetten. Een allround renner dus, die op alle vlakken
wel een beetje uit de voeten kan.’
Wat zijn dan je langetermijn-ambities?
‘Ik wil belangrijk zijn in de lead-out en de klassiekers
ontdekken. Zo’n koers als Roubaix, de hele dag hard rijden… dat zijn de koersen
die ik wil ontdekken.’
Ander dingetje: bij jullie komen ze nu ook steeds jonger
over. Jij was laatstejaars belofte, maar om je heen zie je ze steeds jonger de
overstap maken. Heb je daar een verklaring voor?
‘Ik weet het niet. Misschien dat het de algemene
ontwikkelingen zijn met de wetenschap, voeding en dergelijke? Alles wordt al
heel vroeg tot in de puntjes uitgezocht, waardoor de resultaten bij talenten
ook sneller komen. En dan maak je die stap misschien sneller dan vroeger, omdat
je eerder opvalt.’
‘Neem Alexy Faure Prost: hij is superjong, een tweedejaarsbelofte
die supergoed bergop kan rijden. Hij was dit jaar de kopman in de Giro NextGen,
waar ik hem van dichtbij mee heb mogen maken. Het is mooi om met zo’n jongen te
werken, als eerstejaarsbelofte reed hij al heel goed. Tweede op de Stelvio in
de Baby Giro, dan moet je ook echt wel een uur lang wattages kunnen trappen.’
Hoeveel rek zit er bij jou nog op?
‘Ik heb elk jaar veel stappen gezet. Ik ben als clubrenner
begonnen bij de beloftes en ben toen via VolkerWessels bij de opleidingsploeg
terechtgekomen, maar ook al veel kunnen leren van de ervaren mannen bij
Intermarché. Trainingstechnisch zit er nog wel rek op, richting de toekomst.’
Types zoals jij, hardrijders, gaan vaak via de geleidelijke
weg. Neem Niki Terpstra of Dylan van Baarle in Nederland. Als je wil scoren in
de klassiekers, is het moeilijk om in één keer die overstap te maken. Hoop je
ook op dat pad?
‘Ik heb tot dusver elk jaar dat stapje meer kunnen doen naar
boven. Nu sta ik voor mijn eerste profjaar en die stappen wil ik blijven maken,
zodat ik uit kan groeien tot een renner die mooie resultaten kan rijden en
belangrijk kan zijn voor zijn ploeg.’
Tom van der Salm (Twitter:
@TomvanderSalm) | e-mail:
[email protected])