In 2021 gingen we op zoek naar de opvolgsters van Anna
van der Breggen en Chantal van den Broek-Blaak, die hun afscheid aangekondigd
hadden. Wat we toen echter nog niet wisten, is dat laatstgenoemde renster spijt
kreeg van haar keuze en er nog wat jaartjes aan vast plakte. Van der Breggen bleef
daarentegen wel bij haar besluit en vervolgde haar carrière bij Team
SD Worx in
een nieuwe rol als ploegleidster. In het laatste deel van deze serie van
In de Leiderstrui een interview met Van der Breggen.
In haar tienjarige carrière fietste Van der Breggen een
palmares bijeen om U tegen te zeggen. Zo werd ze olympisch kampioen, Europees
kampioen, Nederlands kampioen en twee keer wereldkampioen. Ook in het racen
tegen de klok was ze succesvol: ze pakte de Nederlandse en Europese titel en
reed naar de regenboogtrui. Om het lijstje compleet te maken schreef ze vier
keer de Giro Rosa op haar naam en kroonde ze zich tot koningin van de
klassiekers, waarbij ze de Waalse Pijl zeven keer op rij wist te winnen!
Eind 2021 voltooide ze haar profcarrière en begon ze aan
een nieuw avontuur als ploegleidster bij Team
SD Worx. Het einde van een
tijdperk was aangebroken, maar een nieuwe lichting diende zich alweer aan. We
gingen
in gesprek met vijf Nederlandse toptalenten die zomaar eens in de
voetsporen van de 31-jarige Van der Breggen zouden kunnen treden: Demi
Vollering, Lorena Wiebes, Shirin van Anrooij, Lonneke Uneken en Silke Smulders.
Alle vijf de jongelingen hadden lovende woorden over voor
Van der Breggen. Wat deed het met De Zuster uit Zwolle om die verhalen
te lezen? ‘Het is toch altijd apart als je dat van andere meiden hoort’, antwoordt
ze. ‘Dat merkte ik ook na het WK van 2021 (haar laatste wedstrijd, red.). Als
collega’s of andere jonge meiden die ook goed willen worden dat zeggen, is dat toch
wel het mooiste compliment dat je kunt krijgen. Op die manier kun je iemand
anders inspireren om ook een doel en een droom te hebben.’
Van der Breggen werd in 2016 olympisch kampioen op de weg in Rio de Janeiro
Snelle opmars Vollering verraste Van der Breggen niet
Een van de dames die we destijds spraken is dus Vollering (Team
SD Worx),
de renster die in 2021 haar grote doorbraak beleefde. ‘Ik denk dat Demi een
supermooi voorbeeld is van een jonge meid die zo’n droom heeft', vertelt Van der
Breggen. ‘Zij laat zien dat het uiteindelijk best wel snel kan gaan om een goede
wielrenster te worden. Bij Demi is dat súpersnel gegaan, die was al goed toen
ze van Parkhotel (Valkenburg Cycling Team, red.) afkwam. Je merkt gewoon aan
alles dat zij talent heeft, maar dat ze het ook heel graag wil. Die combinatie
maakt dat ze het heel snel oppakt en ze een hele goede wielrenster is geworden.
Als jonge meiden naar haar kijken en zien dat zij in een jaar tijd naar de top
van het wielrennen is doorgegroeid, denk ik dat dat hun ook heel erg kan
motiveren.’
Of Van der Breggen die snelle progressie bij Vollering
verwacht had? ‘Eigenlijk wel’, antwoordt ze. ‘Toen ik nog met haar koerste, ook
toen ze nog niet bij ons in de ploeg reed, voelde ik gewoon hoe sterk ze is.
Je hebt een stukje talent nodig en je moet het in je hebben om te kunnen
trainen. Het gaat erom dat je net dat laatste stapje extra zet, zo ook mentaal.
Je moet namelijk slim kunnen koersen, zodat je wedstrijden kan gaan winnen. Normaal
gesproken is dat altijd een beetje een vraagteken, maar bij Demi was het wel
heel duidelijk dat dat stukje talent er zit en ze voorin meekan in de koersen.
Er zat wel een goede kans in dat zij echt een goede wielrenster kon worden.’
'Waar de grenzen van Demi liggen, weten we nog niet precies'
- Anna van der Breggen over Demi VolleringOok in het huidige wielerseizoen baart Vollering opzien,
onder meer met haar zege in de Brabantse Pijl en haar tweede plekken in de Omloop Het Nieuwsblad en de Amstel Gold
Race. De renster blijft dus vooruitgang boeken, maar waar liggen haar grenzen? ‘Dat
weten we nog niet precies’, geeft Van der Breggen aan. ‘Ze zet elk jaar nog een
grote stap. Dat doet ze niet alleen door sterker te worden, maar ook op mentaal
vlak. Het gaat erom dat je leert hoe je moet koersen, kijkt waar je goed in
bent en weet wat je op welke momenten moet doen.’
Hier en daar ziet Van der Breggen nog wel wat
verbeterpuntjes voor haar poulain. Zo heeft Vollering reeds bewezen in
klassiekers te kunnen winnen, maar is haar ploegleidster benieuwd of ze dat ook
in de grote rondes en etappekoersen kan. ‘Al heeft ze The Women’s Tour vorig
jaar natuurlijk wel gewonnen. Wanneer je voor het eerst in een leiderstrui
rijdt, is dat superspannend en kost dat veel energie. Op een gegeven moment leer
je daarmee om te gaan en weet je wanneer je energie moet sparen en waar je het
uit moet spelen. Dat geldt voor alles, zo ook voor een sprint: hoe vaker je het
doet, hoe beter je erin wordt. Zo kom je te weten wat je moet doen om de beste
sprint neer te kunnen zetten op basis van wat bij jouw lichaam past.’
Van der Breggen ziet het vrouwenwielrennen professionaliseren
Waar de vijf talenten de nodige positieve veranderingen
in het
vrouwenwielrennen opmerkten, kan Van der Breggen daar zeker over meepraten.
‘Ik zie sowieso dat er nu veel meer ploegen zijn dan eerst, maar ze rijden ook
nog eens op een professionelere manier rond. Tegenwoordig heb je binnen een
ploeg echt meerdere goede speerpunten, terwijl dat vroeger wel anders was. Toen
was er vaak maar één renster die dan de kopvrouw was waar veel wedstrijden mee
gewonnen werden. De groep meiden die wedstrijden wint, wordt steeds groter.’
Een andere ontwikkeling vinden we volgens de Nederlandse
in de wijze waarop er gekoerst wordt. ‘Er zijn nu ook meiden die wedstrijden
winnen door niet op de favorieten te wachten, maar juist daarvoor te ontsnappen
en weg te blijven. Dat is een manier van koersen die de wedstrijden super
spannend maakt. Waar je vroeger de winnaar van tevoren eigenlijk al kon
opschrijven, is het nu gewoon niet te voorspellen. Het is echt stuivertje
wisselen, want er is elke keer iemand anders die wint.’
'Als onze koersen zó spannend zijn, vind ik dat het mooiste wat het wielrennen te bieden heeft'
- Anna van der BreggenBinnen de wedstrijden van de heren zien we de door Van
der Breggen genoemde koerswijze nog altijd minder vaak terug. Maakt dat het
vrouwenwielrennen misschien wel leuker dan het mannenwielrennen? ‘Ja, maar het
was sowieso al leuk hè’, lacht ze. ‘Ik vind het ook mooi om Pogacar (Tadej,
red.) in Vlaanderen de Kwaremont op te zien rijden, dat is ook het topje van
wielrennen. Dat vind ik leuk om naar te kijken. Maar als onze koersen zó spannend
zijn, vind ik dat het mooiste wat het wielrennen te bieden heeft.’
Ook in het veldrijden geniet Van der Breggen meer van de vrouwenkoersen
Diezelfde situatie ziet Van der Breggen ook terug in het
veldrijden, vertelt ze. ‘Afgelopen winter vond ik de koersen van de vrouwen
vele malen aantrekkelijker dan die van de mannen. Het feit dat alles zo dicht bij
elkaar ligt en het zo spannend is, maakt het heel leuk om ernaar te kijken. Dat
gold niet alleen voor het WK, maar eigenlijk voor alle wedstrijden. Lucinda (Brand,
red.) won bijvoorbeeld heel vaak, maar toch waren de koersen echt vaak spannend.
Bij de mannen was dat anders. Met alle respect, maar als Mathieu (Van der Poel,
red.) bijvoorbeeld meedoet, is het vrij duidelijk wie er gaat winnen. Er werd
daar niet zo vaak verkeerd gegokt en gewisseld van positie, het was vaak al vrij
duidelijk in het begin.’
Van het ervaren van druk is er in het vrouwenpeloton niet
al te veel sprake, denkt Van der Breggen. ‘Je hebt allemaal je eigen rol in de
ploeg en weet wat er van je verwacht wordt. Wanneer jonge meiden tegen de
verwachtingen in een wedstrijd winnen, is dat alleen maar mooi. Dan heb je nog rensters,
onder wie Demi, die vorig jaar grote koersen wisten te winnen. Bij hun zijn de
verwachtingen er dit jaar ook wel weer: dat ze kan winnen, weet ze zelf ook. Wij
hebben meerdere rensters die een koers kunnen winnen, maar toch zal het voor
een renster wel een bepaalde druk geven wanneer ze weet dat ze kan winnen. Het
is wel fijn als je dat dan kan delen met de meiden van de ploeg. Mocht het toch
niet lukken, is het niet zo dat de wedstrijd verloren is. Het is dan gewoon aan
iemand anders van de ploeg, dus het is wel een fijn gevoel om een beetje
back-up te hebben.’