Met meer dan vierduizend hoogtemeters bood de twaalfde
etappe van de Giro d’Italia een nieuwe mogelijkheid voor strijd tussen de
klassementsrenners. Zij kozen echter voor een relatieve snipperdag. Er viel met
een kopgroep van zestien renners die streed voor de overwinning echter genoeg
te genieten. Van de zestien was uiteindelijk Andrea Vendrame de sterkste. In de
Leiderstrui verzamelt de reacties voor u!
Dit bericht wordt aangevuld!
Vlucht van zestien renners maakt etappe
Zestien renners kregen na een knallende openingsfase met nare
valpartijen en talloze demarrages alle ruimte van het peloton om voor de
ritzege te strijden. Uiteindelijk was de winnaar Andrea Vendrame, maar ook zijn
ploeggenoot
Geoffrey Bouchard deed goede zaken, maar dan voor de bergtrui. De
Franse klimmer, die de bergtrui al om de schouders had, maakte van de
gelegenheid gebruik om onderweg veel punten te pakken. Daardoor staat Bouchard
nu met 96 punten stevig aan de leiding in het bergklassement. De nummer twee
van dat klassement, Egan Bernal, volgt op een achterstand van 48 punten.
Na de etappe hechtte
Bouchard echter weinig waarde aan de
bergtrui, maar was hij uiteraard heel blij met de overwinning van zijn ploeggenoot.
‘Eindelijk, we hebben gewonnen!’ Ik ben erg blij, winnen was namelijk het doel’,
vertelt de renner van AG2R na
afloop.
Oudgediende
Giovanni Visconti kwam achter de vier sterkste vluchters als vijfde over de streep. De Italiaanse zat aanvankelijk niet mee met de vlucht, maar maakte op het laatste moment knap de sprong naar de kopgroep. Hij zat dan ook boordevol motivatie om mee te zitten. ‘Ik wilde het echt goed doen in deze etappe, die door mijn geboortestreek Toscane voerde’, aldus Visconti op de
ploegsite. ‘Helaas moest ik op de laatste klim wat seconden prijsgeven op het kwartet dat voor de winst zou rijden. Ik wilde de vijfde plek echter sowieso vasthouden en mijn aanval in de best mogelijke manier afronden.’ Verder heeft Visconti ook felicitaties voor zijn landgenoot Vendrame. ‘Je kon zien dat hij erg goed reed. Hij was de sterkste en verdiende het succes.’
Net als Visconti moest ook
Nicolas Edet in zijn eentje de
oversteek naar de kopgroep maken, voordat die definitief vertrokken was. ‘Het
kostte me een tijdje om in de ontsnapping te komen. Ik kwam uiteindelijk in
mijn eentje op 1.30 minuut over de finish (7e plek, red.). Mogelijk
heeft die inspanning in het begin van de etappe mij in de finale opgebroken. Ik
heb alles gegeven om de beste renners te volgen. Dat is echter niet gelukt, maar
ik heb geen spijt’, aldus de renner van Cofidis na
afloop.
Op de laatste klim van de dag ontplofte de kopgroep en
Simone Petilli
wist zijn karretje net niet aan te haken bij de vier sterkste renners, George
Bennett, Giancluca Brambilla, Chris Hamilton en Vendrame. De Italiaan van
Intermarche werd uiteindelijk achtste in de etappe. ‘Tot nu toe was ik
ontgoocheld over mijn Giro want ik ging al twee keer hard tegen de grond. Mijn
conditie is goed maar dat had ik op deze manier nog geen enkele keer kunnen
tonen. Daarom was ik erop gebrand om vandaag in de vroege vlucht te geraken’,
vertelt Petilli op de
ploegsite.
‘Naar het einde toe liepen mijn benen leeg. Dat is jammer want
in een grote koers als deze moet je elke kans grijpen. Maar de weg naar Milaan
is nog lang. Met Intermarché-Wanty-Gobert Matériaux rijden we elke dag al
strijdend in beeld en dat gaan we blijven doen!’, besluit de Italiaan.
Mikkel Honoré was namens Deceuninck-Quick-Step mee in de
ontsnapping. Hij kan aardig klimmen, maar moest in de finale de beste laten
gaan en kwam vervolgens als negende over de finish. ‘Het was een lastige dag in
de ontsnapping. Ik deed mijn best en gaf alles wat ik had. Daarom ben ik wat
teleurgesteld met mijn resultaat’, vertelt Honoré op de
ploegsite. De Deen had
echter wel een goede reden. ‘Ik was uitgedroogd en kreeg daardoor last van
krampen op de laatste klim. Om die reden kon ik de aanvallen niet volgen.’
Voor de tweede dag op
een rij zat Belgisch kampioen
Dries De Bondt mee in de kopgroep van de dag. De
Belg is allesbehalve een klimmer en was dus ook niet dé renner die namens Alpecin-Fenix
in de vlucht moest zitten. ‘Het doel was om een renner van de ploeg in de ontsnapping te
hebben. Jimmy (Janssens, red.) en Louis (Vervaeke, red.) waren daarvoor het
meest interessant. Ik heb er alles aan gedaan om hen in het eerste koersuur te
helpen. Een paar keer zag het er écht goed uit, maar na die lastige start zijn
we op een dood moment met drie renners zomaar weggereden’, blikt De Bondt in
gesprek met
Sporza terug.
‘Uiteindelijk kwam nog
de ene na de andere renner aansluiten en ineens waren we weg. Ik had gehoopt
dat er nog iemand van onze ploeg zou bij zijn, zodat ik me kon opofferen voor
een betere klimmer.’ Uiteindelijk moest De Bondt er zelf het beste van maken en
dat resulteerde in een elfde plek. ‘Ik wist ook dat het voor mij vandaag te
lastig zou zijn om een prijs te rijden. Ik heb geprobeerd zolang mogelijk aan
te haken. Misschien win ik er wel de strijd van de prijslust mee?’, hoopt de
Belgisch kampioen op een beloning voor zijn werklust.