De wielrenner, je hebt ze in verschillende soorten en maten. Van een aantal keer in de zomer fietsen, tot professionals en heel veel daar tussenin. Wat hebben zij vaak gemeen? Ze willen beter worden. Beter dan je eigen prestaties of beter dan je vrienden. Of ja.. niet slechter. Hoe? In deze serie gaat In de Leiderstrui op onderzoek uit.
In
deel 1 gingen we samen met Leon Burger in gesprek, die met zijn bedrijf
Robic wielrenners op verschillende niveaus coacht en begeleidt om beter te worden. We hadden het over het ideale trainingsschema voor de recreatieve wielrenner, wat het ideale aantal keer is om te fietsen en in welke mate je die ritten moet verdelen tussen rustig en intensief. In dit tweede deel gaan we dieper in op het intensieve fietsen en hoe dat ervoor zorgt dat je uiteindelijk beter wordt.
Dag Leon! Wat kun jij vertellen over het belang van intervaltraining/intensieve training in relatie
tot prestatieverbetering?
'Fietsen kun je allereerst prima gebruiken om alleen duurtrainingen
te doen, lange ritjes te maken en op mooie plekken te komen. Als je op een gegeven moment
ook hard wilt gaan fietsen, kan je het beste beginnen met intervaltrainingen.
Het doel van intervaltrainingen is om uiteindelijk je snelheid of je vermogen
te verhogen.'
Hoe werkt dat in de praktijk?
'Stel dat jij een uur lang op een hartslag van 160 gaat
fietsen, dan zal je zien dat er na verloop van tijd vermoeidheid ontstaat. Als je hartslag dan gelijk blijft, gaat je vermogen omlaag. De truc is om binnen dat
uur bepaalde rustmomenten in te bouwen. Je fietst niet meer een uur hard lang achter elkaar, maar gaat je training bijvoorbeeld indelen in vier blokken van vijftien minuten, met tussen
die blokken vijf minuten rust. Dan sta je niet stil, maar fiets je vijf minuten
om te herstellen. Door een pauze in te nemen, kan je lichaam weer even herstellen en
zal je zien dat je ieder blok wel op dat vermogen blijft fietsen. Het
resultaat daarvan is dat jouw vermogen over die vier blokken hoger is, met dezelfde hartslag, dan wanneer je een uur achter elkaar
fietst. Daardoor is je trainingseffect groter.'
'Als jij beter wil worden, gaat het om de trainingen boven het omslagpunt'
- Leon BurgerHoe lang en met
welke intensiteit moet je die intervaltrainingen doen?
'Als we ervan uitgaan dat je allereerst die basis hebt van die rustige training, dan kun je het tempo steeds iets meer opschroeven, tot je bij je omslagpunt komt.'
Tempotrainingen
'Je zou eerst kunnen zeggen dat je je concentreert op het
gebied onder dat omslagpunt. Dan kun je trainingen doen die je tempotrainingen
noemt. Dan train je een stukje boven dat rustige duurtempo. Bij duurtraining
kan je gewoon praten, bij tempotrainingen kan je nog wel praten, maar kost dat
wat meer moeite. Bij tempotrainingen kun je lange blokken maken van tussen de
tien en twintig minuten. Als je net begint, begin je misschien met blokken van
vijf minuten en vijf minuten rust. Dat doe je vier keer en als het goed gaat
breid je dat uit naar vijf, zes, zeven keer. Daarbij bouw je dus de frequentie
op. Als dat ook weer beter gaat, maak je de lengte van de blokken langer. Dan
pak je blokken van tien minuten, met vijf minuten rust.'
Omslagpunt/threshold
trainingen
'Daarna kun je zeggen, ik ga omslagpunt trainingen doen,
ook wel threshhold trainingen. Dat is precies op de anaerobe drempel. Die drempel bereik je wanneer je lijf meer melkzuur aanmaakt dan je lichaam als brandstof gebruikt. Threshold trainingen hebben als doel om deze anaerobe drempel te verhogen. Het zijn echter ook hele belastende trainingen, waarbij het gevaar bestaat dat je erg vermoeid raakt wanneer je hier te veel van doet.'
Anaerobe trainingen
'De volgende stap zijn trainingen boven dat omslagpunt, waarbij je anaerobe energie vrijmaakt. Wat je doet als je boven je
omslagpunt gaat rijden, is dat jij lactaat aanmaakt en gaat verzuren. In jouw
herstel wordt die lactaat weer weggewerkt. Echter, de snelheid waarmee je lactaat aanmaakt en
afbreekt verschilt van persoon tot persoon. Dat heeft veel te maken met hoe je getraind bent. Iemand die heel goed getraind is, kan bijvoorbeeld tien keer één minuut boven zijn omslagpunt rijden, met een halve minuut rust. Die kan in die rust alweer
zoveel lactaat wegwerken, waardoor die heel veel herhalingen achter elkaar kan
doen. Iemand die niet goed getraind is, kan veel minder herhalingen doen. Dat
zijn veel moeilijkere trainingen, die je ook niet op hartslag kan doen. Jouw
hartslag ten opzichte van jouw omslagpunt zegt heel weinig, want je hartslag
laat vooral iets over het aerobe gedeelte inzien. De training is echter een combinatie
van je aerobe en anaerobe vermogen. Die trainingen zijn wel heel erg effectief.
Dus als jij beter wil worden, dan gaat het om de trainingen boven het
omslagpunt. Door echt hele zware trainingen te doen, word je beter.'
'Je houdt de rustige training, die blijft onderdeel van je trainingsschema'
- Leon BurgerHoe zou je de
verdeling van intervaltrainingen en duurzame trainingen in de week zien?
'Het makkelijkste van een intervaltraining is om die
korter te maken, want de intensiteit ligt veel hoger. Je hebt minder tijd nodig
om dezelfde zwaarte te bereiken dan bij een duurtraining. Je zou kunnen zeggen:
ik doe twee intervaltrainingen en één rustige duurtraining. Dat hangt er een
beetje van af in welk stadium van je conditie je bent. Je houdt ook altijd die
rustige training, dat blijft altijd een onderdeel van je trainingsschema. Als je een hoger niveau hebt, kan je met een hoge
intensiteit aan je rit beginnen en er nog een paar uur duurtraining achteraan
doen. Als je daarmee wacht tot het einde van je rit, ben je vermoeider en ga je
minder vermogen trappen. Idealiter doe je dat dus op het begin van je rit,
waarbij je wel een goede warming-up nodig hebt. Mentaal is het ook wel weer
leuk om op het einde van je rit te doen, omdat je dan een finale van een wedstrijd nabootst.
Training/fysiologisch gezien is het beste aan het begin van je training.'
Wanneer leg je de nadruk op intervaltrainingen en wanneer op duurvermogen?
'Je hebt de tijd dat je het vol wil houden en je snelheid op de fiets.
Wil jij na honderd kilometer fietsen niet meer met 25 per uur gemiddeld
thuiskomen, maar met 30 per uur gemiddeld, dan wil je dus je snelheid verhogen
en moet je op hoge intensiteit trainen. Wil jij vijf uur, in plaats van vier
uur aan 25 gemiddeld per uur fietsen, dan kun je beter de nadruk leggen op je
uithoudingsvermogen.'
Hoe belangrijk is
het om een hartslag- of vermogensmeter te hebben? Of kun je zonder ook goed
trainen?
'Als je geen hartslag- of vermogensmeter hebt, dan moet je
dus op gevoel gaan rijden en moet je bij een rustige duurtraining bedenken wat
nog rustig aanvoelt en waarbij je kan praten. Een tempotraining voelt zwaarder
aan, maar daarbij kan je nog wel een beetje wat zeggen. Bij een hele zware
training kan je niks zeggen, ben je alleen maar aan het hijgen en voelt het
echt heel zwaar aan. Gevoel is een hele belangrijke factor en hoe meer ervaring
je hebt, hoe beter je dat kan aanvoelen. Ik raad ook aan om met name als je
begint en je wil echt gaan trainen, om snel die hartslagmeter aan te schaffen.
Je moet er bij je hartslag wel achterkomen waar je omslagpunt ligt. Aan de
hand daarvan kun je in de verschillende trainingszones gaan trainen.'
Zijn er ook no
go’s wat betreft intervaltraining?
'Als je een intervaltraining gaat doen, ga je dus ook meer
koolhydraten verbranden. Dus als jij een hoge intensiteitstraining doet, dan
moet je lichaam ook meer energie halen uit koolhydraten. Wat ik nog wel eens zie
gebeuren, is dat mensen na hun werk gelijk de fiets opgaan en beginnen met een
zware training. Dan hebben ze geluncht om één uur en als je dan vijf uur later
een training gaat doen zonder te eten, dan lukt het je niet om die vermogens
weg te trappen. Je lichaam heeft dan niet genoeg suikers tot zijn beschikking.
Dus zorg dat die koolhydratenvoorraad gevuld is.'
Zou je daarin ook
nog dingen aanraden hoe je dat doet met die koolhydrateninname? Moet je daar
een dag van tevoren al mee beginnen?
Voor een training is dat in principe niet nodig. Als je
vijf uur door de Ardennen gaat fietsen en intensiteit en duur met elkaar
combineert, waardoor je echt een beroep doet op die koolhydraten, dan
natuurlijk wel. Als jij gewoon een training van één à anderhalf uur doet, dan
is het niet nodig om een dag van tevoren twee borden pasta te eten.'
Geïnteresseerd in coaching en begeleiding bij het wielrennen of altijd al
een keer op trainingskamp willen gaan? Ga dan naar www.robic.nl of
bezoek hun Instagram-pagina.