De afscheidstournee van
Anna van der Breggen en Chantal
van den Broek-Blaak is begonnen. Beide rensters van SD Worx hangen hun fiets binnenkort aan de wilgen, waarna ze als ploegleidsters aan de slag zullen gaan
bij diezelfde ploeg. Het einde van een tijdperk, maar een nieuwe lichting dient
zich aan.
In de Leiderstrui brengt de opvolgsters van ‘de twee iconen’ in beeld
en gaat met hen in gesprek. In deze editie:
Lorena Wiebes van Team DSM.
Noot: dit interview is gepubliceerd voorafgaand aan de ploegpresentatie waarin Chantal van den Broek-Blaak bekendmaakte dat ze er toch nog een paar jaar aan vast plakt. Lorena Wiebes: een introductie
Namens Parkhotel Valkenburg deed Wiebes in 2018 haar
intrede in het profpeloton. Ze wist toen al gelijk wat koersen te winnen, maar
haar echte doorbraak volgde in 2019. In dat jaar wist ze maar liefst vijftien
overwinningen binnen te slepen, met als hoogtepunt een gouden plak op het Nederlands
kampioenschap en op de Europese Spelen in Minsk. Uiteindelijk stond ze na dat
seizoen zelfs bovenaan de UCI-wereldranglijst.
Ondanks haar doorlopende contract besloot Wiebes in 2020
Parkhotel Valkenburg te verlaten. Ze zette haar carrière per 1 juni voort bij
Team Sunweb, het huidige Team DSM. ‘Ik had gewoon echt een goed gevoel bij die
ploeg. Het is allemaal net wat professioneler, wat natuurlijk superfijn is', vertelt de renster uit Mijdrecht over haar overstap. In het tricot van haar
nieuwe ploeg greep ze onder meer de bloemen in de Omloop van het Hageland, GP
Euromat, Driedaagse Brugge-De Panne en in de eerste etappe van de Madrid
Challenge.
Lees verder onder de foto
Wiebes werd als Nederlands kampioen tweede in de GP Beghelli Donne, 2019.
Begin 2021 wilde het echter nog niet direct vlotten voor
Wiebes. De renster kwam namelijk hard ten val in de Healthy Ageing Tour, die in
maart verreden werd. Een kleine maand later ging de zon dan toch schijnen, want
Wiebes
schoot raak in de Scheldeprijs. Opgelucht blikt ze terug: ‘Ik moet
eerlijk zeggen dat ik die overwinning wel hard nodig had, aangezien mijn
seizoen nog niet verliep zoals ik voor ogen had. Ik had natuurlijk wel m’n
doelen gesteld dit jaar en een van die doelen was de Scheldeprijs, vooral omdat
het bij de mannen wordt gezien als het sprintersbal. Ik was er echt op gebrand
om te winnen die dag.’
Het moge duidelijk zijn dat Wiebes bekend staat om haar
sprintcapaciteiten, al sluit ze niet uit in de toekomst andere kwaliteiten te
willen ontdekken. Haar ambities liggen voor dit seizoen dan ook op het vlakke.
‘Ik denk dat mijn grootste doelen vooral aan het eind van het seizoen liggen,
in oktober, waar nu ook Parijs-Roubaix naartoe is verplaatst. Puur voor mijzelf
zou ik zoveel mogelijk overwinningen willen pakken. Ook straks in de Simac
Ladies Tour, al is het nog even afwachten wat voor etappes dat gaan worden. Natuurlijk
hoop ik ook mee te mogen doen aan het WK in België.’
Het tijdperk na Van der Breggen en Van den Broek-Blaak
Met haar 22-jarige leeftijd staat Wiebes pas aan het
begin van haar carrière, waardoor ze regelmatig als ‘renster van de toekomst’
bestempeld wordt. Toch ervaart de renster daar geen druk van. ‘Dat komt
misschien wel doordat ik die druk zelf al opleg. Als ik aan de start van welke
wedstrijd dan ook sta, wil ik het liefst winnen met het team. Ik voel dan ook
geen druk om in de toekomst te moeten presteren, want eigenlijk vind ik dat ik dat
nu al moet doen.’
Voor dit seizoen is het volgens Wiebes zaak dat ze
zichzelf door ontwikkelt. Waarin hoopt ze nog verder te groeien? ‘Ik train veel
in Limburg om meer hardheid op te doen. Ook mijn duurvermogen zal met de jaren
moeten verbeteren. Ik denk daar zeker nog stappen in te kunnen zetten, waar de
ploeg overigens ook goed mee bezig is. We hebben een superjonge ploeg, we
groeien met elkaar mee en we versterken elkaar. Ik hoop dat we straks net zo
sterk zijn als een SD Worx, of misschien wel sterker. Eigenlijk hebben we veel
meiden in de ploeg die wedstrijden kunnen winnen. We hebben zoveel talenten in
het team en die gaan alleen nog maar beter worden in de toekomst.’
Lees verder onder de foto
Wiebes blijft aan de weg timmeren, zo ook op haar tijdritfiets.
Voor nu zal de concurrentie voor Team DSM vooral vanuit
de hoek van SD Worx, het vroegere Boels-Dolmans, komen. Met dames als Van der
Breggen, Van den Broek-Blaak, Demi Vollering en Jolien D’Hoore vormen zij een machtig
blok in het peloton. ‘We weten dat ze supersterk zijn en dat nemen we ook wel
mee in onze wedstrijdvoorbereiding. Je weet wel waar je ongeveer moet zitten
als er bijvoorbeeld waaiers zijn. Soms is het lastig om ertegenop te koersen, maar aan
de ene kant is het ook wel weer mooi. Daardoor gaat het niveau van het vrouwenwielrennen
namelijk ook wel weer omhoog’, denkt Wiebes.
Toch zou de situatie er volgend jaar wel eens anders uit
kunnen zien. Na dit seizoen hangt Van der Breggen haar fiets namelijk aan de wilgen en ook Van den Broek-Blaak stopt volgend jaar, wat volgens Wiebes de nodige veranderingen in het
peloton zal veroorzaken. ‘Maar ik denk ook dat er wel weer een nieuwe lichting met
goede rensters op gaat staan en er jonge meiden beter gaan rijden. Voor mij
persoonlijk zal er echter vrij weinig veranderen, aangezien ik natuurlijk nooit
hoef te sprinten tegen hen. Misschien dat sommige wedstrijden iets minder zwaar
zullen worden, haha!’
De Nederlandse suprematie in het vrouwenwielrennen
Als we een blik werpen op de uitslagen binnen het
vrouwenwielrennen, dan zien we vooral Nederlandse namen terug. Er spelen veel
Nederlandse dames mee in de top, zowel in de oudere als de jongere generatie.
‘Ik vind het alleen maar mooi dat Nederland het vrouwenwielrennen domineert. Ik
hoop dat we dat in de toekomst ook kunnen blijven doen. We hebben genoeg talentvolle
Nederlandse dames, dus die verwachting heb ik ook wel. Misschien dat het straks
wel even een tijdje wat minder is, omdat er nu best een groot gat zit tussen de
lichting van bijvoorbeeld Van der Breggen en mijn lichting. Maar ik denk dat de
concurrentie ook in de toekomst zeker weer vanuit de Nederlandse hoek zal
komen.’
Wel vertelt Wiebes dat het tijdens kampioenschappen wel
eens lastig kan zijn dat Nederland op veel verschillende kopvrouwen kan inzetten.
Tevens zijn de verwachtingen van buitenaf hoog. ‘Als we een keer een
kampioenschap ‘verliezen’ of we tweede of derde worden, krijgen we bijna heel
Nederland over ons heen. Iedereen verwacht dat er wel weer een Nederlandse gaat
winnen. Als het dan een keer niet lukt, hebben we het zogenaamd fout gedaan en
hadden we het anders moeten aanpakken, al denk ik dat dat iets is wat je altijd
wel zal blijven zien.’
Lees verder onder de foto
Wiebes in actie tijdens de Amstel Gold Race 2021.
Vrouwenwielrennen vs. mannenwielrennen
Het vrouwenwielrennen wint steeds meer aan populariteit.
De kloof met het mannenwielrennen wordt steeds kleiner, maar volgens Wiebes valt
er zeker nog winst te behalen. ‘Ik denk dat het belangrijk is dat er een
minimumsalaris wordt ingesteld voor alle ploegen en niet alleen voor de
WorldTour-teams. Meiden van continentale ploegen horen natuurlijk ook gewoon
een minimumloon te krijgen. Ik weet niet precies wat de plannen daarvoor zijn
wat de komende jaren betreft, maar ik denk dat dat zeker een goede stap vooruit
zou zijn, ook op het gebied van professionalisering.’
Lees verder onder de foto
'Ik denk dat er bij een hoop teams nog wel wat kan veranderen'
- Lorena Wiebes over de professionalisering in het vrouwenwielrennen‘Bij onze ploeg is alles echt super goed geregeld en verloopt
alles heel professioneel, maar ik denk dat er bij een hoop teams nog wel wat
kan veranderen’, gaat Wiebes verder. ‘Ik moet eerlijk zeggen dat ik dat
belangrijker vind dan het gelijktrekken van het prijzengeld. Verder zien we dat
we als vrouwen steeds meer TV-momenten krijgen, wat ook supermooi is. Dat is
ook belangrijk voor onze sponsors. Al met al denk ik dat het zeker in de lift
zit!’
Team DSM beschikt naast de vrouwenploeg ook over een
mannenploeg. Volgens Wiebes werkt dat zeker bevorderend in dit verhaal. ‘Er
komt natuurlijk ook veel ervaring vanuit de mannen, wat dan weer wordt
doorgevoerd bij de vrouwen. Dat zag je bijvoorbeeld een paar jaar geleden goed
terug, met de sprinttrein van Marcel Kittel. De ploeg heeft daar toen superveel
werk in gestoken en doet dat eigenlijk nog steeds, weliswaar voor andere
sprinters (Kittel is inmiddels gestopt, red.). Die ervaring gebruiken wij dan
weer bij ons team.’