Zondag 17 juli zal voorlopig met afstand als de minste dag
van deze
Tour de France worden ervaren door Jumbo-Visma. De ploeg van gele trui
Jonas Vingegaard zag Primoz Roglic en Steven Kruijswijk opgeven. Tot overmaat van
ramp kwamen Vingegaard en Tiesj Benoot ten val, waaraan de laatste flink wat
schaafwonden aan overhield.
Merijn Zeeman vertelt over de baaldag in de
Avondetappe van de
NOS.
Het eerste onderwerp dat ter sprake kwam was de opgave
van Roglic,
die de vijftiende etappe niet zou starten. De Sloveen ervaart nog
steeds serieuze hinder van zijn valpartij in etappe vijf, de kasseienetappe. ‘Dat
zagen we al aankomen’, zegt Zeeman. ‘In de Tour is er namelijk geen kans om te
herstellen. We hebben het zoveel mogelijk geprobeerd, hij maakte nog het
verschil in de etappe over de Galibier. Dankzij hem staan we er voor zoals we
staan. Daarna werd het slechter, slechter en slechter. Hij was fysiek en
mentaal helemaal klaar.’
Zeeman: 'In vijf minuten liggen drie renners op de grond'
De domper van de opgave van Roglic werd op dezelfde dag
opgevolgd door de opgave van Kruijswijk. De Nederlander kwam hard ten val,
ontwrichtte daarbij zijn schouder en moest de strijd staken. De opgave van de
klimmer is een stevige tegenvaller, daar hij samen met Sepp Kuss van grote
waarde was in de bergen. ‘Het was een typische gecontroleerde Tourrit, maar het
was ook bloedheet. We zeiden dan ook tegen de mannen dat ze moeten oppassen
voor gesmolten asfalt. Daarnaast zijn ook veel renners vermoeid; er kan altijd
wat gebeuren. Wat ik begreep was er een renner die de ketting eraf had en
daardoor een zwieper maakte en daarmee Steven onderuit maaide’, vertelt Zeeman
over de val van zijn renner.
‘Het was gewoon botte pech’, vervolgt Zeeman. ‘En gelijk
ook zo erg dat het gelijk klaar is. Het is een enorme domper; niet alleen voor
de ploeg, maar ook voor Steven zelf: maanden van voorbereiding, ontzettend hoog
niveau en precies de rol die hij wilde. Maar dat is de Tour. Inmiddels hebben
we wel wat ervaring, maar dit is gewoon het gruwelijke van deze wedstrijd soms.’
Vlak na de val van Kruijswijk gingen
Vingegaard en Benoot tegen de grond: ‘Dat was
eigenlijk weer hetzelfde. Was ook een renner die zich kwam verontschuldigen, die
had per ongeluk zijn fiets onder hem weggemaaid. In vijf minuten tijd liggen er
drie van onze renners op de grond.’ Paniek was er volgens Zeeman niet: ‘Van ons
wordt verwacht dat we dan goed handelen, maar het is natuurlijk wel een tik.’
Tekst gaat verder onder de foto.
Zeeman: 'We gaan keihard met elkaar knokken'
Van Aert spoelde de tegenslag bijna nog enigszins weg met
de ritzege, hij werd echter geklopt door Jasper Philipsen. Nu Roglic en
Kruijswijk uit de Tour zijn en Benoot flink gehavend is, komt de vraag naar
voren of Van Aert de rest van de slotweek zich puur moet richten op het
ondersteunen van Vingegaard. Zeeman houdt zich echter wat op de vlakte. ‘Er zal
wel tot Parijs discussie blijven omtrent Wout. Ik denk dat de andere 21 ploegen
heel graag
Wout van Aert in de ploeg zouden willen hebben, zowel als helper en
winnaar. We zijn superblij met hem. Jammer dat hij de rit niet wint. Dat had ons
nog wat kunnen opvrolijken. Het is een geweldenaar, waar we ontzettend blij mee
zijn.’
Hoewel Jumbo-Visma er met Vingegaard in de gele trui nog
zeer goed voor staat, ook gezien de voorsprong van meer dan twee minuten op Tadej
Pogacar, zal de slotweek met minder renners zwaar worden. Hoe het beste stand te
houden? ‘Aanvallen van kilometer nul dan maar’, grapt Zeeman. Op serieuzere
toon: ‘Ik denk dat na de covidtesten van vandaag er misschien nog wel meer
ploegen zullen zijn met minder renners. Iedereen maakt wel wat mee. Wij hebben
Sepp, Wout, Tiesj, Christophe Laporte, Nathan Van Hooydonck en een fantastische
kopman. Het is moelijker geworden, maar we gaan gewoon met elkaar keihard
knokken en dan zien we waar we uitkomen’, besluit Zeeman.