Interview | Ducrot over aankomende Tour: ‘Het wordt er één voor de durfals’ IDL-producties
IDL-producties

Interview | Ducrot over aankomende Tour: ‘Het wordt er één voor de durfals’

Interview | Ducrot over aankomende Tour: ‘Het wordt er één voor de durfals’

Een groepje van de NOS (onder wie Han Kok en Herman van der Zandt) vertrekt in een eigen bubbel binnenkort naar Frankrijk om verslag te doen van de Tour de France 2020. Herbert Dijkstra en Maarten Ducrot (62) blijven in Hilversum. Vanuit een studio, met kastelenboek op schoot en uitpuilende database bij de hand, geven de twee mannen commentaar bij de livebeelden. In de Leiderstrui sprak Ducrot over de aankomende Tour, die anders wordt dan anders.

Allereerst: hoe ben je de wielerloze periode doorgekomen?

‘Ik ben al zo’n dertig jaar zelfstandig ondernemer. Afhankelijk van opdrachten. In die zin was het coronavirus en alles wat daardoor wegviel best bedreigend. Ik heb wel in de rats gezeten. Maar Nederland is ook een land waar niemand van de honger omkomt. Ik heb eigenlijk een soort van vakantie gehad en heb mijn tijd doorgebracht door me te specialiseren in online gespreksonderwerpen en congressen tot stand te brengen. Plus dat ik nu met mijn eigen podcast en huiswerk (bronnen raadplegen en spreken) richting de Tour de France aan het werk ben.’

Die zal omgeven worden met veel regelgeving.

‘Ik hoop dat regelgeving niet boven menselijkheid wordt verheven. Het irriteert mij dat de corona-aanpak ontaardt in steeds meer regelgeving. In strakke procedures. Je contactgegevens achterlaten bij een horecabezoekje, kom op? We leven in een tijd dat we de ander als een bedreiging moeten zien voor je gezondheid. Dat is niet oké. We moeten er juist met z’n allen uitkomen. Ik wil samen met andere mensen naar een oplossing toe. Dat vergt eigen verantwoordelijkheid en opvoeden. Regels mogen niet boven menselijkheid komen te staan. Begrijp mij goed: ik ben niet iemand van de groep Viruswaarheid. Maar de overheid moet niet doorschieten richting politiestaat.’

Gaat verregaande regelgeving ook in de Tour een rol spelen?

‘Rondom de etappes zeker. Al hoop ik dat het peloton het tijdens de koers van zich afgooit. Hoop dus dat de renners iets durven. Renners komen naar Frankrijk met een andere fysieke basis. Tom Dumoulin zegt dat hij amper op hoogtestage is geweest en daarom niet kan winnen. Maar welke renner is dat wel? Deze tijd vereist tegenovergesteld denken. Zoals bijvoorbeeld Wout van Aert doet. Fenomenaal hoe die na zijn ongeluk toch dit niveau haalt met zijn ploeg. Topklasse. Van Aert laat zien dat degene die nu durft ook wint, zie Strade Bianche. Daarin zag je ook Jakob Fuglsang sterk demarreren om kilometers later hard terug te vallen. Er gaan ook in de Tour zulke onverwachte dingen gebeuren. Spektakel. Daar verheug ik mij wel op. Dit wordt een Tour de France voor de durfals.’

Hoe kijk je aan tegen de sterke blokken van Jumbo-Visma en Team INEOS?

‘Eerlijk gezegd interesseert mij die tweestrijd geen fuck. Ik wil gewoon dat iedere renner lekker gaat koersen. Ik vrees dat Primoz Roglic beter in vorm is dan Dumoulin en dat die zijn kloten er moet gaan afdraaien voor zijn kopman. Dat kan ie wel. Dat heb ik hem eens eerder in Milaan-Sanremo zien doen voor Sunweb. Ik volg Dumoulin goed en hoop dat hij zich als renner herontdekt in de Tour de France.’

Lees verder onder de foto!

Hoe zit het met het blok Dijkstra/Ducrot? Jullie zitten straks weer veel op elkaars lip.

‘We worden elk jaar nog beter. Hij is mijn maatje. Maar hé, ik ben nu 44 jaar samen met dezelfde vrouw, en ga niet aan jouw neus hangen hoe ik dat voor elkaar krijg. Zo ga ik ook niet vertellen over de maatstaven tussen mij en Herbert.’

Heb je al een nieuw kasteel langs de route in Frankrijk ontdekt?

‘Hoho. Als jij mij in al die jaren (vanaf 2004 versla ik de Tour de France) een verhaal over een kasteel heb horen houden, krijg je een biertje van mij. Herbert is van het kastelenboek. Daar kleeft nog wel een leuke anekdote aan. In de beginjaren 2000 deden we niets met kastelen die in beeld voorbij kwamen. Hooguit dat we zeiden: mooi kasteel. Pas toen de regio’s en de VVV in Frankrijk grote sponsors werden kwam er een boek. Op een gegeven moment werden we door de hoofdredacteur gevraagd die kastelen te benoemen. Driekwart van onze kijkers is zestig plus. Die vinden die verhalen fantastisch. Ik haal mijn verhalen uit mijn eigen database.’

Die is behoorlijk, begrijp ik.

‘Mijn digitale database met renners, ploegen en verhalen, heb ik sinds 2006. Tik ik bijvoorbeeld een rennersnaam in dan wordt ie automatisch gekoppeld aan teams en door mij ingevoerde verhalen. Mijn programma is ontworpen door de technisch vernuftige Alphons Hupsch. Hij is nu een hoge pief op de ict-afdeling van ABN Amro. Toen mijn systeem een update vroeg moesten sommige scripts opnieuw geprogrammeerd worden. Paniek. Dat kon ik zelf niet. Hupsch heeft dat toen gelukkig voor mij geregeld.’

Wat zijn voor jou mooie momenten tijdens een Tour?

‘Als er goede etappes gereden worden. Dat zijn niet per se etappes met Nederlands succes. Dat interesseerde mij als renner ook geen fluit. Zei er iemand na afloop: je bent de beste Nederlander. So what? Het wielrennen is prachtig door drie zaken. Iedereen heeft kans om te winnen. Daardoor moet je enorm afzien. En je moet er slim genoeg voor zijn. Dat alles bij elkaar maakt deze sport zo mooi. Thomas Voeckler vond ik bijvoorbeeld een debiel, echt gestoord, maar daardoor kreeg ik ook weer mededogen met hem. De etappe waarin hij met Albert Timmer van Sunweb wegreed, terug werd gepakt en op het einde toch nog een meter voor bleef op het peloton, vond ik schitterend. Dan zit ik te juichen. Mooi dat ik die strijd van commentaar mag voorzien. Becommentariëren is sowieso een voorrecht.’

Je bent, zeker tijdens de Tour, een bekend figuur. Welk misverstand bestaat over jou?

‘Dat ik zo’n tien jaar geleden de term ‘het nieuwe wielrennen’ heb bedacht en dat dat zou staan voor schoon wielrennen. En dat ik daarmee het straatje schoonveegde van mijn voormalige beroepsgroep. Met het oude wielrennen wordt dan bedoeld: koersen op controle (zoals SKY), doping en voorspelbaarheid. Maar je ziet langzamerhand, dat begon al een jaar of acht geleden, een beweging ontstaan. Het nieuwe wielrennen. Daarin mochten talenten als Sagan en Pogacar wel direct zelf koersen in plaats van eerst jaren voor hun kopman te moeten werken. Mathieu van der Poel, Remco Evenepoel en ook Wout van Aert koersen meteen vooraan mee. Dat kunnen ze niet alleen, ze mogen het ook. De hele wetenschap van het team staat in hun dienst. Die beweging, vanuit dat oude rotte wielrennen, heb ik gezien en benoemd. Iedereen zag dat als een directe gebeurtenis. O, vanaf nu is het nieuw wielrennen. Dat was veel te voorbarig. Het nieuwe wielrennen is een proces dat nog steeds gaande is. En waarvan ik hoop dat het ook in de Tour meer spannende wedstrijden gaat opleveren. Dat de beste renners tegen elkaar koersen tot ze erbij neervallen en toch blijven nadenken en slimme dingen doen, zodat de held uiteindelijk wint.’ (Foto: Erik de Weerd)

Gerrit van Loon (email: g.vanloon@indeleiderstrui.nl)

Plaats reactie

666

0 reacties

Laad meer reacties

Je bekijkt nu de reacties waarvoor je een notificatie hebt ontvangen, wil je alle reacties bij dit artikel zien, klik dan op onderstaande knop.

Bekijk alle reacties

Meer nieuws